‘We kropen stiekem door brandgangetjes om te kijken hoe er gevochten werd’


Rayan, Tamim, Jayce en Rayvian vertellen het verhaal van Meneer Bosgraaf
Molenberg, Heerlen

Rayan, Tamim, Jayce en Rayvian gaan naar het verzorgingshuis vlak bij hun school in Heerlen. Daar interviewen ze de 93-jarige meneer Bosgraaf over zijn jeugd tijdens de oorlog. In hun handen hebben ze een stuk papier met vragen die ze hebben voorbereid zodat ze er tijdens het interview af en toe even op kunnen spieken.

Kunt u iets vertellen over hoe u het begin van de oorlog meemaakte?
‘Ik was acht jaar oud toen de oorlog begon. We woonden op de Molenberg in Heerlen, vlak bij de Duitse grens, samen met mijn vader, moeder, een broer en een zus. Mijn vader werkte in de mijn, net als veel andere mannen in onze familie. Dat gaf ons een klein voordeel, want mijnwerkers hoefden niet naar Duitsland om te werken. Als kind begreep ik in het begin eigenlijk niet wat er aan de hand was. Op een vroege ochtend, rond vijf uur, werden we wakker van een enorm lawaai. De lucht was zwart van de vliegtuigen. Het voelde meteen verkeerd, maar toch gingen we die dag gewoon naar school.’

Wanneer merkte u dat de oorlog ernstiger werd?
‘Vooral tegen het einde werd het echt heftig. Er gingen geruchten dat de Amerikanen eraan kwamen. Mensen in de buurt hingen vlaggen uit en begonnen te juichen. Toen kwam er een groep soldaten door de velden aan en iedereen dacht dat het Amerikanen waren, maar het bleken Duitsers. Die riepen dat de vlaggen weer naar binnen moesten. Ze zeiden zelfs: ‘Heute Abend könnt ihr euch freuen.’ Ze wisten dat ze verloren hadden, maar er werd die dag nog hard gevochten. Op de Molenberg, bij het spoor van de Wilhelmina-mijn, hadden de Duitsers zich ingegraven. Dat spoor lag hoger dan de akkers en werd gebruikt als verdedigingslijn. De eerste Amerikanen die wij zagen, lagen ingegraven bij het Zusterbosje. Wij gingen met een groep jongens kijken, maar een Amerikaanse commandant stuurde ons weg. Even later vlogen de granaten vanuit de richting van Aken. We waren net op tijd weg.’

Hoe gevaarlijk was het voor u als kind om dit allemaal mee te maken?
‘Vooral ’s nachts was het eng. Dan kwamen de bommenwerpers en ging het luchtalarm af. We vluchtten de kelder in en zaten met alle kinderen op een hoop kolen, met een deken erover. Overdag waren we toch nieuwsgierig. We kropen stiekem door brandgangetjes tussen de huizen om te kijken hoe er gevochten werd. Dat was levensgevaarlijk. Een keer vloog er een kogel rakelings over ons hoofd. Toen zijn we zo snel mogelijk weggegaan.’

Wat is een beeld uit de oorlog dat u nooit bent vergeten?
‘Na een gevecht gingen we toch weer kijken. In een schuttersputje lag een Amerikaanse soldaat, half ingezakt, met zijn geweer nog in zijn hand. Zijn helm had twee gaten: een kogel erin en er weer uit. Dat beeld staat voor altijd op mijn netvlies. Er lagen meer doden, maar die konden niet meteen worden weggehaald omdat er nog geschoten werd. Een buurjongen heeft later zo’n helm gekregen en die lang als souvenir bewaard. Wij mochten van mijn vader eigenlijk helemaal niet gaan kijken, maar we deden het toch.’

Kwam u ook in aanraking met onderduikers?
‘Ja. Op school wisten we dat de directeur een onderduiker had en bij de dominee zat er ook een. Mijn zwager had er eveneens een. Sommigen zijn gepakt, maar de meesten hadden geluk. Ik zat in het kinderkoor en bij een dansavond danste ik met een leuk meisje. Later bleek dat zij Joods was en ondergedoken zat. Mijn vader was boos toen hij dat hoorde, omdat het gevaarlijk was, maar ik wist dat toen helemaal niet.’

Hoe was de tijd direct na de bevrijding?
‘Na de bevrijding trokken de Amerikanen in de lege huizen in de buurt. Daar hadden Duitsers en NSB’ers gewoond die naar Duitsland waren gevlucht. Op een dag stond onze straat vol met grote stapels munitiekisten, zelfs voor onze voordeur. Een soldaat liet die kisten verplaatsen. Hij had een oogje op mijn zus, die lang rood haar had. Ik had dat zelf ook. De Amerikanen waren daar dol op. We kregen chocolade, sigaretten en van alles.’

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892