‘Na het Sinterklaasbombardement lagen de straatstenen op het bed’
Ilias, Joey, Yara en Josefien vertellen het verhaal van Ton Bakker
Akkerstraat
Ilias, Joey, Yara en Josefien van basisschool De Handreiking In Eindhoven lopen in een warme lentezon richting het huis van Ton Bakker. Hij is een kwieke man van in de 90, die nog steeds op zichzelf woont. Ze worden hartelijk ontvangen aan een grote tafel, met meneer Bakker in het midden en de kinderen om hem heen. Hij heeft er duidelijk plezier in om zijn verhaal te vertellen en de kinderen laten er geen gras over groeien en steken meteen van wal.
Wat zijn uw eerste herinneringen aan de oorlog?
‘Ik was pas 7 jaar oud toen de oorlog begon en woonde samen met mijn ouders, mijn broer en mijn zusje in Eindhoven. Ik herinner me de eerste geluiden van de oorlog nog goed. Wat voor mijn kinderoren eerst klonk als het gerinkel van de melkboer, bleek iets heel anders te zijn… Duitse soldaten marcheerden met veel lawaai door onze straat. Het was de komst van de bezetter, die als een onheilspellende dreiging de stad binnendrong. De oorlog was ook voor mij en mijn familie begonnen.’
Herinnert u zich het Sinterklaasbombardement?
‘De herinneringen aan het beruchte Sinterklaasbombardement zijn nog diep in mijn geheugen gegrift. Ik weet nog precies waar de eerste bom viel: recht voor onze deur, tegenover het huis waar ik woonde. De klap van de bom die volgde, was zo hevig dat de ramen in ons huis in duizend stukken uit elkaar sprongen. Glassplinters vlogen door de lucht en sommige mensen raakten gewond. De straatstenen lagen boven op het bed en op de hoofdkussens! Ik herinner me nog dat mijn vader hevig bloedde, moeder kon met haar handen nog net haar gezicht beschermen tegen rondvliegend lood. Gelukkig overleefden we het allemaal, maar ons huis was niet meer bewoonbaar.’
Waar zijn jullie toen gaan wonen?
‘Buren in de straat gaven ons tijdelijk onderdak. Twee Duitse broers woonden naast ons: de een op de bovenverdieping, de ander op de begane grond. De Duitse man beneden was vriendelijk, maar de man boven was een ander verhaal. Hij liep vaak dronken over straat en schoot in de lucht. Nadat we niet meer in ons huis konden wonen, bood de vriendelijke Duitse buurman ons tijdelijk onderdak aan in een huis aan de Staringstraat. Maar toen Tons vader ontdekte dat dit het huis van Joodse bewoners was die door de Duitsers waren weggevoerd, weigerde hij daar te blijven.
Gelukkig konden we onderdak vinden bij collega’s van mijn vader, maar dit bracht de familie op verschillende plekken. Vader en moeder en mijn zusje gingen naar de ene collega, en mijn broer en ik werden ondergebracht bij een andere collega, die nog bij zijn moeder woonde, samen met zes broers en zussen. Het was een groot huis, en al snel ontdekten we dat twee van de drie broers van deze collega actief waren in het verzet. Ze hielpen niet alleen mensen onderduiken, maar vooral veel Joodse families vonden een veilig onderkomen bij hen.’
Waren er ook leuke dingen in de oorlog?
‘Ja, er waren ook mooie momenten in deze donkere tijd. Zo konden wij, ondanks alles, met ons gezin in de kerst- en zomervakantie naar Texel. Het eiland was eigenlijk verboden terrein aangezien hier onder andere krijgsgevangenen verbleven. Maar dankzij de familie van mijn vader die daar woonde, kregen we een speciaal pasje om naar het eiland te reizen. Het was een welkome ontsnapping aan de ellende van de oorlog.’
Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.