‘De Canadezen beschoten de uier van een koe en de Duitsers vluchtten in paniek’


Wout, Fenna, Hadewych en Annel vertellen het verhaal van Winda Rienks
Sint Annaparochie

Wout, Fenna, Hadewych en Annel komen naar de boerderij in Jacobiparochie waar de familie Rienks tijdens de oorlog woonde. Winda Rienks vertelt de leerlingen van ’t Fonnemint over de gebeurtenissen die zich hier afspeelden. Hoewel ze zelf ver na de oorlog is geboren, kent ze het verhaal van de familie goed. Over de gevaren van de Duitse huiszoekingen en de momenten van paniek toen de Canadezen arriveerden.

Wat heeft uw familie gedaan in de oorlog?
‘Mijn familie woonde hier op de boerderij. Ze hebben mensen opgevangen. Er waren onderduikers die niet gevonden mochten worden door de Duitsers. Er was bijvoorbeeld één man die de ene keer bij deze boerderij zat en de andere keer bij een andere, om niet gevonden te worden. Ook zaten hier een paar maanden ‘evacuees’, mensen uit Limburg die naar het noorden kwamen omdat in het zuiden veel honger heerste. Verder draaide de boerderij gewoon door. De onderduikers zaten dan op zolder en hadden hun eigen plekje. Ze hielpen niet mee op de boerderij, maar ze waren er maar een paar maanden. Er stond hier ook een auto verstopt, bedekt met hooi, voor de Duitsers. Die is nooit gevonden. Na de oorlog heeft mijn familie die auto aan de staat gegeven voor de wederopbouw.

De Duitsers sliepen in de Vlaswijk, maar ze liepen hier vaak rond om te controleren. Er was ook een keer een Duitser hier. Mijn opa had in een zak een geweer verstopt. Hoe hij eraan kwam en waarom, is voor ons een mysterie, want dat mocht natuurlijk niet. Toen de Duitser de schuur binnenging om te kijken of er mannen waren, kwam hij bijna bij die zak. Hij begon erin te rommelen, maar toen hoorde hij gelukkig gerommel op zolder. Hij liet de zak vallen en liep naar het geluid, maar bleek het zijn collega te zijn. Het geweer is niet gevonden. Mijn vader is in 1942 geboren, dus hij was drie jaar toen de oorlog eindigde. Mijn opa was toen ongeveer 35. Er was ook een oma. Sommige Duitsers die hier waren, wilden hier liever ook niet zijn. En soms gaf mijn familie ze zelfs wat eten. Het was een bizarre sfeer aan alle kanten.’

Wat is er gebeurd met uw opa?
‘Mijn opa is een keer in de problemen gekomen. Er waren Duitsers die graag jaagden, maar op de boerderij mochten ze niet jagen. Toen ze hier toch kwamen jagen en er eenden waren, klapte mijn opa in zijn handen om de vogels weg te jagen. De Duitsers vonden dat niet leuk en namen hem mee naar het gebouw de Vlaswiek in Sint-Anne, waar jullie met de wandeling geweest zijn. Toen hij daar moest zitten, lag er een boekje op tafel. Mijn opa pakte dat en bladerde erin, wat niet mocht. Hij moest in de hoek gaan staan en daar een hele nacht blijven. Het was natuurlijk heel spannend voor mijn oma, ze wist niet of hij nog terug zou komen.’

Wat gebeurde er toen de Canadezen hier kwamen?
‘Voor de boerderij langs loopt een vaart. Via de vaart werd het eten en de bevoorrading voor de Duitsers met een boot gebracht. Op een dag kwamen de Canadezen. Ze wilden dat de bevoorrading niet doorkwam en begonnen op de boot te schieten, en schoten daarbij per ongeluk een uier van een koe kapot. Dat was niet de bedoeling, maar mijn vader, die toen nog maar drie jaar was en thuis zat met zijn zusje, zag het wel. Iedereen raakte in paniek: mijn vader, zijn zusje en de evacuees vluchtten direct naar de kelder. De Duitsers vluchtten ook, maar dan de schuur in. Ze waren alleen thuis want zijn vader en moeder waren op dat moment op de fiets naar Leeuwarden.’

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892