‘Dat autootje brengt al die herinneringen terug’


Awané, Thierry en Fenna vertellen het verhaal van Ruud Jansen
ScheldestraatAmsterdam-Zuid

Het is een koude maar zonnige dag als Awané, Thierry en Fenna met de metro, de tram en de benenwagen naar Amstelveen reizen. De leerlingen van de Dongeschool in Amsterdam-Zuid arriveren bij Ruud Jansen, geboren in 1933, dus nu bijna 90 jaar oud. Ze gaan met hem praten over hoe het was in de oorlog en wat hij heeft meegemaakt.

Hoe wist u dat het oorlog was en hoe heeft u de oorlog ervaren?
‘Het was 10 mei 1940, ’s morgens om vier uur. Er kwamen vliegtuigen over en er werd geschoten. Ik werd vroeg wakker door al dat gedreun. Mijn familie zat in de kamer naar de radio te luisteren. De oorlog was in Nederland begonnen.

Mijn vader zat vanaf het begin in het verzet. Hij was het er niet mee eens dat de Duitsers ons land waren binnengevallen. Zijn verzet had voor de hele familie gevolgen. We moesten onderduiken, en ik heb op verschillende adressen gewoond, van Friesland naar Apeldoorn, naar Deventer, naar Eerbeek; steeds een ander adres. Ik ging niet naar school, maar gelukkig had ik nog net lezen geleerd. Maar ik mocht niet met vriendjes spelen. Bang dat ik me zou verspreken.Tot we werden verraden en werden opgepakt. Dat ging zo: op 6 april 1943 kwamen de Duitsers ’s nachts om ongeveer 12 uur. Ze bonkten heel hard op de deur en riepen: Aufmachen, aufmachen, schnell! We schrokken verschrikkelijk.

Mijn vader probeerde nog te vluchten, maar dat lukte niet meer. We werden meegenomen naar het Huis van Bewaring, ik zie het nog scherp voor me. We woonden toen in Eerbeek. Daar was het fijn. Ik werd met mijn broer samen naar een weeshuis in de buurt gebracht, mijn vader kwam in de gevangenis en werd daarna veroordeeld voor alle verzetsdaden die hij had gepleegd. Mijn moeder kwam na drie maanden vrij en heeft ons uit het weeshuis gehaald. We zijn toen naar de Scheldestraat in Amsterdam verhuisd. Hier werd het leven een beetje anders en wat normaler. Hier ging ik ook weer naar school.

Mijn vader is na zijn veroordeling doodgeschoten op de Waalsdorpervlakte bij Wassenaar. Mijn moeder kreeg zijn afscheidsbrief. Die brief is nu bij het Instituut voor Sociale Geschiedenis. Na de oorlog gaf koningin Wilhelmina een verzetskruis aan mensen die in het Verzet hadden gezeten. Eén daarvan was voor mijn vader.’

Hoe was het in de Hongerwinter?
‘Dat was een hele slecht tijd. De Hongerwinter begon in november 1944. Er was steeds minder eten, de rantsoenen die we kregen werden steeds kleiner. Maar er was ook geen gas en elektriciteit meer. Alles was afgesloten. Dus we verbrandden van alles om het maar een beetje warm te krijgen. Er waren mensen die de bielsen tussen de treinsporen weghaalden om te verbranden in een noodkacheltje. We gingen naar de gaarkeuken voor eten, maar op het laatst hadden ze daar ook alleen nog maar een waterige soep. We hadden honger!

Toen we nog in Eerbeek woonden, mochten we aren lezen: achter de landbouwmachines op het land mochten we de tarwearen oppakken die werden achtergelaten. Die tarwe had mijn moeder meegenomen naar Amsterdam. We konden dat malen in een koffiemolen; mijn moeder heeft het voor ons klaargemaakt. Er zijn veel mensen van de honger gestorven. In april 1945 kwamen er voedseldroppingen vanuit Zweden. Oh, dat Zweedse witbrood smaakte zo lekker als gebak.

Mijn moeder ging ook op de fiets naar de boeren in Noord-Holland om eten te halen. Ze kreeg bloembollen en suikerbieten mee. Niet lekker! Van mijn moeder op de fiets is een foto verschenen in een boek dat ik later bij De Slegte heb kunnen kopen.’


Herinnert u zich ook leuke dingen uit de oorlog?

‘Nou ja… eens even denken, het was natuurlijk een moeilijke tijd. Maar in Eerbeek kon ik eindeloos wandelen in de bossen en over de heide. Ik speelde in beken, maakte dammetjes. Dàt vond ik leuk. Toen we in Amsterdam kwamen wonen moest ik erg wennen en zat vaak met mijn hoofd ergens anders. De meester zei dan: ‘Ruud ziet de vogeltjes weer vliegen’. Ik vond tekenen en geschiedenis fijn op school.

Ik heb niet veel spullen uit de oorlog over. Het zijn vooral papieren herinneringen: sigarettenpakjes, verpakking van surrogaatkoffie, dat soort dingen. En foto’s, zoals van de Hollandsche Schouwburg, waar Joden werden verzameld en van de crèche op de Plantage Middenlaan. Daar werden veel kinderen gered. Maar ook een blikken autootje. Mijn moeder had dat bewaard. Dat autootje brengt al die herinneringen terug.

Laatst ben ik bij een ROC op bezoek geweest en heb daar mijn verhaal verteld. Ze gaan er een voorstelling van maken. Dat vind ik mooi.’

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892