Oorlog in mijn Buurt
‘Met de hele familie scholen we in het toilethok’
Gamal, Isasiah, Jules, Pieter ontmoeten Carel Prinsen
Vera, Julian en Alicia worden hartelijk ontvangen bij Tineke van der Woude-Zulver. Ze heeft een tradionele delicatesse mee, spekkoek, voor de leerlingen van De Talisman in Eindhoven en vraagt meteen of ze het kennen.
Mevrouw Van der Woude-Zulver (1926) is geboren in Indonesië. Op haar twaalfde kwam ze terecht in een Japans interneringskamp. En toen ze 20 jaar oud was kwam ze naar Nederland. Nu nog als ze beelden op televisie ziet van oorlogen, dan heeft ze daar heel veel moeite mee.
Had u veel vrienden in het kamp?
‘Ja, maar ik had alleen niet veel tijd om mijn vrienden te zien. Er was weinig tijd om samen te komen. Ieder moest eerst op appel staan, en dan stonden de anderen in een ander straatje en was het moeilijk om samen te komen. Mijn moeder was uitgesloten van corvee omdat ze drie kleine kinderen had, maar ik moest allerlei klusjes doen doen zoals een beerput leeghalen. Als het appel was afgelopen en het werk gedaan was dan kon ik ze wel zien. Nu zie ik deze vrienden nog steeds, tijdens de reünies.’
Wat is uw mooiste herinnering aan het kamp?
‘Aan het eind van de oorlog waren er continu geruchten over dat we vrij zouden zijn. Als ik daar naar zou luisteren, dan zou ik er kapot aan zijn gegaan. Op een dag was er weer een gerucht dat we vrij zouden zijn. Toen heb ik dit aan mijn Engelse leraares mevrouw Cornelissen gevraagd en zij vertelde dat dit honderd procent zeker was. Mijn moeder was destijds zo mager dat ik niet wist of ze het ging halen, maar gelukkig heeft ze het gered.’
Heeft u ooit nog iets van uw vader gehoord?
‘Na de oorlog werkte ik op een kantoor. Elke dag werden er lijsten gepubliceerd wie wie zocht. Op een dag zeiden ze dat mijn vader mij zocht. Ik keek vanachter de boom en zag iemand die op mijn vader leek. Maar ik herkende hem bijna niet meer, mijn vader was zo mager geworden. Ik kwam dichterbij en mijn vader tilde me op de vrachtwagen.
Het eerste wat hij vroeg was: waar is je moeder? Maar omdat het zo slecht ging met mijn moeder, moest ik haar daar op voorbereiden. Ook omdat hij moeilijk te herkennen was. Ik ben toen naar huis gegaan en heb gezegd dat er mannen terug waren, misschien is mijn vader er wel bij. Mijn moeder was buiten aan het breien. Ik ging daarna terug naar mijn vader toe. En ik nam hem mee naar mijn moeder. Ze vlogen elkaar niet in de armen omdat ze allebei zo beschadigd waren. Als kind was dat niet zo fijn om te zien.’
Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.