‘Witte kinderen kregen vaker de beurt en werden sneller gekozen’


Anna Rosa, Elia en Lotte vertellen het verhaal van Jessica Mollen-van Putten
Aruba

Heel dicht bij school woont de 87-jarige Jessica Mollen-van Putten. Anna Rosa, Elia en Lotte van basisschool De Talisman in Eindhoven gaan te voet op pad om haar te interviewen. Wanneer ze aanbellen, doet haar dochter Roxy de deur open. Ze ontvangt hen hartelijk en warm. Ook zij neemt deel aan het interview en helpt haar moeder bij het beantwoorden van de vele vragen die de drie leerlingen hebben voorbereid. Die vragen gaan over het leven op Aruba en de sporen van het koloniale verleden die daarin een rol spelen.

Hoe was uw jeugd op Aruba?
‘Ik ben opgegroeid op Aruba, in een klein dorpje, St. Nicolas, in de Saba Straat. Ik had een fijne jeugd met mijn ouders, broers en zussen. We woonden in eenvoudige huisjes met golfplaten daken, terwijl iets verderop grote huizen stonden van rijke Amerikanen en Nederlanders.

Voordat ik naar school ging, at ik altijd ‘Johnnycakes’, dat is iets typisch van de eilanden. Dat aten we met thee en daarna liepen we naar school. Ik zat op een katholieke school met nonnen en daar kregen we gewoon Nederlands. Daarom spreek ik nu nog steeds Nederlands.

Maar op school was er wel verschil. Witte kinderen kregen vaker de beurt en werden sneller gekozen. En we leerden vooral over Nederland, maar bijna niks over ons eigen land of over slavernij. Dat is iets wat ik later pas leerde. Dat vind ik een belangrijk koloniaal spoor: dat je opgroeit zonder je eigen geschiedenis echt te kennen.’

Wat weet u van uw familiegeschiedenis?
‘Mijn beide ouders komen van Sint Eustatius. Dat was vroeger een belangrijke plek in de slavernijhandel, en daar kun je nog steeds sporen van zien.

Van mijn opa’s kant weten we dat onze familie teruggaat tot de slavernij. Onze voorouder was tot slaaf gemaakt en kreeg een kind met een Nederlandse koopman. Daarom hebben wij nu een Nederlandse achternaam, Van Putten. Dat is eigenlijk de naam van de eigenaar. Dat vind ik best heftig, want daardoor weet je niet meer precies waar je familie oorspronkelijk vandaan komt, bijvoorbeeld uit West-Afrika. De echte naam is verloren gegaan.

Op Sint Eustatius heb je nog het slavenpad, waar mensen vanaf de schepen omhoog werden gebracht en verkocht. En er zijn nog straatnamen en gebouwen met familienamen zoals die van ons. Dat laat zien dat het koloniale verleden nog steeds zichtbaar is, ook nu.’

Wat is er in de Tweede Wereldoorlog gebeurd op Aruba?
‘Tijdens de Tweede Wereldoorlog speelde Aruba een belangrijke rol door de olieraffinaderij. Daar werkte mijn vader ook. Op een nacht, toen ik nog klein was, was er een enorme explosie. De Duitsers hadden de schepen aangevallen om de olie tegen te houden. Alles stond in brand, zelfs de zee, omdat er olie op lag. Veel mensen zijn toen overleden. Mijn vader had geluk: hij kon met een klein bootje ontsnappen, maar hij was wel zwaar verbrand. Dat is iets wat altijd in mijn familie is blijven hangen.

Toen ik later, rond mijn twintigste, naar Nederland ging om te studeren, was dat een grote verandering. Ik moest daarvoor het eiland verlaten, want op Aruba waren weinig opleidingsmogelijkheden. Ik kwam hier in de winter aan en kende dat helemaal niet. Ik liep op hakken over het ijs, dat was heel raar.

In Nederland moest ik erg wennen. Mensen wisten weinig over de eilanden en hadden soms vooroordelen. Maar uiteindelijk bouwde ik hier mijn leven op. Mijn verhaal laat zien hoe Nederland en de eilanden met elkaar verbonden zijn, door kolonialisme, slavernij en de oorlog. Dat zie je nog steeds terug in mijn familie en in wie ik ben.’

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892