‘Op de bovenste verdieping woonden soldaten, geen Duitsers maar Polen’


Melek, Mason, Finn en Quinn vertellen het verhaal van Truus van Bokhoven
Kloetinge

Truus van Bokhoven woont vlakbij basisschool De Handreiking in Eindhoven. Melek, Mason, Finn en Quinn zijn daarom in een paar minuten lopen bij haar huis. Ze wacht ze op en heeft al sap voor ze klaargezet op het aanrecht. Op tafel liggen rantsoenbonnen uit de oorlog. Ze zien er nog heel netjes uit, en lijken helemaal niet oud. Mevrouw Van Bokhoven komt uit een gezin van twaalf kinderen, volgende week wordt ze 88 jaar.

Hoe was de oorlog voor u?
‘We zijn in de oorlog van Amsterdam naar Zeeland verhuisd en woonden in het buitenhuis van een deftige dame, zij woonde toen in Brussel. Op de bovenste verdieping verbleven soldaten, maar het waren geen Duitsers, het waren jonge Poolse mannen. De Duitsers hadden ze krijgsgevangen gemaakt toen ze Polen als eerste land binnenvielen. Ze kregen de keuze: krijgsgevangenschap of vechten voor Duitsland. We hadden geen last van ze.

Echt gevochten werd er bij ons niet. We hoorden regelmatig de vliegtuigen en bommen overkomen. Dat was een zwaar en beangstigend gebrom. De V1 was een rare bom, een soort raket die op een doel werd afgeschoten, die bestuurden ze dus op afstand. 
Aan het einde van de oorlog had je nog de V2-raketten. Ze werden ‘vliegende bommen’ genoemd en waren bestemd voor Engeland.’

Hoe was het leven daar?
‘Het leven op het platteland was heel vrij. Ik hielp graag mee bij de boeren in de buurt, vooral met de koeien. Ik mocht met een stok op de billen slaan om ze de weg te wijzen. Ook blies ik wel eens kikkers op met een rietje.

De Duitsers pikten van alles in, zoals fietsen en karren. Het mooie huis waar we woonden, lag aan een oprijlaan en had een grote blinde muur. Op een dag sloeg een boerenkar met twee paarden op hol. Een Duitse soldaat probeerde de kar tegen te houden, maar werd tegen die blinde muur geslingerd. De paal zat tussen zijn benen en hij had vreselijke pijn. Zoiets vergeet je als kind niet meer.’

Hoe was de bevrijding voor u?
‘De dag voor de bevrijding zaten we met de hele familie te schuilen onder de trap, terwijl buiten het schieten maar doorging. De Canadese soldaten waren in de buurt. Twee Duitse soldaten hadden aan mijn vader gevraagd of ze in het schuurtje mochten slapen en drie Canadese soldaten kwamen ze de volgende morgen halen. Maar ze verstonden elkaar niet.
 De Duitsers snapten niet dat ze hun helm af moesten doen. De Canadezen schoten toen vlak bij hen op de grond om ze dat duidelijk te maken. Als klein kindje is dat best spannend.
’

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892