‘Dat ik Ravensbrück heb overleefd, is een godswonder’


Othman, Segen en Rhodé vertellen het verhaal van Deborah Maarsen
Amsterdam/Rotterdam

Op een prachtige en zonnige zomerdag ontmoet Deborah Maarsen Rhodé, Segen en Othman op het schoolplein van de Elisabeth Paulusschool. De drie jonge interviewers krijgen het indrukwekkende verhaal te horen van de jongste Joodse overlevende van concentratiekamp Ravensbrück. Een zwarte bladzijde in de geschiedenis, met een klein gouden randje.

Ik heb gehoord dat u het op het nippertje heeft overleefd. Hoe kwam dat?
‘We zaten in Ravensbrück, een concentratiekamp waar gaskamers waren en waar mensen ook levend verbrand werden. Op zich is dat al een wonder als je dat overleefd. Met Kerstmis, een half jaar voor het einde van de oorlog, moesten alle kinderen daar kerstliedjes zingen voor de Duitsers. Mijn moeder wilde niet dat wij dat deden en heeft ons toen verstopt achter een luik van ons barak. De Duitsers zaten die avond aan een mooi gedekte tafel vol heerlijk eten. Moet je je voorstellen… honderden uitgehongerde kinderen die moesten toekijken hoe die mannen daar aan het kerstdiner zaten. “Doorzingen, doorzingen!” zeiden de Duitsers na het eten. En terwijl de kinderen doorzongen, hebben ze de hele barak met benzine overgoten en in brand gestoken. Alle kinderen die binnen kerstliedjes zongen, zijn levend verbrand. Omdat mijn moeder ons verstopt had, hebben wij het overleefd. Dat is een godswonder. En zo komt het dat ik een van de weinige en de jongste overlevende van Ravensbrück ben.’

Wat gebeurde er daarna?
‘Daarna zijn we in veewagens naar Bergen-Belsen vervoerd, hetzelfde kamp waar ook Anne en Margot Frank toen zaten. Mijn moeder heeft het overleefd dankzij haar vriendin, mevrouw Moscowitz. M’n moeder was zo ziek geworden dat ze in een coma kwam. Iemand zag haar voor dood aan en had haar op een stapel lijken gegooid. Mevrouw Moscowitz heeft er toen een dokter bijgehaald en hem gesmeekt of ze haar alsjeblieft kon redden. “Die vrouw leeft nog,” gilde ze. “Jullie moeten haar redden, ze heeft drie kleine kinderen.” Mijn moeder is toen uit die stapel met lijken gehaald en behandeld waardoor zij het overleefd heeft.
Op een dag werden we door de Canadezen bevrijd. Ze hadden chocola, wit brood en melk bij zich. Wij wisten niet wat melk was en mijn oudste zusje Gizela pakte het van ons af, omdat ze dacht dat dat ‘witte water’ ons zou vergiftigen. Zonder zich het te realiseren, heeft ze toen ons leven gered. Als je een paar jaar nauwelijks gegeten hebt en je gaat dan plotseling snel en gulzig eten, kun je doodgaan. Heel veel mensen zijn in Bergen-Belsen alsnog overleden, omdat ze niet wisten dat je maag moet wennen aan eten.’

Hoe kijkt u terug op de oorlog?
‘Als je in een vrij land woont, waar je kunt gaan en staan waar je wilt, dan kun je je gewoon niet voorstellen dat er zo’n tijd geweest is. Dat is niet te bevatten. Dat heb ik zelf ook; iedere dag denk ik aan de oorlog en hoe ik dat heb kunnen overleven. Het was zo’n enorm gruwelijke tijd. Ik was twee jaar en dat ik dat op die leeftijd heb mogen en kunnen overleven en nu kan navertellen, dat is heel bijzonder. Na de oorlog zijn mijn ouders teruggegaan naar Rotterdam, hopende dat ze daar weer een huis zouden krijgen. Ze kwamen berooid, ziek, uitgeput en uitgemergeld terug uit de kampen en hebben het Joodse leven weer weten op te bouwen. Ook kregen ze nog drie kinderen. Ze waren zulke krachtige mensen. Van hen heb ik geleerd om positief en dankbaar te zijn, ondanks alles wat ze hebben meegemaakt.
Iedere dag als ik opsta, bedank ik Onze Lieve Heer voor alles in mijn leven en realiseer ik me dat ik een bevoorrecht mens ben. En omdat ik zo dankbaar ben, wilde ik altijd iets in mijn leven doen en staat mijn leven in het teken van de mitswa, de goede daad. Zo heb ik onder andere een stichting voor Israëlische kankerpatiëntjes opgericht.
Ook heb ik enorme bewondering voor jullie die mij nu interviewen en voor dit project ‘Oorlog in mijn Buurt’. Ik vind het namelijk zo belangrijk dat dit verteld wordt. De meeste kinderen weten heel weinig van de oorlog en dit mag nooit vergeten worden. Wij zijn er straks niet meer, mijn generatie die het heeft meegemaakt. Daarom wil ik er nu zoveel mogelijk over vertellen.’

    

 

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

+31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892