‘Ik had geen vader en mijn moeder sprak nooit over de oorlog’


Ecrin, Berire, Simge en Yigit vertellen het verhaal van Siem Meijn

Na een gezellige fietstocht door Zaandam, komen Ecrin, Berire, Simge en Yigit van bij het huis van Siem Meijn aan. Hij woont in een aanleunwoning van het Ministenerf een verzorgingstehuis in Zaandam. Een echt ‘mannenhuis’ noemt hij het. Aan de muur hangen twee tekeningen van zijn kleinzoons, waar hij ontzettend trots op is. Siem is in 1946 geboren in Oostzaan. Hij vertelt het verhaal over zijn moeder in oorlogstijd en wat de gevolgen voor hem waren.

Hoe kent u de verhalen over uw moeder?
‘Mijn moeder heeft nooit met mij over de oorlog gesproken. Wat ik weet, heb ik pas veel later gehoord van mijn tante en van mijn opa en oma, bij wie ik deels ben opgegroeid. Ik had geen vader en mijn moeder sprak er nooit over. Via mijn tante, die naast mijn opa en oma woonde, en een andere tante ben ik uiteindelijk veel te weten gekomen. Zonder hen had ik het niet geweten.’

Waarom ging je moeder naar Duitsland?
‘Mijn moeder was ongeveer zeventien jaar oud toen de oorlog al vier jaar aan de gang was. Ze werd verliefd op een Duitse jongen die ze in het dorp had leren kennen. Begin november 1944 vertrok ze en bleef weg tot 5 mei 1945. Niemand wist waar ze was, ook mijn opa en oma niet. Later bleek dat ze in Duitsland was geweest; meer is daar niet over bekend. Mijn opa heeft daar veel verdriet van gehad. Op 5 mei, Bevrijdingsdag, keerde ze terug. Kort daarna, op 7 mei, ontstond er veel ellende.’

Wat gebeurde er toen?
‘Ze was uit Duitsland teruggekomen, op Bevrijdingsdag, en woonde bij mijn opa en oma, haar ouders. Op 7 mei, de verjaardag van haar zus, stonden er ongeveer 120 mensen voor de deur. Ze wilden haar ophalen en kaalscheren, omdat ze met een Duitser was omgegaan. Zo ging dat vlak na de oorlog; zulke vrouwen werden uitgescholden voor ‘moffenhoeren’.

Mijn opa is naar buiten gegaan en zei dat hij de eerste die het erf opkwam zou doodschieten. Hij had een schietmasker bij zich, het apparaat dat werd gebruikt om vee te doden. Twee mannen die de leiding hadden in de groep kwamen naar voren en gingen met mijn opa naar binnen om te praten. Ze spraken af dat mijn moeder een half jaar op het erf zou blijven en niet naar buiten zou gaan. Zo is het uiteindelijk gegaan.’

Is jouw vader een Duitser?
‘Nee, mijn vader was een Nederlander. Daar ben ik pas later achter gekomen, toen ik ongeveer twintig jaar oud was. Ik was een keer laat thuisgekomen en mijn moeder was daar boos over. In die ruzie noemde ze voor het eerst zijn naam. Verder heb ik er toen niets mee gedaan. Later bleek dat mijn vader heel dichtbij had gewoond, aan de Kometensingel 403 in Amsterdam. Ik ben verder gaan zoeken, maar je wilt natuurlijk zeker weten of iemand echt je vader is. Uiteindelijk ontdekte ik dat ik drie halfbroers had. Drie jaar geleden heb ik samen met een van hen een DNA-test gedaan. Die bevestigde dat zijn vader ook mijn vader was. Mijn vader is in 1994 overleden. Met honderd procent zekerheid bleek mijn halfbroer inderdaad mijn broer te zijn.’

Ze zeiden dat uw vader een politieagent was, klopt dat?
‘In het dorp werd veel gelogen, men dacht dat ik de zoon van een politieagent was. Dat staat zelfs in het gemeentearchief. Wat bleek: de vader van mijn vader was een politieagent. Daarom zei mijn dochter: ‘Pap, laten we het zeker weten.’ Zo kwam de DNA-test tot stand. Uiteindelijk bleek dat mijn vader een metaalwerker was, hij heette Dirk. Hij woonde eerst in Ransdorp in Amsterdam-Noord. Later verhuisde hij naar Vlissingen, waar hij ook als metaalwerker werkte. Ik heb hem nooit levend ontmoet, maar ik heb wel foto’s gekregen van hem en van mijn halfbroers. Ik heb drie halfbroers, allemaal van dezelfde vader. Eén broer woont in Vlissingen en staat open voor contact als ik dat wil.’ Een andere broer wil er niets mee te maken hebben en woont vaak in Spanje. De derde broer ken ik via foto’s. Met Ruud, mijn halfbroer, ben ik ook naar de plekken gegaan waar zijn grootouders woonden.’

Bent u gepest door de kinderen uit uw klas?
Nee, niet door kinderen, wel door volwassen, zelfs door de burgemeester. Op school heb ik nooit problemen gehad met kinderen.Een voorbeeld is een buurvrouw die mij, toen ik dertien was, begon uit te schelden met ‘moffenjong’ en ‘hoerenjong’. Ik vroeg mijn moeder waarom ze dat deed, en zij zei alleen: ‘Dat weet ik niet, laat ze maar praten.’ Dit ging zo door tot ik negentien was. Toen ben ik voor mijzelf opgekomen.’

 

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892