‘Op een dag stortte een Canadees vliegtuig neer op tien meter van ons huis’


Rinad, Florence, Barend, Liam en Samuel vertellen het verhaal van Jaap Staadegaard
Bergen

Jaap Staadegaard (90) komt op zijn fiets naar de Willem-Alexanderschool in Bergen, het is een stralende dag! Rinad, Florence, Barend, Liam en Samuel interviewen hem over zijn herinneringen aan de oorlog. Meneer Staadegaard is heel vrolijk en vertelt graag en helder. Hij laat op allerlei plattegronden zien waar wat gebeurde.

Hoe voelde het toen de oorlog begon?
‘Ik ben geboren aan de Kogerdijk in Bergen, daar waar een trammetje reed tussen Bergen en Alkmaar. Ik was zeven jaar toen de oorlog begon. Op een nacht kwam de Duitse luchtmacht het vliegveld bombarderen, terwijl ik met mijn broertje boven in ons huis lag te slapen. We werden wakker en zagen het vuurwerk van de bombardementen door het dakraampje, dat was heel eng. Ik hoorde hoe de bommen uit elkaar sprongen.

Een goede vriend van mijn ouders werkte op het vliegveld en is daar toen verongelukt. Hij zat middenin het bombardement. In de maanden daarna zagen we ’s avonds vanuit ons dakraam allemaal Engelse vliegtuigen overvliegen en ‘s morgens om 06.00 uur zag je ze allemaal weer terugkomen. Zij hadden dan Duitsland gebombardeerd.’

Kende u onderduikers?
‘Mijn broers doken onder. Zij waren ouder dan ik en oud genoeg om in Duitsland in fabrieken te gaan werken. De meeste jonge mannen werden opgeroepen. Dat was omdat alle Duitse jonge mannen in de oorlog meevochten, waardoor er een tekort was aan arbeidskrachten in de Duitse fabrieken. Een heleboel Nederlandse mannen wilden natuurlijk niet naar Duitsland, dus die gingen onderduiken.

Wanneer mijn broers het bericht kregen van een razzia, gingen ze het land in naar een gesloopte boerderij, waar nog een kelder onder zat. Die hadden ze verbouwd. Bij dreiging gingen ze daarheen om onder te duiken.’

Hoe kwamen mensen aan eten in de oorlog?
‘Er was een hongerperiode tijdens het laatste jaar van de oorlog. Veel mensen kwamen met oude kinderwagens langs om te kijken of ze bij ons ergens in de buurt eten konden krijgen. Mijn vader was boer en was verplicht om melk te leveren aan de Duitse bezetter. Ook een aantal andere mensen kreeg melk van ons. Zoals de machinist van de tram. Als hij uit Alkmaar naar Bergen reed, trok hij aan de fluit en dan liepen wij naar de tram en gaven hem de melk. Als dank gooide hij dan wat steenkool uit de tram, zodat we brandstof hadden voor de kachel.

Sommige boeren waren verplicht om graan te verbouwen voor de Duitse soldaten. Zij hadden ook eten nodig. Tijdens het oogsten van het koren vielen er aren links en rechts. Mijn broer en zus kwamen dan naar Warmenhuizen met de tram om aren te zoeken en keerden terug met zakken vol!

Mijn vader sloeg de aren stuk, dorsen noemde je dat, en wij maalden de granen in de koffiemolen tot meel. Daar maakte mijn moeder weer brood van.’

Wanneer was u het bangst?
‘Op een dag stortte een Canadees vliegtuig neer op tien meter van ons huis. Het vloog in brand. In het vliegtuig zaten zes piloten, van wie drie de crash overleefden.

Deze drie piloten stonden na het ongeluk bij ons op de stoep voor hulp. Maar omdat mijn twee broers bij ons zaten ondergedoken, vond mijn moeder het te gevaarlijk. De piloten bleven bij ons op de stoep zitten totdat de Duitse soldaten kwamen om hen op te pakken. Deze drie piloten liggen begraven op de begraafplaats hier in Bergen.’

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892