‘Zelfs ’s nachts luisterde ik via de radio naar honkbalwedstrijden’


Lien, Max, Lani en Tian vertellen het verhaal van Winston Gibbes
Curaçao

Lien, Max, Lani en Tian van basisschool De Talisman in Eindhoven worden warm ontvangen door Winston Gibbes (74). Levendig vertelt hij over zijn leven, dat begint op Curaçao en zich vanaf 1973 verder afspeelt in Nederland. Zijn verhalen bewegen moeiteloos van jeugdherinneringen naar werk bij Philips en zijn rol als pastoor.

Hoe was het om op te groeien in een koloniale samenleving?
‘Ik groeide op in de wijk Steenrijk, vlak bij het centrum van Willemstad. Het leven had daar een ander ritme; school begon al om half acht, voordat de hitte echt voelbaar werd. Op school zag je verschillen die te maken hadden met het koloniale verleden. Er was bijvoorbeeld een klas met alleen kinderen uit Nederland. Ook werd verwacht dat we in de pauze Nederlands spraken. Dat deed ik niet altijd en dan kreeg ik straf.

Over de slavernij werd weinig verteld. Sommige leraren vonden dat een moeilijk onderwerp. Toch merkte je dat het verleden nog doorwerkte in hoe mensen naar elkaar keken. Wat ik daaruit heb meegenomen, is dat je je daar niet door moet laten leiden. Uiteindelijk gaat het erom dat je de mens als mens ziet. Als je elkaar met respect behandelt, verdwijnen veel verschillen vanzelf.’ 

Heeft u een bijzondere herinnering uit uw jeugd?
‘Mijn jeugd op Curaçao was hecht. Ik was de oudste van acht kinderen. Mijn vader was streng, maar duidelijk: als anderen kattenkwaad uithalen, moet je daar niet bij horen. Mijn moeder leerde ons iets wat minstens zo belangrijk was: respect. Wat je je eigen zussen niet aandoet, doe je ook anderen niet. Dat is altijd blijven hangen.

We speelden veel buiten, onder andere honkbal en voetbal. Zelfs ’s nachts luisterde ik naar wedstrijden via de radio, met een koptelefoon op zodat anderen konden slapen. De overgang naar Nederland was groot. In het begin had ik moeite om mensen uit elkaar te houden. Iedereen leek op elkaar. Pas als iemand begon te praten, hoorde je verschil.’

Welke sporen heeft het koloniale verleden nagelaten?
‘Ik heb 25 jaar bij Philips gewerkt. Daar heb ik geleerd dat je mensen gelijk moet behandelen. Voor mij was iedereen collega, ongeacht functie. Dat zorgde voor vertrouwen. Een leidinggevende zei ooit tegen mij: ‘Bij jou is er vrede’. Later begonnen we een feestwinkel, Toeters en Bellen. Daar werd één les steeds opnieuw bevestigd: behandel mensen goed. Je weet nooit wie je later weer tegenkomt. Ik vertel vaak het verhaal van iemand die onbeleefd was tegen een chauffeur, en die de volgende dag zijn tandarts bleek te zijn.

Sinds 2002 ben ik pastoor. Niet omdat ik alles zeker weet, maar omdat ik graag met mensen ben. Mensen leren kennen in vreugde en verdriet, dat is voor mij het belangrijkste. Als ik met mensen kan praten, voelt dat als vakantie.

Het koloniale verleden heeft zeker sporen nagelaten, maar dat hoeft niet te bepalen hoe je met elkaar omgaat. Ik heb zelf ervaren dat mensen je soms anders zien, afhankelijk van waar je bent. Toch blijft mijn uitgangspunt hetzelfde: zie de mens als mens, we hebben elkaar nodig.’

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892