Onder de grote wasketel vol met poepluiers, zat de radio verstopt’


Daniël, Lou en Sam vertellen het verhaal van Jan Jansen
Amsterdam-Noord

Daniël, Lou en Sam van de Twiskeschool wachten in de OBA in de Molenwijk op Jan Jansen. Voor het interview hebben alle drie een briefje in de hand met de vooraf bedachte vragen. Meneer Jansen woont in Tuindorp, dus het is maar een klein wandelingetje naar de bibliotheek.  Ze maken kennis en krijgen een lekker kopje thee. Hij heeft een tasje bij zich met een knijpkat (een zaklamp zonder batterijen) en foto’s van de polder en zijn huis.

 Waar bent u opgegroeid?
‘Ik ben geboren in 1940 en woonde in de oorlog in de polder op een terrein waar ook een kruitmagazijn was, waar ook munitie bewaard werd.Op dat terrein kwamen in de oorlog ook Duitsers, die de bewaking gingen over nemen. We woonden in een dubbel woonhuis, maar een  gedeelte was voor de Fortwachter, de kruithuisbewaker, maar daar gingen dus die Duitsers in. Nou, daar woonden we dus naast. Daar hadden we geen last van hoor, die waren niet boos op ons of zo.  Ze vonden het wel leuk als mijn moeder af en toe iets voor ze ging braden. Ze namen vlees mee en dan sneed zij er stiekem stukjes af voor de kinderen. En dan vroegen de Duitsers ‘Frau Jansen, ist dass kleiner?’ en dan zei mijn moeder dat dat door het braden kwam. En zo kregen de kinderen soms een klein stukje vlees.’

Wat was het spannendste moment in de oorlog? Heeft u een bom horen vallen?
‘Ja, dat heb ik wel gehoord toen, maar ik woonde beschermd. Ik heb ook een luchtgevecht gezien. Er werden wel eens vliegtuigen naar beneden geschoten. Dat wel. Mijn vader had ook een jachtvergunning en die geweren moesten ook ingeleverd worden. Die Duitsers wisten dat wij geweren hadden dus. Maar wat gebeurde er? Een van mijn oudste zusters had de geweren gepakt en in het kanaal gegooid. Ze lagen op de bodem. Mijn vader die moest die geweren weg brengen, maar hij kon ze niet vinden. Zegt mijn zus: ‘Die heb ik in het kanaal gegooid.’ Hij heeft ze gelukkig gevonden, schoongemaakt en ingeleverd. Anders was het misschien wel slecht afgelopen. Dat was wel spannend.’

Hadden jullie een radio?
Was ik bijna vergeten. Goed dat je dat vraagt. Vroeger had je een kastje met daarop een luidsprekertje. Er werd naar Radio Oranje geluisterd en ze moesten ingeleverd worden. De Duitsers kwamen ze ook zoeken in huis. Maar mijn vader had een grote wasketel, en die zat vol met poepluiers. Onder die luiers was de radio verstopt. Daar gingen ze echt niet zoeken.’

Wat deed u toen de oorlog voorbij was?
‘Nou, ik was 4 jaar en mijn moeder zei: ‘Het is vrede’. Maar we hoorden heel in de verte gebrom, brrrom brom brom..Waren allemaal vliegtuigen. Nou, dat waren er wel honderd en wat kwamen die doen? Die kwamen heel laag overvliegen en dan lieten ze pakketten vallen en daar zat eten in. Oh, dat was zo lekker: brood, koekjes, blikjes corned beef en repen chocola… Ik had nog nooit chocola gehad.
Ik was altijd aan het duimen vroeger en dan vroeg mijn oma: ‘Wat zit er in je duim Jantje?’ ‘Er zit chocola in.’ zei ik dan. Maar pas later, na de oorlog, kreeg ik voor het eerst een stukje chocola.’

 

 

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892