‘Omdat ik nog maar drie jaar oud was, werd ik in een klein schoenenkastje gestopt’


Thijs, Moos, Sabri en Tristan vertellen het verhaal van Marten Wijbenga
Amsterdam-Noord

Thijs, Moos, Sabri en Tristan uit groep 7 van de Twiskeschool hebben een bijzonder interview afgenomen op school met Marten Wijbenga. Hij is geboren in 1940 en inmiddels 85 jaar oud. Meneer  Wijbenga heeft zijn hele leven op de NDSM-werf in de scheepsbouw gewerkt. Tijdens de oorlog woonde hij met zijn ouders, twee oudere zussen en hun honden in de Kanariestraat. Ondanks de moeilijke tijd probeerden zij als familie plezier te houden met eenvoudige spelletjes. Zijn verhalen en persoonlijke herinneringen maakten veel indruk.

Was u bang in de oorlog?
‘Ik was eigenlijk te jong was om de oorlog echt te begrijpen, maar dat er bommen vielen is me altijd bijgebleven. Bij de eerste bommen die in onze buurt ging er geen luchtalarm af. Mijn twee zussen stonden toevallig in de tuin en riepen mijn vader toen zij vliegtuigen zagen overvliegen. Mijn vader begreep meteen dat het helemaal mis was. We zochten direct dekking. Omdat ik nog maar drie jaar oud was, werd ik in een klein schoenenkastje gestopt zodat ik niet zou rondrennen terwijl de bommen vielen. Het deurtje werd op slot gedraaid. De rest van ons gezin schuilde in de wc. Dat was een slimme plek, omdat de muren daar dicht bij elkaar staan; als het huis zou instorten, had je daar de grootste kans om te overleven.’

Was er wel genoeg te eten in de oorlog?
‘Eten was in de oorlog een groot probleem, de winkels hadden niets. Mensen gingen op de fiets – vaak zonder banden – naar de boeren in Noord-Holland. Daar ruilden ze sieraden of andere waardevolle spullen voor eten. Niet iedereen had spullen om bij de boer te ruilen, maar ik had een slimme vader. Mijn vader werkte als schipper op de pont van het GVB en droeg daarbij een uniform én hij had een Ausweis – een speciale pas waarmee je ’s avonds laat op straat mocht zijn. Dankzij die Ausweis kon hij zich ’s nachts vrij bewegen. Hij ging dan niet alleen naar zijn werk, maar soms ook de straat op om kolen of olie te stelen, of om diesel af te tappen van grotere schepen. Die brandstoffen kon hij later bij de boer ruilen voor eten voor zijn gezin. Het was in die tijd echt overleven, en mijn vader deed alles wat nodig was om zijn familie door de oorlog heen te helpen.’

Wat kan u vertellen over de Bevrijding?
‘In eerste instantie wilden de Duitsers zich niet volledig overgeven, en aangezien de scheepsbouw op de NDSM nog in Duitse handen was, bliezen de Duitsers alle machines, kranen en schepen die in aanbouw waren, op. Dit om te voorkomen dat de geallieerden er iets aan zouden hebben,
Daarnaast brachten ze in het Noord-Hollands kanaal en in het IJ verschillende schepen tot zinken. Die schepen werden gevuld met zand, zodat ze bijna niet meer te bergen waren. Hierdoor werd de vaarroute volledig geblokkeerd en kon niemand meer de stad in of uit.

Tijdens de Bevrijding trok iedereen in een grote optocht door Amsterdam-Noord en werd er uitbundig feestgevierd. Ik herinner m nog goed dat er een podium was opgesteld. Daar stond de plaatselijke kapper, die vrouwen kaal schoor en teer op hun hoofd smeerde. Dit gebeurde omdat deze vrouwen tijdens de oorlog een té gezellige band hadden gehad met Duitse soldaten. Dat werd toen ‘heulen met de vijand’ genoemd, en na de bevrijding werden zij daarvoor publiekelijk gestraft.’

Wat heeft u geleerd van de oorlog?
‘Ik heb vooral geleerd dat mensen liever en zorgvuldiger met elkaar moeten omgaan. Tijdens en na de oorlog zag ik hoe hard en onrechtvaardig mensen voor elkaar konden zijn. Ik vind het verdrietig dat mensen vandaag de dag nog steeds dezelfde fouten maken. Daarom is belangrijk dat we blijven leren van het verleden.’

 

 

 

 

 

 

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892