‘Mijn tante nam ons mee op excursie naar de plantages en vertelde er over’


Leo, Benjamin en Lara vertellen het verhaal van Gisèle Mambre
Curaçao

Op een zonnige middag bezoeken Leo, Benjamin en Lara van basisschool de Talisman in Eindhoven Gisèle Mambre. Ze is in 1970 geboren in Willemstad, de enige stad van Curaçao. Op haar achttiende vertrok ze naar Nederland om te studeren. Nu woont ze al meer dan dertig jaar in Nederland, langer dan ze ooit op Curaçao heeft gewoond. Ze werkt als journalist, schrijft verhalen en zit in de gemeenteraad van Eindhoven, waar ze de inwoners van de stad vertegenwoordigt.

Hoe was het om op te groeien in Curaçao?
‘Ik ben in het ziekenhuis in Willemstad geboren. Het klimaat is er altijd warm, zo rond de veertig graden. Als kind was mijn jeugd heel vrij en speels. Alle stranden waren toegankelijk, iedereen kon overal naartoe. Dat is nu een beetje veranderd, het eiland is veel toeristischer geworden en daarmee ook commerciëler.

Wij woonden in de stad, maar er woonden ook familieleden op het platteland. Zij woonden in houten huizen of in een soort hutten met een dak van maïsbladeren. Op Curaçao zijn ook veel landhuizen. Dit zijn grote huizen van rijke Nederlanders die vroeger mensen tot slaaf maakten. De meeste van die huizen worden nu niet meer bewoond. Sommige zijn gekocht door de families van vroegere tot slaaf gemaakten. Zij maakten er vooral musea van zodat de verhalen over het slavernijverleden kunnen worden doorverteld.’

Wat weet u over uw voorouders?
‘Ik heb drie van mijn vier grootouders gekend. We trokken veel naar de familie van mijn moeder, dus ik ben meer opgevoed met de verhalen van die kant. Mijn oma paste ook vaak op ons en heeft ons echt grootgebracht met haar verhalen.

Van mijn overgrootouders weet ik heel weinig. Die zijn nog wel tijdens de slavernij geboren, maar daarover is bijna niets opgeschreven. Er zijn geen archieven met verhalen die ik in kan kijken. Dat komt heel vaak voor.

Ik heb meegedaan aan een serie van de Volkskrant over het opzoeken van je voorouders. Ze hebben mensen geholpen door uitgebreid archiefonderzoek te doen naar familielijnen. Ze hebben de namen weten terug te vinden van drie vrouwen in mijn voorlijn, dat zijn mijn zogeheten voormoeders. Op Curaçao kun je namelijk alleen dingen over de moeders vinden. Dat komt omdat vroeger alleen werd bijgehouden of een vrouwelijke tot slaaf gemaakte een kind kreeg. Wie de vader was, werd niet opgeschreven.

Drie namen, dat is alles wat ik heb. Meer niet, want er werd verder niet bijgehouden hoe ze leefden of wat ze hebben gedaan. Dat vind ik jammer. Je probeert iets in te vullen, maar je mist echt iets. Ik schrijf zelf verhalen, en op basis van wat we weten over de slavernij probeer ik me een beeld te vormen van hoe het voor mijn voorouders heeft kunnen zijn. Maar het is niet gebaseerd op de echte waarheid van hun leven.’

Kreeg u vroeger les op school over de geschiedenis van Curaçao?
‘Op school kregen we vrijwel alleen maar geschiedenisles over Europa, hetzelfde onderwijs als in Nederland. Niet veel over de slavernij en bijna niets over het eiland zelf. Maar ik had een tante die geschiedenislerares was. Die vond geschiedenis heel belangrijk en vertelde ons altijd veel verhalen over het slavernijverleden van Curaçao. In de grote vakantie maakte ze vakantiereisjes met mij, mijn nichtjes en neefjes, mijn broertje en zusje. Dan gingen we op excursie naar de plantages op het eiland en vertelde ze er van alles over. Dat is een van de leukste en fijnste herinneringen van mijn jeugd. Dankzij mensen als mijn tante heb ik veel meer geleerd dan wat ik op school heb meegekregen.’

Hoe was het om naar Nederland te komen?
‘Ik kwam naar Nederland om te studeren. Op het eiland kon dat niet. De meeste jongeren gingen in die tijd naar Nederland. Ik wilde het liefst naar Amsterdam, maar dat mocht niet van mijn moeder, zij vond het te groot. Ze wilde dat ik ergens naartoe ging waar ook familie van me was. Mijn neef studeerde in Zwolle en in de buurt woonden ook wat neven en nichten van mijn moeder. Vandaar dat ik in Zwolle ben terechtgekomen.

Het was moeilijk om mijn thuis en familie achter te laten, maar tegelijkertijd ook leuk. Ik was 18 jaar en wilde nieuwe dingen ontdekken. Achteraf ben ik ook heel blij dat ik in Zwolle terechtgekomen ben. Het is echt een prachtige stad. Ik ben in Zwolle eerst naar de lerarenopleiding gegaan. Dat heb ik twee jaar gedaan. Toen ontdekte ik dat het niet per se is wat ik wilde doen. Daarna ben ik geswitcht naar journalistiek.’

Hoe is het leven hier in Nederland?
‘Ik vind het fijn dat ik hier heb kunnen studeren en werken. Alles wat ik heb willen doen, heb ik hier kunnen doen. Maar ik vind het soms jammer dat ik vaak een van de weinige zwarte mensen ben. De meeste mensen in mijn omgeving lijken niet op mij. Als ik op Curaçao ben, zie ik vooral mensen die op mij lijken. In de gemeenteraad van Eindhoven ben ik de enige zwarte vrouw. Er zijn wel mensen van andere nationaliteiten, maar dat je een van de weinigen bent van een andere afkomst, dat merk je wel.’

Heeft u te maken gehad met racisme en nare opmerkingen?
‘De eerste keer dat ik een nare opmerking kreeg, was ik heel boos. Inmiddels ga ik er soms ook wel eens met humor mee om. Soms zeggen mensen: ga terug naar je eigen land. Dan denk ik: dit ís mijn land. En als ik terug zou gaan naar mijn eigen land, is het nog steeds Nederland, want Curaçao hoort bij Nederland. Dat snappen ze dan niet.

Maar soms is discriminatie ook subtieler. Niet meteen: ga terug naar je eigen land. Maar meer van: oh, jij zit ook in de gemeenteraad? Alsof ik dat niet zou kunnen. Of: oh, heb je ook gestudeerd? Dat zijn ook nare opmerkingen, gebaseerd op de aanname dat ik bepaalde dingen niet zou kunnen. Ze zeggen het dan niet zo direct, maar ze bedoelen het wel. Dat soort opmerkingen zijn soms gemener dan de directe uitspraken.’

Gaat u ook naar de herdenking van de slavernij?
‘Zeker, elk jaar. Op 1 juli wordt herdacht dat de slavernij officieel is afgeschaft in 1863. Dat heet Ketikoti, wat letterlijk ‘verbroken ketenen’ betekent. Dat is voor mij een belangrijke dag. Samen met anderen heb ik in het Parktheater een Ketikoti-herdenking opgezet, nog voordat het officieel door de gemeente werd opgepakt. Vanaf 2023 wordt het officieel gevierd, maar daarvóór waren wij er al mee bezig. Mensen gingen vroeger altijd naar Amsterdam om het te vieren, maar nu hebben we in Eindhoven onze eigen gelegenheid. Daar ben ik trots op!’

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892