Erfgoeddrager: Famke

‘De Duitsers belden niet netjes aan’

Marian Schaap trakteert Famke, Zen, Jady en Ichiro van de Twiskeschool in Amsterdam-Noord op drinken en zelfgebakken koekjes. Ze is tijdens de oorlog geboren, waardoor ze er zelf geen herinneringen aan heeft. Toch kan ze de kinderen veel vertellen. Ze luisteren geboeid terwijl de kat van mevrouw Schaap af en toe over de tafel wandelt en ondeugend aan één van de koekjes likt.

Hoe kwam u erachter dat uw pleegzus niet uw echte zus was?
‘Toen ik geboren werd, was mijn zusje er al. Zij is als Joods onderduikstertje van 10 maanden bij mijn vader en moeder in huis gekomen. Haar vader en moeder woonden in de Rivierenbuurt in Amsterdam, maar werden op een dag opgehaald met een vrachtauto. Op het allerlaatste moment heeft de moeder van mijn zusje besloten haar bij de buren te brengen, die niet Joods waren. Wij woonden toen in Zaandam, waar een grote verzetsgroep actief was onder leiding van een boekhandelaar, meneer Brinkman. Hij heeft toen gekeken waar het kindje het beste naartoe kon. Mijn ouders hadden al aangegeven dat ze wel een onderduikertje in huis wilden nemen. Zo is mijn zus, waarschijnlijk door een arts en een verpleegkundige, bij mijn ouders gebracht. Ik wist eerst niet dat zij niet mijn echte zusje was. Maar op mijn 12e zag ik een brief op de kast liggen met daarin de echte achternaam van mijn zusje. Op school werd ze met onze achternaam genoemd, dus Schaap. Maar officieel stond ze nog steeds met haar oorspronkelijke achternaam geregistreerd. Ik heb mijn moeder toen gevraagd hoe het zat.’

Wat aten jullie in de oorlog?
‘Wat ik zelf heb gegeten, weet ik niet want ik was nog heel jong. Maar mijn ouders kregen soep uit de gaarkeuken. Dat was water met een kleurtje. Ze hebben veel honger gehad. En ze gaven eerder het eten aan ons dan dat ze het zelf opaten. Bij de bevrijding hadden de Canadezen chocola mee genomen. Chocola… daar wordt een mens blij van! Mijn zusje had een reep gevonden en hem opgegeten. Het was voor het eerst dat ze weer iets luxe hadden.’

Hoe hebben uw ouders de Bevrijding meegemaakt?
‘Ik denk dat ze heel opgelucht ademhaalden. Ze leefden al die tijd in spanning met de vraag of ze werden verraden. Ik heb zelf nooit die spanning gevoeld van soldatenlaarzen op straat. Hoe je dan misschien kramp in je maag krijgt bij de gedachte dat ze deur konden inrammen. De Duitsers belden niet netjes aan: ze wilden binnen zijn voordat iemand iets kon verstoppen.’

Erfgoeddrager: Famke

‘De fiets van mijn opa werd afgepakt, we moesten lopend naar huis’

Met de auto gaan Siem, Olle, Kai en Famke van de Mathieu Wiegmanschool in Bergen naar Alex Waslander. Ze worden warm welkom geheten in zijn huis dat vol kleurrijke moderne schilderijen hangt. De jonge interviewers gedragen zich voorbeeldig en de kwieke 84-jarige vertelt graag aan zijn bezoek over de oorlogsjaren in hun buurt.

Hoe was het als kind in de oorlog?
‘In de oorlog had je geen elektriciteit en dus geen licht; dat moest je zelf maken. Ik had van planken een propeller gemaakt en die zette ik op een fietsdynamo die weer verbonden was aan een fietslampje. Dat zette ik op een bezemsteel of op een stok op het dak. Door de wind ging de dynamo draaien en dan had je een klein lichtje.
We hadden geen douche. Eén keer per week gingen we in de tobbe en die dag kregen we dan schoon ondergoed. We aten gebakken bloembollen en eten van de gaarkeuken. Ook kregen we bonnenboekjes voor kleding. Af en toe kreeg ik briefjes mee. Die moest ik dan ergens bezorgen. Ik heb nooit geweten waar dat voor was. Als een Duitser iets vroeg moest ik zeggen dat ik van niets wist, werd me gezegd.’

Bent u bang geweest?
‘Honderden vliegtuigen kwamen dagelijks over om de schepen in het kanaal te bombarderen. Als dat gebeurde, doken we op school achter de boekenkast of achter de kolen in de bollenschuur. We waren heel bang. Mijn oom Dik fietste op een dag langs het kanaal toen een Engelse Spitfire een Duits schip aanviel. Hij werd geraakt door één van de kogels en heeft het niet overleefd. Gedood door zijn eigen mensen; dat is echt pech!
En een keer werd ik met mijn opa, we fietsen naar Alkmaar en ik zat achterop, bij het station aangehouden door een Duitse soldaat die dacht dat wij Joods waren. Gelukkig hadden we een identiteitskaart bij ons en mochten we weer verder. Wel werd de fiets afgepakt. We moesten lopend naar huis terug.
Goede herinneringen heb ik een de Bevrijding. Een colonne Canadese auto’s kwam met een noodgang over de vlotbrug langs het kanaal aanrijden. De soldaten deelden chocoladerepen uit en dat was lekker! Dat kun je je nu niet meer voorstellen.’

U woonde met uw moeder en zusje. Waar was uw vader?
‘Mijn vader was marinier en vocht in die tijd op de Javazee. Mijn moeder was altijd bang dat hem iets zou overkomen. Het Rode Kruis had geregeld dat mariniers iedere twee maanden een berichtje naar huis mochten sturen, zoals ‘alles goed, ik hou van jullie’. Als dat bericht niet kwam, was de kans heel groot dat hij overleden was. Mijn moeder had zoveel stress hiervan tijdens de oorlog dat zij altijd last van haar hart heeft gehouden.
Kort na de oorlog werden we gebeld door de politie dat mijn vader – na zes jaar – terug zou komen. Ik zat keurig te wachten, me afvragend hoe hij eruit zag. In de verte zag ik opeens een marinier met een plunjezak aan komen lopen. “Bent u mijn vader?:  vroeg ik hem eenmaal dichtbij. En hij antwoordde: “Als jij Alex bent, ben ik jouw vader”. Het was best vreemd. Na zoveel jaar moest ik hem opnieuw leren kennen. Ook mijn moeder en hij moesten erg aan elkaar wennen.’

         

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

+31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892