Oorlog in mijn Buurt
‘Op de bovenste verdieping woonden soldaten, geen Duitsers maar Polen’
Finn, Mason, Melek, Quinn ontmoeten Truus van Bokhoven
De 83-jarige Jan Klercx maakte als kind de Tweede Wereldoorlog mee in Eindhoven; hij woonde bij de Theresiaparochie, vlakbij het vliegveld. Hij was nog jong en beleefde deze periode daarom heel anders dan volwassenen. Ondanks schaarste en onzekerheid ging het gewone leven voor een kind toch gewoon door, vertelt hij. Ruben, Jurre, Rufta en Elina van de Klimboom luisteren aandachtig naar zijn verhalen. Zonder telefoon, zonder fiets en vaak met maar heel weinig te eten was het leven heel anders dan nu.
Hoe ging u naar school in de oorlog?
‘Tijdens de oorlog zat ik op vijf verschillende scholen, omdat gebouwen werden ingenomen door de Duitsers. Dan werden klassen weer ergens anders ondergebracht. Of ik de achtste groep heb gehaald? Dat weet ik eigenlijk niet eens meer. Ik liep elke dag vijf kilometer naar school, en tussen de middag weer terug naar huis, en daarna opnieuw. Fietsen hadden we niet. Mijn vader had er niet eens één. Pas toen ik veertien was, leerde ik fietsen, op een fiets met houten banden.’
Kunt u iets vertellen over wat u weleens met uw vrienden deed in de oorlog?
‘Wat ik me herinner, is dat we overal gingen kijken toen de Duitsers vertrokken en de Engelsen kwamen. Als kind struinden we door huizen waar soldaten hadden gezeten. We zochten naar dingen die voor ons belangrijk waren: glimmende spullen, bijzondere vondsten voor een kind… Ik nam zelfs een keer laarzen mee, vijf maten te groot.
En een keer klom ik in een Engelse vrachtwagen, gewoon omdat het nieuw was en interessant. Ik viel eruit en brak mijn arm. Samen met mijn oudste zus liep ik kilometers naar het ziekenhuis, want bussen waren er niet.’
Heeft u de Hongerwinter meegemaakt?
‘Ik kan me niet herinneren dat ik de Hongerwinter bewust heb meegemaakt, maar ik weet wel dat ik vaak honger had. Eten was er weinig. We aten wat er was: aardappelen, wat groente als dat er was. Snoep? Dat kende ik eigenlijk niet.
We hadden geen radio, geen verborgen spullen en al helemaal geen telefoons zoals nu. Alles was eenvoudiger, maar ook schaarser. Met twee broers en zes zussen leefden we dicht op elkaar. Ik sliep met mijn jongste broer op een kamer. Mijn zussen sliepen samen op een kamer, ieder met z’n tweetjes in één bed.’
Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.