‘Mijn vader heeft uiteindelijk ook een verzetskruis gekregen van koningin Beatrix’


Ferre, Louis en Faiza vertellen het verhaal van Janny Praamsma
Amsterdam-Noord

 

Janny Praamsma  is zelf geboren net na de oorlog maar ze vertelt  van de Twiskeschool over veel van haar familieleden die in de oorlog in het verzet zaten. Ze heeft nog voedselbonnen uit de oorlog tijd en een oude krant van de bevrijding. Het verhaal maakt veel indruk op leerlingen.

Hoe was het voor uw moeder om zoveel broers en zussen te hebben?
Mijn moeder Sophia groeide op in Amsterdam-Noord in een groot gezin. Ze was de middelste en had acht broers en zussen. Toen de oorlog net begon was mijn opa het er helemaal niet eens. Hij ging eigenlijk meteen al in het verzet. Hij zag de maatregelingen tegen de Joden en dacht; daar ga ik niet aan meewerken! Mijn opa werkte bij de tram, hij was tramconducteur in Amsterdam. Ze wisten toen nog niet precies wat er met Joodse mensen gebeurde. Hij was één van de eerste mensen bij de tram die gingen staken op dinsdagochtend 25 februari 1941. Dat heet nu de Februaristaking. Hij heeft zijn collega’s opgeroepen om hetzelfde te doen. Door het werk neer te leggen dachten alle mensen ineens: wat gebeurt er nou, de trams rijden allemaal niet?  De stakers zeiden: ‘we doen dit, omdat we willen dat iedereen weet dat wij ertegen zijn dat alle Joodse mensen worden opgepakt’. In het Verzetsmuseum hangt nog altijd een grote foto van mijn opa.
In diezelfde tijd werd mijn oma ziek, ze kreeg borstkanker waaraan ze overleed. Toen moest mijn moeder op haar 15e al voor het hele gezin zorgen. Best zwaar natuurlijk en heeft ze niet verder kunnen leren. De oudste kinderen werkten al allemaal namelijk. De twee oudsten; Antoon en Bertus werkten allebei in de Fokkerfabriek in Amsterdam-Noord.’

Wat voor werk deden Antoon en Bertus precies bij de Fokkerfabriek?
In die fabriek in Amsterdam-Noord maakten ze vliegtuigonderdelen. Tijdens de oorlog dachten de Duitsers dat is handig zo’n fabriek, dus ze namen de leiding over.  Bertus en Antoon wilden helemaal niet voor de Duitsers werken. Ze verzamelden een groep van zeven man om zich heen en met z’n negenen hebben ze vliegtuigonderdelen gesaboteerd, expres verkeerd in elkaar gezet. Een klein beetje maar, anders zou het opvallen, maar genoeg om schade aan te richten. Op een gegeven moment hadden de Duitsers in de gaten dat er iets niet goed was. Ze zijn toen naar het huis van mijn moeder gegaan en hebben het hele huis doorzocht, op zoek naar aanwijzingen. Ze vonden niks, maar ze hebben wel het hele gezin, alle kinderen en dus ook mijn moeder en mijn opa meegenomen en in de gevangenis gegooid. Er was op dat moment toevallig net een buurman die even een pan soep kwam brengen in de keuken. Hij werd ook meegenomen. De twee kleinste kinderen lagen op dat moment beneden in de kelder lagen te slapen. Die werden alleen achtergelaten. Mijn moeder die vond dat vreselijk. Het idee dat haar kleine broertje en zusje een paar dagen helemaal alleen thuis waren. Ze zijn allemaal ondervraagd. Gelukkig werden ze na een paar dagen vrijgelaten, omdat ze niks vonden. Maar Antoon en Bertus hebben een half jaar gevangen gezeten. Uiteindelijk is de hele groep die bij Fokker saboteerde, doodgeschoten.  Op 19 november 1942 zijn mijn ooms in Soesterberg gefusilleerd. Antoon was toen 23 jaar en Bertus 21. In de Twiskebuurt in Noord is een verzetsheldenbuurt en daar is een straat vernoemd naar mijn ooms, De A. en B. Wolfswinkelweg. Als ik vroeger bij mijn opa binnenkwam, stonden er altijd foto’s van mijn ooms meteen in het zicht op de kast. Hij was ook vaak verdrietig. Hij had een speciaal fotolijstje gemaakt en daarin had hij de tekst gekerfd; ‘zij vielen opdat wij konden leven’.’

Wat heeft uw vader meegemaakt in de oorlog?
‘Mijn vader was toen de oorlog uitbrak een militair en was getrouwd met Helena, een Joodse vrouw. Joodse mensen mochten in de Tweede Wereld Oorlog steeds minden en moesten een Jodenster dragen. Mijn vader wilde een keer met zijn vrouw naar een muziekvoorstelling gaan in de Bellevue, ondanks dat dit niet mocht. Alles ging goed en de volgende dag is Helena weer gaan werken, maar helaas heeft iemand haar verraden. Ze is die dag door de Duitsers meegenomen en mijn vader heeft haar nooit meer gezien. Mijn vader was erg verdrietig en erg boos, hij is toen ook het verzet in gegaan. Hij is naar meerdere adressen geweest en kwam zo een keer uit bij zijn tante. Die tante was hertrouwd met mijn opa. Bij haar kwam hij mijn moeder Sophia tegen. Hij heeft uiteindelijk ook een verzetskruis gekregen van koningin Beatrix, voor het helpen van vervalsen van paspoorten, het ophalen en brengen van spullen en mensen.’

 

 

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892