‘Ik speelde liever op de kampong dan in mijn eigen wijk’


Luca, Silas en Dominic vertellen het verhaal van Els Winkelaar
Sambas, KalimantanAmsterdam Nieuw-West

Tweede- en derdeklassers Luca, Silas en Dominic van Spring High in Amsterdam Nieuw-West ontmoetten Els Winkelaar. Zij werd in 1952 geboren in Sambas Kalimantan en maakte in haar jeugd twee keer de overtocht naar Nederland mee.

Hoe lang woonde uw familie al in voormalig Nederland-Indië?
‘Mijn opa en oma zijn met 18 en 20 jaar naar Nederlands-Indië gegaan. Mijn ouders zijn daar geboren en hebben daar ook de oorlog met de Jappen meegemaakt. Mijn vader werd tewerkgesteld op de Birmaspoorlijn, mijn moeder heeft in een Jappenkamp gezeten. Een van mijn opa’s was militair en was krijgsgevangen gezet. Na de oorlog moesten we naar Nederland. Mijn vader wilde geen Indonesiër worden, want hij had een hele goeie baan en die zou hij dan kwijtraken. Mijn ouders hebben toen een paar jaar in Nederland gewoond, maar ze konden hier niet wennen, ze waren zo gewend aan het leven daar. En zo gingen ze weer terug. Indonesië was toen al onafhankelijk. In 1952 ben ik geboren, in Sambas op Borneo. Vanwege het werk van mijn vader verhuisden we van het ene eiland naar het andere. Ik heb op veertien verschillende scholen gezeten, zo vaak waren we verhuisd. Per briefpost hadden we contact met mijn opa en oma. Soms spraken we een bandje in op de bandrecorder en stuurden dat op.’

Merkte u als kind iets van de verschillen tussen bevolkingsgroepen?
‘Ik was gewoon kind daar, ik speelde met iedereen. Vlak bij ons huis was een kampong, een Indische woonwijk. Daar speelde ik veel liever dan met kinderen van mijn eigen wijk, waar alleen Nederlanders woonden. We hadden het goed daar, we vierden Sinterklaas zoals in Nederland. Niet met heel veel cadeautjes, hoor. We hadden een step die wel zeven of acht keer opnieuw geverfd is, zodat we elke keer dachten dat we een nieuwe kregen. En zo ging dat ook met het schommelplankje. We hadden het goed; we hadden bediendes in huis, een baboe die voor de was zorgde, een kokkie die kookte, een tuinman en djongos. Dat vond je als kind heel normaal. Die mensen wilden ook gewoon werken om geld te verdienen. Je zag ze niet als bediendes, ze hoorden bij het gezin.
Heel lang gingen de Nederlanders en Indonesiërs goed met elkaar om, totdat de onafhankelijkheidsstrijd erger werd. Ik herinner ik me dat ik met een vriendinnetje naar de bioscoop ging, de laatste Nederlandse film draaide daar. We zaten in een riksja, zo’n fietskarretje, en halverwege draaide die bestuurder zich om en zei: “Ik breng jullie naar huis, het is niet veilig daar.” Hij zag dat er oproer was en wilde ons niet verder brengen. Misschien heeft hij wel ons leven gered.’

Wanneer ging u voorgoed naar Nederland?
‘In 1957 of 1958 moesten we echt het land uit. We zijn in Jakarta op de boot gestapt, de reis duurde zes weken. Ik vond het heerlijk op de boot. Het was een soort cruiseschip met misschien wel drieduizend mensen aan boord. De kinderen gingen veel naar beneden, naar de bemanning om klusjes voor ze te doen. We hadden ook schoolwerk; elke ochtend moesten we twee uur leren. Als de bel ging, mocht je naar de eetzaal. ’s Avonds was er buffet. Je voelde niks van de zee. Alleen als het heel erg woest was, konden de kopjes een beetje schuiven. De tafels hadden allemaal randjes daarom.
Mijn vader heeft na die overtocht nog even op Nieuw-Guinea gewerkt, dat hoorde toen ook nog bij Nederland. Dus toen woonden we daar. In 1962 werd ook Nieuw-Guinea onafhankelijk en zijn we weer een jaar later weer naar Nederland gegaan. Ik moest vanwege een leerachterstand de zesde klas, de laatste van de lagere school, overdoen en we kwamen aan in de winter en ik vond het vooral koud. In de tropen liep in je jurk in de regen en als de zon weer ging schijnen was je binnen vijf minuten weer droog. Mijn opa leerde me sneeuwballen gooien, maar toch vond ik het niet fijn. Ik ben altijd een koukleum gebleven.’

       

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892