Oorlog in mijn Buurt
‘Als er ooit zoiets gebeurt, mag je twijfelen aan gezag’
Amaril, Danica, Mitchell, Valerie ontmoeten Vera Wijsman
Stanislaw, Ysaira, Jolie, June en Luca komen met z’n vijven naar het verzorgingstehuis in Heerlen om mevrouw Frijns te interviewen. Ze hebben op school vragen bedacht die ze haar willen stellen. Stanislaw maakt de foto’s. Met z’n allen nemen ze plaats in een gezellig hoekje, om vervolgens om de beurt een vraag te stellen.
Kunt u zich nog herinneren hoe uw leven eruitzag toen de oorlog begon?
‘Ik was tien jaar oud toen de oorlog begon. We woonden met ons gezin aan de Markt in Simpelveld, op de Molsberg. We waren met zes kinderen thuis, vier jongens en twee meisjes. Mijn vader werkte in de mijnen als ondergronds opzichter. We hadden het niet breed, maar we kwamen niets tekort. Toch wisten we niet wat er allemaal zou gaan gebeuren.’
Wat was uw eerste herinnering aan de oorlog?
‘In het begin herinner ik me vooral de vliegtuigen. Ze kwamen heel vroeg in de ochtend over, rond vier of vijf uur. De lucht was zwart van de vliegtuigen. Ik lag nog in bed en hoorde het zware gebrom. Mijn moeder zei: ‘Och, och, nu krijgen we oorlog’. Wij wisten helemaal niet wat ons te wachten stond. Het was angstig, maar ook onwerkelijk.’
Hoe kwam de oorlog uw dorp binnen?
‘Niet veel later kwamen de Duitsers het dorp binnen. Ze marcheerden met een hele groep door de straten, met geweren en zelfs een tank en kanon erbij. Dat maakte diepe indruk. Opeens was de oorlog niet meer iets van ver weg, maar stond hij gewoon voor je deur.’
Hoe was school in die tijd?
‘School was heel anders tijdens de oorlog. We moesten in het dorp blijven voor school. Er werd in Simpelveld een huishoudschooltje gemaakt voor de zevende en achtste klas – dat is nu de eerste en tweede klas van de middelbare school. Daarna moest je gaan werken; pas met veertien jaar mocht je officieel aan het werk.’
Merkten jullie al dat de oorlog op zijn einde liep?
‘Tegen het einde van de oorlog merkten we dat er iets ging veranderen. Simpelveld ligt vlak bij Duitsland en we hoorden dat er in Aken gebombardeerd werd. ’s Nachts was het dan soms heel licht aan de hemel, door al dat vuur en die explosies.’
Kunt u zich de bevrijding nog herinneren?
‘Bij de bevrijding kwamen de Amerikanen. In de weilanden van de boeren stonden tanks en auto’s, het leek wel een legerplaats. Wij liepen daar gewoon tussendoor, tussen die soldaten. We waren niet bang. We kregen snoep en chocolade van hen, dingen die we al heel lang niet meer hadden gehad. De Amerikanen kwamen ook bij ons thuis. Ze hadden daar een wagen staan waarin ze schrijfwerk deden. Bij ons thuis hadden we een grote kamer en die gebruikten zij als kantoor.’

Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.