‘Als er luchtalarm was, gingen velen de grotten van Valkenburg in’


Zuzanna, Xavi, Kisanet en Emma vertellen het verhaal van Mieke Fox
Valkenburg

Zuzanna, Xavi, Kisanet en Emma gaan in Heerlen iemand met een bijzonder verhaal interviewen: Mieke Fox. Terwijl Kisanet foto’s maakt, vertelt mevrouw Fox haar verhaal. Zuzanna, Xavi en Emma luisteren aandachtig en stellen de vragen die zij van tevoren hebben opgesteld.

Hoe zag het begin van de oorlog eruit?
‘Ik was zeven jaar oud toen de oorlog begon, in mei 1940. Ik droeg een wit jurkje met een grote strik in mijn haar, want meisjes droegen toen geen broeken. Ik was de middelste van drie kinderen, ik had een oudere en een jongere zus. Op 10 mei kwamen ineens de Duitse vliegtuigen over Rotterdam. Dat was heel beangstigend, want vliegtuigen zag je toen bijna nooit. Opeens vielen er bommen uit de lucht. Alles stond in brand. Bij ons thuis waren alle ramen eruit geblazen. Mijn vader probeerde ze nog dicht te plakken. Ik vergeet nooit hoe eng dat was.’

Hoe was het leven in Rotterdam tijdens de oorlog?
‘Rotterdam werd bijna helemaal verwoest. Overal brandden huizen en mensen moesten vluchten. Wij pakten snel wat spullen bij elkaar en gingen te voet weg, want bijna niemand had een auto. We namen alleen het hoogstnodige mee, zoals dekens en een klein kistje met belangrijke papieren dat mijn oudste zus moest dragen. Mijn vader zei dat mensen eerder bij ouders naar papieren zouden zoeken dan bij een kind, zodat we beschermd waren. We hebben een hele nacht in een weiland geslapen. De volgende dag gingen we naar mijn tante, die een slagerij had. Ons huis was helemaal kapot. Mijn vader ging terug om te kijken of het nog te redden was en gebruikte glas uit schilderijen om de ramen voorlopig dicht te maken.’

Hoe was het leven nadat jullie naar Valkenburg gingen?
‘Via een vriend van mijn vader zijn we naar Valkenburg gegaan, omdat het daar veiliger was. We gingen met een verhuiswagen. Mijn vader was musicus; hij speelde saxofoon en was dirigent. Mijn moeder, een Friezin, begon daar een hotel dat uiteindelijk groter werd en dat ik later overnam. Mijn vader noemde het hotel ‘Rotterdam’ en de Rotterdamse en Friese vlag hingen altijd uit. In Valkenburg moest ik meteen naar school en ik kreeg snel nieuwe vriendinnetjes. We hadden veel spullen uit Rotterdam meegenomen, zoals speelgoed, schaatsen en tennisballen, waardoor de kinderen daar graag met ons wilden spelen. Zo leerden we ook snel plat Limburgs praten.’

Wat gebeurde er in de grotten?
‘In Valkenburg waren grotten, zoals de Gemeentegrot en de Catacomben. Als het luchtalarm afging, gingen de meeste mensen de grotten in, vooral degenen die erg bang waren, zoals mijn schooljuffen. Tijdens de bevrijding hebben we veertien dagen in de Catacomben doorgebracht. Elk gezin had een eigen plekje, afgescheiden met lakens en dekens. Er was een gaarkeuken waar men in een lange rij voedsel kreeg, en gaslampen brandden in de grot. Voor ons kinderen was het spannend; ik organiseerde poppenkastvoorstellingen en andere spelletjes voor de kinderen.’

Hoe ging de bevrijding?
‘Op 17 september 1944 mochten we de grot weer uit. Het moment dat je ineens weer licht zag, staat me nog helder voor de geest. Toen we teruggingen naar ons hotel, lag er een dode Duitse soldaat binnen. Amerikaanse en Engelse soldaten kwamen daarna in Valkenburg aan. Wij zagen voor het eerst ook zwarte soldaten, die werden gediscrimineerd binnen het leger, maar wij vonden het bijzonder om met hen te praten. De Amerikanen deelden chocola uit en soms kregen wij brood of gebak van de soldaten.’

Kunt u iets vertellen over de ‘Verboden voor Joden’-bordjes?
‘Tijdens de bezetting moesten alle zaken een bord buiten hangen met de tekst ‘Verboden voor Joden’, ook bij ons hotel. Mijn pianoleraar was Joods en droeg een ster. In het begin kreeg ik nog les van hem, maar ineens was hij verdwenen. Hij overleefde de oorlog gelukkig.’

Hoe kijkt u nu terug op de oorlog?
‘De oorlog heeft mijn jeugd bepaald. We moesten snel groot worden, maar we hebben ook geleerd door te gaan. Ik ben dankbaar dat ik het heb overleefd, want veel mensen hebben dat niet. Ik heb geleerd hoe belangrijk vrijheid is. Daarom vind ik het belangrijk om mijn verhaal te blijven vertellen, zodat kinderen begrijpen wat oorlog met mensen doet.’

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892