‘Veel van Ria’s vriendinnetjes kwamen om het leven bij het bombardement op Nijmegen’


Albaraa en Ali vertellen het verhaal van Paul van Bremen
Nijmegen

Tijdens een bijzondere avond in het restaurant van het ROC Nijmegen luisteren Albaraa en Ali, studenten van het ROC, naar het verhaal van Paul van Bremen (1934), die de oorlogservaringen van zijn moeder Ria Wijers met hen deelt. Tijdens zijn verhaal komt het gesprek ook op andere onderwerpen, zoals toeval, verlies en de impact van oorlog, niet alleen toen maar ook nu. En ook in de levens van de studenten.

Kunt u ons vertellen wat uw moeder tijdens het bombardement van 22 februari 1944 meegemaakte?
‘Mijn moeder, Ria Wijers, groeide op in Nijmegen, waar haar ouders een bakkerswinkel hadden in de Lindestraat, midden in de stad. Ze woonden in een zeventiende-eeuws pand met gewelfde kelders, waar ook de bakkerij was gevestigd. In een van de kelders stond de oven. Daarboven lagen houten vloeren, met daartussen een laag zand als isolatie.

Ria zat op de montessorischool en was tien jaar oud toen in februari 1944 het bombardement op Nijmegen plaatsvond. Ze was ‘s morgens nog naar school geweest en om 12 uur naar huis gelopen om thuis te eten. Ze woonde dicht bij school en hoefde niet over te blijven zoals veel andere kinderen. Daardoor heeft ze het bombardement overleefd.

Het bombardement kwam totaal onverwacht. Ze zat in de keuken te eten met haar ouders en haar zus toen een granaatscherf door het raam naar binnen vloog. Het stuk metaal kwam op slechts enkele centimeters achter de rug van Ria’s zus terecht en sloeg in de muur. Als zij iets anders had gezeten, had ze het niet overleefd.’

Wat gebeurde er met hun huis en de buurt tijdens het bombardement?
‘Aan de overkant van de straat stonden alle huizen al snel in brand. Op zolder bij Ria thuis brak ook brand uit door het bombardement. In huis stond een grote teil met was. Daar lagen de bakkersschorten in te weken. Ria’s vader pakte zonder erbij na te denken snel de teil op en gebruikte het water om het vuur te doven. Tot lichte ergernis van zijn vrouw, die haar wasgoed verloren zag gaan, maar het huis was gered. Veel van Ria’s vriendinnetjes en buurtgenootjes kwamen om het leven.’

Wat gebeurde er met het gezin na het bombardement?
‘Na het bombardement bleef het gezin nog even in de puinhopen van de stad wonen.
Maar al snel werd Nijmegen frontstad. Aan de overkant van de Waal zaten de Duitsers, terwijl de geallieerden zich in en rond de stad bevonden. Het werd te gevaarlijk om te blijven en het gezin werd geëvacueerd naar de Ooijpolder, naar boerderij Stappershoef in Ooij. Ze konden alleen wat kleding meenemen, hun huis moesten ze achterlaten.

Ria’s vader hield van wijn en had zijn wijnvoorraad verstopt in de zandlaag tussen de oven en de houten vloer. Hij hoopte die zo veilig te stellen. Maar toen het gezin na de oorlog terugkeerde, bleek het huis volledig geplunderd. De Duitse bezetters hadden zich voor hun aftocht nog toegang verschaft tot het pand. De wijn was verdwenen, net als het meubilair, kunst en vrijwel alle bezittingen. Alles was weg.

Ook eerder in de oorlog had haar vader al verliezen geleden. Voor de oorlog bezorgde hij het brood met paard en wagen. Vlak vóór het uitbreken van de oorlog had hij eindelijk genoeg gespaard om een grote Citroën te kopen, een enorme stap vooruit voor zijn bedrijf. Maar de Duitsers vorderden de auto. Hij was hem kwijt en moest weer verder op de fiets.’

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892