‘Als de rivier hoog stond, kwamen er krokodillen en slangen het dorp in’


Estee, Marie en Ilvy vertellen het verhaal van Rasoelan Rodjan
Suriname

Op een zonnige maandagochtend bezoeken Estee, Marie en Ilvy van basisschool de Talisman in Eindhoven Rasoelan Rodjan. Mevrouw Rodjan (1951) werd geboren in district Saramacca in Suriname, waar haar Hindoestaanse voorouders naartoe waren gebracht als contractarbeiders. Ze woonde er tot haar achtste jaar, diep in de jungle. Op haar drieëntwintigste kwam ze noodgedwongen naar Nederland.

Hoe zijn uw voorouders in Suriname terechtgekomen?
‘De moeder van mijn oma was een jonge weduwe uit India. De Engelsen bepaalden dat zij met haar dochters naar Suriname moest om op de plantages te werken. Op de boot werd ze vaak lastiggevallen, maar er was ook een man die haar beschermde. Uiteindelijk trouwde hij met haar, maar hij moest haar eerst kopen voor 30 cent. Zo werkte dat toen. Na vijf jaar hard werken op de suikerrietplantage was hun beloofd dat ze terug mochten naar India. Maar dat is nooit gebeurd. In plaats daarvan werden ze met een groep van elf in een stuk oerwoud in Saramacca gezet. Er was niets: geen huizen, geen winkels, geen wegen. Met de kennis die ze meebrachten uit India, over gewassen en eetbare planten, hebben ze langzaam een bestaan opgebouwd.’

Hoe was het leven in het oerwoud?
‘Ik ben zelf ook in dat dorp geboren en heb er gewoond tot mijn achtste. We hadden niets: geen elektriciteit, geen televisie, geen stromend water. Rivierwater deden we in een vat en met een poedertje maakten we het drinkbaar. De huizen waren gebouwd van bamboestokken, met een dak van bladeren, op kokosstammen als palen. Als de rivier hoog stond, liep het water het huis in en kwamen er krokodillen en slangen het dorp in. Ik ben nog steeds bang voor slangen. Er was geen radio. Als er iemand was overleden, gingen er twee mensen met een boot en een luidspreker langs alle huizen om het nieuws te brengen.’

Hoe was uw dagelijks leven als kind?
‘Werken, altijd werken. Vanaf mijn achtste moest ik meehelpen: rijst planten, oogsten, de korrels van de stengels afhalen. We aten wat we zelf verbouwden: rijst, linzen, groenten, vis en later hadden we ook kippen en koeien, die we zelf slachtten. Puberen? Dat kende ik niet. Als kinderen de hele dag zinvol bezig zijn, komen er geen rare dingen in hun hoofd.’

Waarom moest u buigen voor witte mensen?
‘Onze ouders leerden ons dat witte mensen alles te vertellen hadden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren er soldaten in Suriname, en als die langskwamen moesten wij buigen. Ik dacht altijd dat witte mensen heel hoog geleerd waren. Maar toen ik hier in Nederland kwam, ontmoette ik witte mensen die nog nooit naar school waren geweest. Toen dacht ik: ik weet meer dan zij. Dat was een grote verrassing. Ik vind nu dat iedereen gelijk is niemand is meer of minder.’

Waarom bent u naar Nederland gekomen?
‘Toen Suriname onafhankelijk werd, liepen de spanningen tussen Afro-Surinamers en Hindoestanen hoog op, die haat was er door de Nederlanders ingezaaid. Mijn man werd op een avond opgewacht, neergeslagen en met zijn vrachtwagen de rivier ingereden. Mensen zagen een lampje branden en hebben hem eruit gehaald. Ook mijn broers moesten vluchten: de een na een gevecht, de ander na het verlies van zijn beste vriend bij een schietpartij. Voor ons was het duidelijk: het was niet meer veilig. In 1974 zijn we met het vliegtuig naar Nederland vertrokken. Mijn man kreeg werk bij autofabrikant Daf en al snel daarna kochten we een huis voor 30.000 gulden. Dat heb ik later voor het viervoudige kunnen verkopen.’

Hoe was de aankomst in Nederland?
‘We waren een groot, vrij land gewend. Toen ik hier al die auto’s in de rij zag staan, dacht ik: is hier een feestje? Bij ons stonden er alleen bij een bruiloft auto’s. En toen we in ons huis kwamen, zei mijn vader: dit is net een apenkooi: zo klein, en de hele dag naar buiten kijken door een raam, als een gevangenis… Hij hield het een maand vol en ging terug. Wij zijn gebleven. Ik mis het leven in Suriname nog steeds. Maar ik woon al vijftig jaar hier, en via de app bel ik veel met mijn familie in Suriname.’

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892