Oorlog in mijn Buurt
‘In 1941 hoorde ik voor het eerst dat ik Joods ben’
Boris, Dex, Faizalina, Nora ontmoeten Marian Smook
Dwayne, Saba en Titi zetten de koekjes en de theekopjes klaar. We zitten in de Maakplaats van de Bibliotheek Molenwijk en wachten op Henk Bharos. Hij komt aangelopen in een vrolijke bui en maakt zijn tas open, legt wat bijzondere voorwerpen op het krukje naast hem. Meneer Bharos is geboren in 1950 in Paramaribo, de hoofdstad van Suriname. Zijn achternaam Bharos komt uit India. Hij komt uit een gezin met 10 kinderen. In 1972 ging hij naar Nederland.
Hoe was uw kindertijd in Suriname?
‘Mijn kindertijd was druk. Mijn vader had een groot stuk land, een tuin, waar ik vaak plantte. Ik was daar veel mee bezig, met het planten van dingen. Soms stalen we dingen, zoals bamboestokjes, bij de buren. Als de hond kwam, renden we weg. Mijn vader had ook een tuin in het dorp. Uit Holland kwam hij met kuikentjes in een doosje. Op zondag maakten we de tuin schoon en zetten we dopjes (snavelkapjes) op de kuikentjes. Het was leuk om dat samen te doen.’
Wat voor werk deed uw vader?
‘Mijn vader was een bakker bij een Chinese bakkerij. Er was altijd genoeg brood voor ons tienen in huis en hij bleef dat doen voor jaren. Later stichtte hij een pindakaasbedrijf op, dat veel beter was, want het werd een groot succes in Suriname. Hij was altijd druk, want hij moest allemaal pindakaas bezorgen bij gewone supermarkten, maar ook bij bijvoorbeeld ziekenhuizen.’
Waarom ging u naar Nederland?
‘Ik als jongen hield niet van leren en had het meeste belangstelling voor de apparatuur. Ik merkte dat mijn vader dat verwaarloosde en dat veel apparaten begonnen te slijten, dus hielp ik met de techniek. Ik wou graag techniek doen en mijn vader zei dat ik naar Nederland moest gaan omdat er daar meer kansen waren. Ik zei ´Holland is veel te koud´ maar er was blijkbaar een opleiding in Nederland voor techniek die 4 jaar duurde en heb ik die toen gevolgd. Zo ben ik dus in Nederland terechtgekomen.’
Wat betekent een kolonie voor u?
‘Kolonie betekent voor mij; dat wij niet de baas zijn. Toen ik jong was, fietste ik naar Broekeponde, waar Amerikanen woonden. Een man pakte mijn hand en zei: ‘Je mag hier niet fietsen.’ Ik zei: ‘Dit is mijn land, ik mag overal fietsen.’ Dat was het begin van mijn revolutie. Later hoorde ik dat Suriname aluminium exporteerde en Holland daar 50 cent per ton voor kreeg, zonder iets te doen. Dat is stelen. Een kolonie is niet goed, iedereen moet vrij zijn.’
Wat voor planten kweekt u?
‘Ik kweek kalebassen, rode bieten, en saffraan. Saffraan is een duur kruid, maar ik pluk het vers voor mijn eten. Ik geef ook workshops en verkoop zaadjes op de stekjesmarkt!’
Heeft u een geloof?
‘Mijn vader was moslim, maar ik ben opgevoed met verschillende geloven in de familie. Ik doe mee aan Ramadan en geef mijn dochters een islamitische opvoeding. Ik praat niet veel over geloof, maar ik vind het belangrijk om samen te zijn. Ik word blij als ik andere mensen blij zie. En waar ik ook blij van wordt: zon en warmte. Als de zon schijnt, ben ik vrolijk.’


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.