‘Zes weken lang at ik erwtenbrood met appeljam’


Bahita, Jarrion, Milan en Hafsa vertellen het verhaal van Leo Quadvlieg
Josephinastraat, Kerkrade

Bahita, Jarrion, Milan en Hafsa vinden het best spannend als ze de lift nemen naar de vierde verdieping van het verpleeghuis Douvenrade in Heerlen. Met de hele klas zijn ze naar het verpleeghuis gekomen om een interview te houden over de Tweede wereldoorlog in hun buurt. Maar het ijs is snel gebroken met de spraakzame Leo Quadvlieg.

Toen de oorlog begon, was meneer Quadvlieg drie jaar oud. Hij woonde met zijn ouders en zijn tweelingbroer in de Josephinastraat in Bleijerheide, een wijk van Kerkrade, vlakbij de Duitse grens. Veel van zijn familie woonde daar ook. Als klein kind merkte hij in het begin niet zoveel van de oorlog. Maar tegen het einde werd het levensgevaarlijk, vertelt hij al snel. De kinderen hangen aan zijn lip.

Wat gebeurde er aan het einde van de oorlog?
‘In september 1944 kwam het front recht voor onze buurt te liggen. De Duitsers zaten over de grens in Herzogenrath en de Amerikanen zaten aan de andere kant, op de Nieuwstraat. Dat is precies de grens tussen Bleijerheide en Kerkrade. Ze lagen zó dicht bij elkaar dat ze elkaar voortdurend beschoten. Vliegtuigen vlogen dag en nacht over en er werd vooral vanuit de lucht gevochten.

In Bleijerheide zaten Amerikaanse soldaten van de Old Hickory Company. Dat was een onderdeel van het Amerikaanse leger, jonge jongens die vanuit Amerika waren gekomen om Europa te bevrijden. Zij kwamen Kerkrade binnen en vestigden zich in onze buurt. Van daaruit vochten ze tegen de Duitsers die net over de grens zaten.’

Was dat niet gevaarlijk?
‘Ja, heel gevaarlijk. Daarom kwam het bevel dat we weg moesten. Met de hele familie, zo’n vijftien mensen, werden we geëvacueerd. We namen mee wat we konden dragen en vertrokken samen met een lange stoet mensen uit Kerkrade richting Ubachsberg.

Onderweg sloegen er granaten in tussen de vluchtende mensen. Acht granaten. Dertien mensen kwamen om het leven. We kwamen langs toen die mensen er net lagen. Ik was nog een kind, maar dat beeld ben ik nooit vergeten. In Ubachsberg staat nu een monument voor hen.’

Waar moesten jullie naar toe?
‘In Ubachsberg werden we opgevangen door een boer. Zijn schuur was helemaal ingericht voor evacués. Met vijftien mensen uit één familie zaten we daar bij elkaar. We zijn er zeker zes weken geweest.

Wij waren met zes kinderen: mijn tweelingbroer en ik, en vier neefjes en nichtjes. Voor ons voelde het soms zelfs als een avontuur. We speelden in de weilanden en ravotten tussen het stro. In het dorp was een grote keuken waar voor iedereen gekookt werd. Brood was er bijna niet. Mijn moeder maakte appeljam van geplukte appels en bakte brood van erwten. Zes weken lang at ik erwtenbrood met appeljam. Later hoefde ik dat nooit meer.’

Konden jullie helemaal niet terug?
‘Mijn vader is in die tijd één keer teruggegaan naar Bleijerheide om te kijken hoe het met ons huis was. Er woonde nog een man in onze straat die niet geëvacueerd was. Die man heeft mijn vader verteld dat de Duitsers bij ons binnen waren geweest en van alles wilden meenemen, ook de piano. Hij is toen voor onze spullen gaan staan en heeft tegen die Duitsers gezegd dat ze niks mochten meenemen. Dankzij hem is ons huis niet leeggeroofd.

Het huis waarin wij woonden was van een Duitser. Wij huurden het. Dat was heel normaal in die tijd omdat we zo dicht bij Duitsland woonden. Iedereen in mijn woonplaats had ook wel familie in Duitsland wonen. Het was dan ook heel gek toen de oorlog uitbrak dat er ineens een harde grens werd getrokken. De huizen in Kerkrade die in het bezit van Duitsers waren werden door de gemeente in beslag genomen. De eigenaar werd over de grens gezet en de gemeente bood het huis te koop aan. Mijn vader moest daar goed over nadenken. Hij vroeg zich af of we het wel konden betalen en of het verstandig was. Nu is het onbegrijpelijk. Het ging over een bedrag van 4800 gulden.’

Herinnert u zich de bevrijding nog?
‘Ja, ik weet het nog goed. In onze buurt werd een grote molen op het trottoir gezet, als teken dat hier Nederlanders woonden. Wekenlang was het feest. Ik was toen negen of tien jaar en ging elke maandag naar die molen. Er was muziek van de harmonie, kinderen kregen limonade en ijsjes.’

Het was vrolijk en dat was het lang niet geweest. Er werd ook gedanst. Tijdens die bevrijdingsfeesten heb ik leren dansen. Niet omdat het moest, maar omdat het weer mocht. Dansen betekende vrijheid.’

 

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892