Oorlog in mijn Buurt
‘Do you know what the word ‘scatter’ means?’
Ellus, Isis, Pip, Shayrad ontmoeten Ad Penning
Cas, Mees en Mikki van basisschool de Hasselbraam beginnen een tikje onwennig aan het gesprek met Jan Sprengers, maar dat gaat al snel over. Meneer Sprengers was bijna 3 jaar toen de oorlog begon. Hij praat ogenschijnlijk makkelijk over de oorlog van destijds, en er wordt ook nog gesproken over de oorlogen van nu.
Hoe zag uw gezin eruit?
‘Ik was met mijn vader en moeder en broer, maar die is zes jaar ouder. Wij woonden tijdens de oorlog in Tongelre. Er was toen al een vliegveld in Eindhoven. Als deze ’s nachts werd gebombardeerd, dan hoefden we de dag erna niet naar school. Ik was dus eigenlijk wel blij dat dat vliegveld er was.
Langs het Eindhovens Kanaal was nog helemaal geen bebouwing. Nu had mijn vader gehoord dat daar Canadese soldaten waren en dus gingen wij er samen met mijn tante en nichtjes kijken. Mijn vader kreeg een sigaret van een Canadese soldaat. Dat was voor ons heel bijzonder. Maar vlak daarna werden we beschoten door Duitse soldaten die iets verderop lagen. We renden snel de dijk af om beschutting te zoeken. Mijn tante viel en belandde met haar gezicht in een koeienvlaai. Dat zal ik ook nooit meer vergeten.’
Wat vond u van de NSB?
‘Onze buren waren NSB’ers, maar dat was vooral omdat zij een zoon van 20 jaar hadden. Door NSB’ er te worden, hoefde hun zoon niet naar de werkkampen in Duitsland. We hebben daar verder weinig last van gehad.
Maar het was wel altijd oppassen. Je moest altijd opletten wat je zei. We hebben een paar weken een onderduikster in huis gehad. Ik was toen een jaar of 4, en dat was toch wel gevaarlijk, want als ik als kind daarover zou kletsen met anderen, en de Duitsers zouden er daardoor achter komen, dan kon ik iedereen in gevaar brengen. Dus de onderduikster heeft niet lang in ons huis kunnen zitten.
Toen ik op de kleuterschool zat, kwam er een nieuw jongetje in de klas. Dat was de zoon van de burgemeester van Eindhoven, een NSB’er. Ik wilde niet meer terug naar school, want ik wilde niet naast ‘een stinkende NSB’er’ zitten. Dat had ik anderen over dat jongetje horen zeggen. Daarmee bracht ik mijn moeder in een lastige situatie, want die moest toen gaan uitleggen waarom ik niet meer naar school wilde.’
Heeft u ook mooie herinneringen aan de oorlog?
‘Het mooiste wat ik gezien heb van de oorlog was toch wel de bevrijding, op 18 september 1944. Eindhoven had nog geen hoge gebouwen, alleen een paar kerktorens. En het was prachtig weer, net als nu. Bij Best en Son hing de hele lucht vol met vliegtuigen, gliders en parachutisten. Ik heb de hele dag in de dakgoot gezeten met uitzicht op hele luchtlanding. Dat was echt spectaculair.
En de volgende dag kwam het leger vanuit België via Valkenswaard door Eindhoven getrokken. Dat was ook heel spannend om mee te maken. Dat was ook de eerste keer dat ik Canadese soldaten zag en hoorde praten. Het was opnieuw mooi weer en ik heb met mijn ouders de hele dag langs de Aalsterweg gestaan met vlaggetjes.
Toen we eenmaal thuis waren, hoorden we knallen. Mijn moeder dacht nog dat het vuurwerk zou zijn, maar het bleken fosforbommen van de Duitsers te zijn. Daarmee maakten ze licht en zo konden ze beter zien waar ze moesten bombarderen. Ik ben samen met mijn ouders onder de trap gaan schuilen, want een trap is heel sterk en overleeft bijna altijd een bombardement.’
Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.