‘Ik was op een dag buiten toen Piet op sokken onze straat in rende’


Stef, Lucas en Amanda vertellen het verhaal van Nijmegen

Tijdens een vijfgangendiner in het ROC-restaurant spreken Stef, Lucas en Amanda, studenten van het ROC Nijmegen, met de 89-jarige Jaap Mooi. Het is een gesprek over oorlog, de strijd van vandaag en de waarde van een diploma.

Hoe begon de Tweede Wereldoorlog voor u en uw gezin?
‘Ik ben geboren in 1937 in de Beethovenstraat in Nijmegen-Oost, recht tegenover het Sportfondsenbad. Ik woonde met mijn drie zussen, een broer en mijn ouders.

Mijn vader werkte bij het kadaster. Op een gegeven moment stond hij op de zwarte lijst. Er kwam een NSB’er in uniform bij hem op kantoor. Het was een bekende Nijmeegse ondernemer en hij wilde een huis van Joodse mensen die opgepakt waren, op zijn naam laten overschrijven. Mijn vader draaide zijn stoel om en weigerde mee te werken. Daarop kwam hij op de zwarte lijst te staan.

Ik was drie jaar toen de oorlog begon. Mijn herinneringen zijn vooral aan het einde van de oorlog, vanaf 1943 of 1944. Mijn moeder lag vaak ziek op bed, en als zevenjarige wilde ik altijd naar buiten, ook al werd Nijmegen de hele dag beschoten. Er was op straat en bij het zwembad bij ons aan de overkant, het Sportfondsenbad, altijd iets te doen. Het plein bij het zwembad trok aan mij als een magneet: eerst kwamen de Duitsers zwemmen, later de Engelsen en Amerikanen, en ik zat er altijd tussen.’

Wat is uw eerste herinnering aan de oorlog?
‘Mijn eerste herinneringen beginnen in 1943 bij de spoorwegstaking. Toen de spoorwegstaking uitbrak, liet het personeel van het Sportfondsenbad uit solidariteit met de stakers het zwembad leeglopen. Er stond nog maar een laagje van 3 centimeter water in. Toen de Duitsers kwamen zwemmen, waren ze woedend. Ze stonden met geweren voor het zwembad en gingen op jacht naar het personeel van de spoorwegen dat de staking had veroorzaakt. Ze vonden niemand, behalve de vrouw van de machinist. Die hebben ze meegenomen, en zij is later in een concentratiekamp vermoord. Wij kinderen keken vanachter het slaapkamerraam onder de gordijnen door en zagen dit allemaal gebeuren.’

Heeft u voorbeelden gezien van verzet in uw omgeving?
‘Mijn buurmeisje was verloofd met Piet Berkelaar, een Nijmeegse politieman. Politiemensen kregen de opdracht om Joodse gezinnen op te halen en te transporteren. Piet zat ook in een groep politiemensen die deze opdracht kregen. Maar Piet en een aantal andere agenten hadden afgesproken dat ze, zodra ze adressen kregen, de mensen eerst zouden waarschuwen: ‘Morgenavond komen ze je halen’, Zodat ze nog konden wegvluchten.

Wanneer de politie een dag later bij die deuren kwam om de mensen op te halen, was er niemand thuis. De bezetter kreeg argwaan en plaatste een ‘foute’ politieman in de groep, die de politiemensen die de mensen waarschuwden verried. Een aantal van deze agenten is opgepakt en later gefusilleerd in Wassenaar.

Ik was op een dag buiten toen Piet op sokken onze straat in rende. Hij bonkte op de deur naast ons huis. Hij werd binnengelaten. Ik liep ons huis binnen en zei tegen moeder: ‘Piet is op zijn sokken aankomen rennen en bij de buren’. Direct werd ik door moeder achter het huis gezet met haar hand voor mijn mond. Ze besefte hoe gevaarlijk de situatie was. Er kwamen meteen Duitse bezetters de straat in gerend. Ze zochten Piet. Ze liepen zelfs over de daken. Piet is niet gevonden en via via is hij in Delft terechtgekomen, waar hij tot na de oorlog bleef. Achteraf hoorden we dat hij door een foute politieofficier was gewaarschuwd. Dat is dan weer bijzonder.’

Welke gebeurtenissen hebben de meeste indruk op u gemaakt?
‘De meeste indruk op mij maakte de granatentijd. De Duitsers schoten de hele dag granaten over de stad en die vlogen soms ook over ons huis heen. Een granaat kwam over ons huis en sloeg bij de ingang van het zwembad door een ruit. Het vijftienjarige meisje dat bij de kassa zat, Truus Mast, werd in stukken verscheurd. Ik was buiten en ben nieuwsgierig naar de ingang gerend. Bij de hal stonden twee Amerikaanse soldaten bij hun auto. De granaat kwam op de motorkap en raakte deels de militairen, deels ging het stuk door de kassaruimte, waarbij Truus Mast om het leven kwam. Ook de twee Amerikanen kwamen om het leven.

Later in mijn leven toen het zwembad afgebroken werd en er een park op die plek kwam ben ik er als raadslid voor gegaan dat het park op die plek haar naam zou krijgen. Via de CDA-fractie is dat gelukt: het heet nu het Truus Mast Park.

Heel veel mensen zijn in Nijmegen-Oost omgekomen door granaten. In feite heb ik drie maanden met een engeltje op mijn schouder rondgelopen. Overal waren doden om me heen. Een granaat kwam door het dak van het huis naast ons in de huiskamer terecht.

Op een dag liep ik de Torenstraat op. De geallieerden hadden daar een hele diepe kuil gegraven om overtollige munitie in te gooien. Een groepje jongens had dat in de gaten en stak een lont, in benzine gehangen, aan. Alles vloog in brand en schoot de lucht in. De stukken munitie kwamen in woonhuizen terecht, onder andere bij onze buurman. Velen vonden hierbij de dood.’

Hoe probeerden jullie te overleven tijdens de gevaarlijkste periode?
‘In die tijd zochten mensen veiligheid in het zwembad. Wij ook. We doken onder in de catacomben. Er waren ook bedden neergezet. Ik sliep in de pijpelaar, samen met meer kinderen. We kregen blikken gecondenseerde melk. We zaten zeker een aantal weken in de catacomben en de machinekamer.

Voordat we in het zwembad gingen schuilen en het gevaarlijk werd, zette mijn vader bij luchtalarm altijd een tafel tegen de wand en legde alle kussens die we konden vinden op de tafel. Wij gingen eronder zitten. Ik zat tussen mijn drie zussen en broer. Ik maakte grapjes, maar de meiden waren bang en vonden dat niet leuk.’

Wat gebeurde er met Jan Dekkers?
‘Jan Dekkers drukte boekjes voor het verzet. De Duitsers hadden hem op de korrel en hebben hem verraden. Ze hebben hem opgepakt en naar de gestapo in Arnhem gebracht, waar ze hem hard martelden totdat hij bekende. Hij is naar een concentratiekamp in Duitsland gebracht. Hij is bevrijd door de geallieerden en lopend naar Nijmegen teruggekomen. Ik kende hem goed; ik heb na de oorlog met hem in de ondernemersvereniging gezeten.’

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892