‘Als er ooit zoiets gebeurt, mag je twijfelen aan gezag’


Valerie, Mitchell, Danica en Amaril vertellen het verhaal van Vera Wijsman
Pijnsweg, Heerlen

Op een zonnige ochtend in januari gaan Valerie, Mitchell, Danica en Amaril op weg naar verpleeghuis Douvenrade in Heerlen. Ze hebben interviewvragen bij zich, een doos chocolade en een uitnodiging. Bij Douvenrade worden ze hartelijk ontvangen. Ze krijgen eerst een stuk cake en limonade. Daarna gaan ze van start. De kinderen hebben vragen voorbereid voor Vera Wijsman. Zij vertelt het verhaal van haar oom Cornelis Wijsman. Cornelis was 14 jaar toen de oorlog begon en woonde aan de Pijnsweg 47 in Heerlen.

Waarom verstopte uw oom zich voor de Duitse bezetters?
‘Tijdens de oorlog kregen agenten de opdracht om alle jongens van achttien jaar en ouder op te pakken voor de Arbeitseinsatz. Zij moesten in Duitsland werken. Jongens probeerden zich te verstoppen om niet opgepakt te worden, maar er waren ook mensen die elkaar verraadden. Dat maakte het extra gevaarlijk.

Op een dag stond de politie bij mijn opa en oma voor de deur. Mijn oom Cornelis was verraden. De politie doorzocht het hele huis. Mijn oom had zich eerst nog kunnen verstoppen, maar hij werd bedreigd: als hij niet tevoorschijn kwam, zou de hele familie worden opgepakt. Daarom kwam hij toch tevoorschijn. Hij werd meegenomen en opgesloten in de gevangenis aan de Akenstraat in Heerlen. Ook twee vrienden van hem, met wie hij was opgegroeid, werden opgepakt.

Hoe wist uw oom te ontsnappen?
‘Mijn oom zei tegen zijn vrienden dat hij niet wilde wachten tot ze hem naar Duitsland zouden brengen. Hij wilde ontsnappen. Zijn vrienden vonden het te gevaarlijk, maar hij was vastbesloten.
Toen de gevangenisdeur openging, greep hij zijn kans. Hij trok zich over de muur omhoog en rende weg, richting de Akenstraat. Na zijn ontsnapping dook hij onder bij dokter Van Berkel. Later werd deze arts opgepakt omdat hij meerdere mensen had geholpen met onderduiken.

De politie kwam daarna bij mijn oma langs en zei dat ze het haar kwalijk namen dat haar zoon was ontsnapt. Mijn oma antwoordde: ‘Ik heb hem zo opgevoed. Ik heb hem geleerd: laat je niet pakken.’

Wat is er met de andere jongens gebeurd?
‘De twee vrienden van mijn oom, Jozef Luja en Leo Vinken, zijn wel naar Duitsland gebracht. Zij zijn daar omgekomen bij het werk. Dat maakte diepe indruk op mij. Juist degenen die gehoorzaamden, overleefden het niet. Daarom heb ik altijd tegen mijn eigen kinderen gezegd: als er ooit zoiets gebeurt, mag je twijfelen aan gezag. Blijf altijd zelf nadenken.’

Hebben uw ouders ook een moeilijke tijd gehad tijdens de oorlog?
‘Mijn moeder was half Duits en kwam uit Keulen. Na de bevrijding kregen alle kinderen een sinaasappel, maar zij en haar zus niet, omdat ze als Duits werden gezien. Later hoorde ik vergelijkbare verhalen. Zo was er een meisje dat geen eten kreeg omdat haar vader Duits was. Een Amerikaanse soldaat greep in en zorgde ervoor dat zij toch mocht mee-eten. Dat moment is mij altijd bijgebleven.’

Waren er ook Joodse mensen die opgepakt werden?
‘Hier vlakbij, in Benzenrade, speelde zich nog een ander oorlogsverhaal af dat ik nooit ben vergeten: dat van Henriëtte Neter, een Joods meisje van tien jaar dat hier ondergedoken zat.
Ze kwam oorspronkelijk uit Amsterdam en dacht dat ze hier veilig zou zijn. Maar zij is verraden, gedeporteerd naar Auschwitz en vermoord. Achter het kapelletje in Benzenrade is een paadje naar haar vernoemd: het Henriëtte Neterpaadje.’

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892