Oorlog in mijn Buurt
‘Vader deed alles wat de Duitsers zeiden om ons te beschermen’
Aminah, Bram, Jesmae, Thijmen ontmoeten Liesbeth Hesling-van den Boomen
Kaya, Rafael, Juara en Djaabir van de Klimboom in Eindhoven verwelkomen Gijs Kramer op hun school om hem daar te interviewen. De jongens zijn wat zenuwachtig, maar meneer Kramer is dat ook, daar kunnen ze elkaar al in vinden. Hij vertelt een indrukwekkend verhaal en de stoere jongens luisteren muisstil naar hem. Meneer Kramer is geboren in 1940 in Woensel.
Had u honger in de oorlog?
‘Philips kwam in de buurten met wagens eten brengen. Ik weet niet of wij als gezin genoeg eten hadden, maar wat ik mij wel nog herinner zijn de voedselbonnen na de oorlog. Ik had een eierbon en moest naar de Edah om de eieren te halen. Op de hoek van de straat twijfelde ik of ik de bonnen nog had en ik opende mijn hand. Toen vlogen de bonnen weg. Ik moest toen terug naar huis zonder eieren, dat was niet leuk.
Dat deden ze na de oorlog heel goed. Mensen die geld verdiend hadden aan de oorlog, de criminelen, hadden veel zwart geld. Minister van Financiën, meneer Lieftinck, heeft nieuw geld laten drukken waardoor oud geld niets meer waard was en iedereen gelijk was. Iedereen heeft toen nieuw geld gekregen.’
Luisterde u ook naar de radio in de oorlog?
‘Mijn grootvader had een radio verstopt achter het gordijn in huis. Ik heb hem later gevraagd waarom hij zo stom kon zijn om de radio daar te verstoppen. Zijn antwoord was: als ze hem vinden hoop ik dat ze denken: die is zo stom, en dat ze dan niet verder gingen zoeken naar andere dingen. Als er iets gevonden werd, dan werd je naar Vught gebracht.
Er was verder geen muziek in de oorlog, maar ik kan me nog herinneren dat er buiten een muziekwagen stond. Deze draaide Duitse muziek. Ik heb achteraf gehoord dat ik werd meegetrokken door mijn moeder en niet bij de muziekwagen mocht blijven kijken.’
Wat deed uw oom in het verzet?
‘Mijn oom werkte op de posttrein. Er was één coupé waar alleen maar post stond. In die coupé werd tijdens het rijden van de trein alle post gesorteerd. Mijn oom heeft op die manier ook wat brieven voor het verzet kunnen smokkelen. Op een dag toen mijn oom aan het werk was, zagen collega’s dat twee onbekende mannen de trein in glipten net voordat die vertrok. Ze hebben toen gebeld naar het volgende station. De mannen waren niet meer in de trein, maar mijn oom ook niet. Toen zijn ze gaan zoeken en ver van het spoor is mijn oom dood gevonden, vermoord.’
Kende u Joodse mensen in de oorlog?
‘Ik heb drie zussen, eentje is geboren in de oorlog op een hele bijzondere dag. Mijn moeder was tegelijkertijd in verwachting met een Joodse vrouw die ondergedoken zat bij mijn tante thuis in de Leeuwenstraat in Tivoli (Eindhoven). Dit speelde zich af eind 1943. Zodra mijn moeder zou bevallen, zou zij mijn broertje of zusje aangeven als een tweeling zodat de pasgeboren baby van het Joodse gezin op papier niet Joods was.
Het Joodse gezin had een slechte conditie want ze zaten opgesloten in een kamertje. Toen hun baby’tje geboren werd, bleek dat het een slechte gezondheid had. Iedere dag kwam er een dokter, die op de Roostenlaan woonde, langs om naar het kindje te kijken. Op dezelfde dag dat mijn zusje geboren is, wat op de verjaardag van mijn moeder was, is dat baby’tje bij mijn tante thuis overleden. Het was voor iedereen een hele zware en hectische dag. Na de oorlog heb ik nog twee zusjes gekregen.’
Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.