‘De Duitsers waren de baas, wij hadden niets te vertellen’


Suze, Amina, Tobias en Jeevan vertellen het verhaal van Jan van Heur
Roggel

Het is maar een klein stukje lopen naar de woning van Jan van Heur, na een paar minuten staan Suze, Amina, Tobias en Jeevan al voor zijn deur. De leerlingen van basisschool De Handreiking in Eindhoven zijn bepakt en bezakt met interviewvragen, werkboekje en een lekkere verassing voor meneer Van Heur. Die is voor naderhand natuurlijk, wanneer ze al hun vragen hebben mogen stellen. Tijdens zijn verhaal laat hij een oude lamp zien, een kast en een echte Weckketel.

Wat is uw eerste herinnering aan de oorlog?
‘In mei toen ik jarig was, kwamen de Duitsers binnen. Op mijn verjaardag! Dat vond ik helemaal niet leuk en toen begonnen ze ook nog te schieten. Niet op mij, maar in de lucht. Wij wisten van toeten noch blazen toen de Duitsers binnenkwamen. Ze kwamen gewoon. Leuk was het niet, maar ze deden mij geen kwaad en mijn ouders ook niet. Op dat moment.’

Kwamen er ook Duitsers in uw huis?
‘Wij hadden ook inkwartiering van Duitsers. Ze hadden allemaal zo’n groen pak. Mijn ouders moesten hun kamer afstaan, zodat de soldaten in hun bed konden slapen. Zij moesten maar de zolder op, waar ik en mijn zusjes ook sliepen. De Duitsers waren de baas. Wij hadden niets te vertellen.

De Engelsen waren niet anders hoor! Toen ze met de bevrijders kwamen, stonden ze met honderd man in de werkplaats van mijn vader. Hij had er allemaal triplexplaten staan, en daar gingen ze op liggen. Mijn vader had allemaal planken om huizen mee te bouwen en die hebben ze allemaal opgestookt.’

Had u een schuilkelder?
‘Wij hadden een kelder, ja. Mijn vader heeft hem gebouwd. In de kelder stonden glazen flessen met een deksel erop. Daar weckten we allerlei eten in om het te bewaren. Dat was van belang, want in de winkels was niet alles te krijgen. Van boeren moest je het hebben. In een boerendorp heb je niet snel honger.

Ik heb gelukkig niet één bom zien vallen tijdens de oorlog. Zo rustig was het in mijn dorp. Ik heb wel eens een knal gehoord als we in de schuilkelder lagen. Je hoorde eerst ‘boem’ en dan ‘ieeeeeuw’. Er is een granaatstukje door ons dak gedaan, dat is het enige wat er aan ons huis beschadigd was. We hadden geluk dat we daar woonden.’

Wat was uw eerste reactie toen de oorlog voorbij was?
‘We waren heel blij. We hoorden de geallieerden al aankomen door het geluid van de motoren waarmee ze kwamen. Bij de overbuurman waren ze vergeten een Duitse soldaat wakker te maken. Die vroeg waar zijn kameraden waren. Die zijn allemaal die kant opgelopen, zeiden wij. Hij moest hard lopen om de geallieerden te vermijden. Als die hem zouden vinden, zou hij worden doodgeschoten of hij moest de gevangenis in.

Mijn vader was timmerman en aannemer. Na de oorlog ging hij huizen die schade hadden opgelopen in de oorlog, herstellen. En als het een pannendak was, dan ging ik mee om de pannen aan te geven. Er waren geen liften. Op een dag was ik met een vriend op de hooizolder gaan spelen, terwijl mijn vader aan het werk was. Het stro hing ver over de ladder dus ik ging te ver… en daar lag ik, op de vloer. Ik had een hersenschudding en heb een week lang bij die mensen in bed moeten blijven liggen. Vroeger mocht je niet getransporteerd worden als je een zware hersenschudding had. De huisarts heeft me uiteindelijk met een autootje naar mijn eigen huis gebracht.’

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892