Erfgoeddrager: Jumana

‘Met een smoes kreeg mijn oma het meisje mee naar huis’

Na het doorspreken van de laatste vragen beginnen Jumana, Helin en Afnan uit groep 8 van de Dapperschool aan hun interview met Frank Meelker. Frank vertelt uitgebreid over zijn opa. Over diens werk voor het verzet, hoe hij verraden werd en doodging. Maar tijdens het interview wordt snel duidelijk dat ook de oma van Frank een uitermate interessant verhaal heeft.

Wat is het ergste dat uw opa heeft meegemaakt in de oorlog?
‘Mijn opa moest naar een concentratiekamp, nadat hij was verraden omdat hij valse papieren maakte. Je kunt maar moeilijk bevatten hoe vreselijk het daar in het kamp was. Wat ik gehoord heb van mensen die hem kenden, is dat hij in kamp Amersfoort, en later in kamp Westerbork, de mensen een hart onder de riem stak door verhalen te vertellen. Over het socialisme en over de boeken van Multatuli, toen een heel bekende schrijver. Mijn opa droeg hele stukken van Multatuli voor uit zijn hoofd. Uiteindelijk is hij met het laatste transport van Westerbork naar Auschwitz gegaan. Dat was ook het transport waar Anne Frank in zat. Omdat Auschwitz heel vol was, ging hij al snel naar een ander kamp. En van dat kamp weer naar een ander kamp. Dat was midden in de winter van 1944-1945. En die was heel koud. Mensen werden vervoerd in open treinwagons. ’s Nachts vroor het 10 tot 20 graden, ze hadden geen dikke kleren en je kreeg geen eten. De trein reed alleen ’s nachts, omdat er overdag kans was gebombardeerd te worden. Mijn opa is of onderweg naar het laatste kamp overleden of binnen een dag na aankomst. Waarschijnlijk door honger, ziekte en kou. Hij heeft uiteindelijk een maand of vier in die verschillende kampen meegemaakt.’

En uw oma bleef alleen achter.
‘Inderdaad. Zij heeft ook iets moedigs gedaan. Tijdens razzia’s werd een buurt afgezet en haalden de Duitsers Joodse mensen uit hun huizen. Nou waren veel gezinnen arm en de kinderen in die gezinnen hadden geen bed. Die sliepen in een kast. Tijdens een razzia was er een meisje van een jaar of twee, drie die ook in een kast sliep. Haar ouders werden weggehaald, maar zij sliep daar doorheen. ’s Ochtends werd zij wakker en waren haar ouders er dus niet meer. Ze begon te huilen en te bonzen op de kastdeur. De buren hoorden dat en brachten haar naar de Hollandsche Schouwburg. Mijn oma wist dat dat niet oké was. Ze is toen naar de schouwburg gegaan en met een smoes heeft ze het meisje mee naar huis gekregen. De rest van de oorlog heeft ze bij haar gewoond. Voor mijn moeder was ze een soort zusje. Mijn oma noemde ze ‘moeder’. Na de oorlog kwam haar vader terug en ging ze met hem mee. Ze woont nu in Australië.’

Hoe zat het met de Hongerwinter?
‘Eind 1944 was het zuiden al bevrijd, maar de rest van Nederland niet. Er reden geen treinen meer, dus steden als Amsterdam kregen heel weinig eten binnen. Je had nog wel gaarkeukens, dat waren grote plekken waar gekookt werd. Je kon daar met een pannetje naartoe en dan kreeg je een beetje eten, dat heel vies was. Sommige mensen gingen ook verder op pad, naar boerderijen buiten Amsterdam. Daar ruilden ze spullen voor eten, bijvoorbeeld een mooie ketting tegen wat aardappels. Behalve weinig eten was er ook niks om je te verwarmen. En het was een hele koude winter. De scholen waren zelfs dicht, want die konden niet verwarmd worden. Uiteindelijk zijn er ook mensen doodgegaan van de honger en de kou. Mijn moeder heeft me verteld dat aan het einde van de oorlog vliegtuigen van het Rode Kruis grote kisten aan parachutes dropten. Daar zat eten in. Het eerste dat ze heeft gegeten was bloemkool. Ik was nog een jongetje toen ze me dat vertelde en ik vond bloemkool heel smerig. Ik dacht: “Dat is erg die oorlog. Dan heb je zo’n honger en het eerste wat je krijgt is bloemkool!” Maar mijn moeder zei dat zij nog nooit zoiets lekkers had gegeten.’

Erfgoeddrager: Jumana

‘We schraapten etensresten uit vuilnisbakken’

Ariana, Iezaan, Om Parkash en Jumana van OBS de Dapper zitten vol spanning te wiebelen op hun stoel; ze willen Ruurd Kooiman (1935) al meteen van alles vragen. Als iedereen zijn chocoladekoekje op heeft, barsten de vragen los. En later zal blijken dat chocolade een bijzondere herinnering uit de oorlog is voor Ruurd.

Heeft u erge dingen gezien in de oorlog?
‘Ik ging buiten spelen met vriendjes; het was koud en het had gesneeuwd. We hadden een stuk zeil en daarmee gleden we van de dijk af. Opeens stopte er een wagen. Er stapten Duitsers uit. Wij waren nieuwsgierig en liepen ernaartoe. Achteruit de wagen haalden de Duitsers drie jonge mannen. De mannen werden op een rijtje gezet. De soldaten pakten hun geweren en schoten de drie mannen neer. Er was een vrouw aan de overkant die het had zien gebeuren. Zij kwam haar huis uithollen en legde een laken over de doodgeschoten mannen. De Duitsers trokken het laken weg en dwongen ons om te blijven kijken. Ik was toen negen of tien jaar. Het was op 18 december, dat weet ik nog. Op de plek waar die mannen zijn neergeschoten, staat nu een standbeeld met hun namen erop.’

Hoe voelde het, oorlog?
‘Ja hoe voelde het? Je had nauwelijks of geen eten, geen snoep, geen nieuwe kleren of schoenen en vaak honger. De scholen waren dicht, dus ik ging overdag veel naar buiten met mijn broertje. We zwierven door de stad en hadden altijd een lepel in onze zakken. We hadden vaak honger en dan hoopten we dat we gaarbakken tegen zouden komen waar nog voedselresten inzaten. Dan hingen we in die bakken en gingen we met onze lepel restjes schrapen. We hebben ook een keer soep gekregen van Duitse soldaten. Zij hadden water nodig. Toen hebben wij van huis emmers water gehaald en dat aan de soldaten gegeven. In ruil voor het water kregen wij soep. Dat was echt een lekkernij voor ons, het smaakte een beetje naar ui en wortel.’

Wat aten jullie dan in de oorlog?
‘Nou we hadden niet veel. Mijn moeder maakte van aardappelschillen soep en we hebben heel veel suikerbieten gegeten. En soms brood, maar dat was er bijna nooit. Tijdens de oorlog heb ik vijf jaar geen snoep gegeten. Je at bijna iedere dag aardappel of suikerbiet. En we dronken alleen maar water. We hadden voedselbonnen, daarmee kon je dan voedsel halen. Vaak moest je heel lang in de rij staan voor meel of suiker. Ook na de oorlog moesten we nog veel in de rij staan voor voedsel en waren er nog steeds voedselbonnen.’

Wat deden jullie na de oorlog?
‘Toen de oorlog voorbij was, kwamen de Amerikanen en Canadezen met jeeps over de brug bij de Amstel. Iedereen stond te juichen. Ik was zo blij en heel erg onder de indruk van alle tanks. We zwaaiden en juichten naar de soldaten. De Canadezen gooiden chocolade naar ons vanuit hun jeeps en tanks. Ik had al 5 jaar geen snoep gehad, dus dat was echt een feest! In de speeltuin was er een feest net na de bevrijding, daar stonden houten kratjes met colaflesjes erin. Wij hadden nog nooit van cola gehoord. We wisten niet wat we proefden; het was heerlijk! Na alleen maar water te hebben gedronken in de oorlog, eindelijk drinken met een smaakje. Ook kregen we kauwgom, chewing gum, dat kenden we helemaal niet. We keken ernaar en dachten: ‘Wat zijn dat voor rare, witte staafjes?’ Toen hoorden we dat het kauwgom was en je erop moest kauwen.’

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892