‘Vanuit onze cultuur is ons geleerd om liever te praten over leuke dingen’


Jolie, Melda en Julian vertellen het verhaal van Joyce Radesy
Indonesië

Jolie, Melda en Julian van basisschool de Talisman in Eindhoven mogen Joyce Radesy (79) interviewen. Ze is opgegroeid in Jakarta, waar ze met haar familie een fijn leven had, in een groot huis met personeel. Op 11-jarige leeftijd moest ze plotseling Indonesië verlaten vanwege de oplopende spanningen. Ze vertrok zonder afscheid te kunnen nemen van haar vriendinnen. Na een boottocht van vier weken kwam ze aan in het koude Nederland.

Haar moeder heeft veel littekens opgelopen door de oorlog, maar daarover werd nooit gesproken. Dit wordt ook wel ‘Indisch zwijgen’ genoemd.

Hoe voelde het om op te groeien in een koloniale samenleving?
‘Het leven in Jakarta was erg goed. We woonden in een groot huis, samen met onze ouders, oma’s, ooms en tantes. Ook hadden we personeel, onder wie een huishoudster. Zij nam van veel taken in het huis van mijn moeder over. Mijn moeder wilde alleen altijd zelf koken. Onze tuin had een grote omheining van bamboe en daarbuiten mochten we niet komen. Ik heb dan ook veel in de tuin vertoefd, waar ook de melatiplant groeide. De bloemen van deze plant staan symbool voor de herdenking en worden vaak tijdens rituelen gebruikt. Ik heb hem thuis staan en hij betekent veel voor mij.

Ik zal op een Indonesische school en werd iedere ochtend door mijn oma gebracht in een driewieler. Aan het einde van de ochtend kwam ik thuis en dan ging ik altijd eerst douchen en daarna eten. Na het eten ging iedereen slapen vanwege de hitte. Als we weer wakker werden, werd er thee geschonken met lekkernijen erbij. We hadden het goed in Jakarta.

Mijn vader heeft Indisch, Indonesisch en Pruisisch bloed, en mijn moeder is half Indisch en half Indonesisch. Zelf heb ik een lichtere huidskleur dan veel Indonesische mensen. Bij de onafhankelijkheid van Indonesië mochten we kiezen of we een Nederlandse of Indonesische nationaliteit wilden hebben. Wij kozen voor de Indonesische. Maar in de politieke strijd werden we in Jakarta toch gezien als Nederlanders. Op dat moment was Nieuw-Guinea als enige nog niet onafhankelijk, en er kwam daarom een anti-Nederlandse sfeer. Dit had tot gevolg dat mijn vader werd geboycot op zijn werk. Er werden leuzen op muren gekalkt zoals ‘Nederlanders willen jullie dat wij gehakt van jullie maken?’ en ‘rot op naar je eigen land’. Ook op school zeiden klasgenoten tegen mij dat ik een wel erg lichte huidskleur had.

Door de oplopende spanningen besloten mijn ouders Jakarta te verlaten en naar Nederland te emigreren.’

Dacht u vaak aan de oorlogstrauma’s van uw moeder?
‘Mijn moeder was altijd heel angstig. Ze kon weinig hebben en raakte snel overspannen. Ik wist dat ze veel had mee gemaakt, maar erover praten dat deed ze niet. Ze zei dan altijd ‘soedah’ wat staat voor ‘laat maar’ of ‘het is goed zo’. Vanuit onze cultuur is ons geleerd om liever te praten over leuke dingen en niet te negatief te zijn.’

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892