‘Elke dag kwam een Duitse non langs om mijn broers wonden te verzorgen’


Stella, Luka en Amelie vertellen het verhaal van Els Peeters
Eindhoven

Stella, Luka en Amelie van basisschool de Klimboom in Eindhoven interviewen de 91-jarige Els Peeters. Zij was vijf jaar toen de oorlog begon en woonde met haar vier broers en zus in de Binnenwiertzstraat in Eindhoven. Haar oudste zus Jopie was dertien jaar ouder, ze had drie oudere broers: Piet, Henk en Jan en een jonger broertje Frans.

Wat maakte veel indruk op u tijdens de oorlog?
‘Voor mij waren de vliegtuigen een van de angstigste onderdelen van de oorlog. Elke avond lag ik in bed te luisteren, wachtend tot de honden van de buren begonnen te blaffen. Dat was voor mij het teken dat er vliegtuigen in aantocht waren: Engelse bommenwerpers die op de heen- en terugweg naar het Ruhrgebied laag over de stad vlogen. Als ik de dreunende motoren hoorde, werd ik altijd heel bang.

Omdat Eindhoven een vliegveld had, stonden er grote schijnwerpers die de lucht in schenen. Als een vliegtuig in zo’n lichtbundel terechtkwam, konden de Duitsers het bijna altijd neerhalen. Ik was een van de jongsten van het gezin en lag vaak alleen boven, terwijl de rest beneden zat. Uiteindelijk rende ik dan naar beneden, waar ik bij mijn moeder kon schuilen tot de vliegtuigen weer weg waren.

Het Sinterklaasbombardement in 1942 herinner ik me als iets enorm angstaanjagends. Ik was bij een vriendinnetje met mijn cadeautjes in een straat verderop toen het luchtalarm afging. Ik rende meteen naar huis, omdat ik bij mijn moeder wilde zijn. Buiten zag ik vliegtuigen heel laag over de stad vliegen en ik kon de bommen in de lucht zien hangen. Ze waren bedoeld voor de Philipsfabrieken, maar kwamen ook in woonwijken terecht.

Ook het bombardement vlak na de bevrijding maakte veel indruk op me. Terwijl Eindhoven feestvierde, vlogen er opeens weer toestellen over. Eerst dachten mensen dat de lichtkogels vuurwerk waren, maar al snel volgden zware explosies. Het bleek een Duitse aanval. Er werden meerdere huizen in mijn straat en in de buurt geraakt. Een tante van mijn moeder kwam daarbij om het leven.

Zelfs toen de oorlog voorbij was, bleef ik nog lang heel bang voor vliegtuigen. Ik kon me gewoon niet voorstellen dat een vliegtuig iets onschuldigs kon zijn.’

Kunt u zich nog meer indrukwekkende momenten herinneren?
‘Mijn broer hield heel erg van Duitse landkaarten. Die waren heel waardevol, omdat alle kleine weggetjes erop stonden. Hij is later ook aardrijkskunde leraar geworden.

In de zomer vóór de bevrijding van Eindhoven, was hij onderweg met vrienden. Bij het vliegveld vonden ze een openstaande garage met een Duitse jeep erin, en ze gingen stiekem kijken of daar kaarten lagen. In dezelfde garage stond een vat benzine dat toen brand vatte. Mijn broer stond binnen en kon geen kant op. De enige manier om te ontsnappen was door de vlammen heen rennen. Hij droeg een korte broek, en zijn armen en benen raakten zwaar verbrand. Hij lag wekenlang thuis in bed, omdat mijn moeder hem niet naar het ziekenhuis durfde te brengen. Ze was bang dat ze hem zou kwijtraken. Elke dag kwam een Duitse non uit de buurt langs om zijn wonden te verzorgen en nieuwe verbanden aan te leggen.

Toen de Engelse en Amerikaanse troepen Eindhoven binnenkwamen, was mijn broer nog steeds ziek. Hij kon niet naar buiten om het feest te zien. Daarom sprak mijn oudste broer in de stad een Amerikaanse soldaat aan en vroeg of hij even mee naar huis wilde komen om zijn zieke broer te begroeten. De Amerikaan stemde toe, liep met hem mee naar boven en kwam de kamer binnen. Voor mij was dat een onvergetelijk moment.’

Wat gebeurde er met uw vader in de oorlog?
‘Mijn vader sprak op straat, in de buurt van de synagoge die werd afgebroken, hardop uit dat ‘die Duitsers toch alles kapot maken’. Iemand had dat gehoord en hem verraden. Even later werd hij door twee Duitse soldaten meegenomen. Eerst zat hij zes weken in de gevangenis, en daarna werd hij zonder waarschuwing naar Kamp Vught overgebracht. Mijn moeder, die vaak ziek was, was in die tijd enorm bang dat hij nooit meer terug zou komen en dat zij alleen zou achterblijven met zes kinderen en geen inkomen.

Mijn oudste zus mocht eens in de veertien dagen met een pakket eten naar Kamp Vught. Ze ging dan met de trein en gaf een pakketje af, gevuld met van alles wat de buurt bij elkaar had gebracht: wat brood, een appel, een stukje vlees. Mijn vader vertelde later dat die pakketten in het kamp met meerdere mannen werden gedeeld. En doordat Philips warme maaltijden verzorgde voor de gevangenen die in de werkplaatsen moesten werken, kwam mijn vader lichamelijk in redelijk goede toestand terug.’

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892