Oorlog in mijn Buurt
‘Als er ooit zoiets gebeurt, mag je twijfelen aan gezag’
Amaril, Danica, Mitchell, Valerie ontmoeten Vera Wijsman
Naya, Lize, Dax en Matthew bezoeken verpleeghuis Douvenrade voor een bijzonder interview over de Tweede Wereldoorlog in Heerlen. In het restaurant zitten ze aan tafel met Sheila Meinhardt, die vertelt over haar oma, Maria Steinbach, een Sinti-vrouw die de oorlog overleefde. Ze deelt herinneringen die ze van haar oma en familie heeft gehoord en toont indrukwekkende schilderijen die ze zelf maakte. De kinderen, die hun vragen hebben voorbereid, luisteren aandachtig terwijl Matthew foto’s maakt.
Kunt u vertellen over uw oma en hoe ze hier in Heerlen woonde?
‘Mijn oma Maria, ofwel mami zoals wij het zeggen, werd geboren in Heerlen in 1920. Ze woonde met haar familie in een woonwagenkamp op de Heksenberg bij de Brunssummerheide. Een woonwagenkamp ligt vaak buiten het bewoonbare gebied, in een hoek waar Sinti-gemeenschappen samenleefden.
De woonwagens waren van hout, getrokken door paarden, en vanbinnen mooi bewerkt. Kinderen konden vrij spelen, de mensen plukten kruiden in de bossen en leefden dicht bij de natuur. Het was een ongedwongen leven. Later trokken ze naar Eindhoven, waar het leven plotseling heel anders werd.’
Wat veranderde het leven van uw mami?
‘Op 16 mei 1944 werd mami opgepakt door de politie van Eindhoven samen met de nazi’s. Er vond een razzia plaats en iedereen op het kamp werd meegenomen. Het gebeurde heel vroeg in de ochtend, onverwachts. Alles moest snel worden ingepakt, er was geen tijd om knuffels of persoonlijke spullen mee te nemen.
Mijn mami had een dochter van twee, Helene, en een kind op komst. Haar man, mijn opa, was al eerder opgepakt op 9 mei en naar kamp Amersfoort gebracht. De familie werd naar kamp Westerbork gebracht en verbleef daar kort voordat ze drie dagen lang in een veewagon naar Auschwitz werden vervoerd. Tijdens die reis was er nauwelijks eten of drinken, en het was heel zwaar voor kleine Helene.’
Wat gebeurde er in Auschwitz?
‘In Auschwitz werden vrouwen en mannen gescheiden. Mijn oma belandde in het ‘Zigeunerlager’. Kleine kinderen werden meteen gescheiden van hun moeder en geselecteerd om vermoord te worden. Op 4 juli werd Helene, twee jaar oud, vermoord. Op 9 juli werd de pasgeboren Jozef vermoord, hij was op 23 mei geboren. De Duitsers vonden dat kinderen niets waard waren, omdat ze niet konden werken.
De barakken in het kamp waren lang en smal, met stapelbedden en harde vloeren. Er was geen eten of dekens. Ondanks alles overleefde mijn oma door haar enorme innerlijke kracht. Later werd ze overgebracht naar kamp Ravensbrück en kon daar werken, waardoor ze het overleefde.’
Hoe kon u oma overleven?
‘Mijn oma werkte hard in het vrouwenkamp en werd uiteindelijk bevrijd toen de Amerikanen Ravensbrück binnenvielen. Ze kon zich herenigen met mijn opa en begon langzaam een nieuw leven, bijna alles wat ze bezat was weg: hun woonwagen, viool, gitaar en andere spullen.
Ze sprak nooit over de oorlog, maar ik heb de puzzelstukjes bij elkaar gezocht. Haar verhaal leert dat trauma niet alleen verdriet is, maar ook kracht kan geven. Haar veerkracht hielp haar overleven en inspireert ons nog steeds.’
Hoe ging het verder na de oorlog?
‘Na de bevrijding moesten ze opnieuw beginnen, geld verdienen langs de deuren en hun leven weer opbouwen. Ondanks het verlies en verdriet, was ze blij haar man terug te zien. Mijn oma overleed in 1995 op 75-jarige leeftijd, en ik vertel haar verhaal nu, zodat haar herinnering en de herinnering aan de kinderen die vermoord zijn niet verloren gaan.
Toen ik geboren werd heb ik een stukje van het trauma van mijn oma meegekregen. Dat heet trans-generationeel trauma. Het zijn een soort verborgen wonden, littekens die je van buitenaf niet ziet. Daar heb ik een schilderij over gemaakt, dat zijn de wonden van mijn ziel.’
Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.