Erfgoeddrager: Tycho

‘Het regende granaatscherven’

John Geelof was pas 4 jaar oud toen de oorlog begon, maar wist nog ontzettend veel te vertellen. Tycho, Youssra en Zaki van basisschool De Klimop bezochten hem in zijn huis. Hij had een PowerPointpresentatie voor ze gemaakt en hij had ook veel spullen van vroeger om te laten zien, zoals bonnenboekjes waar de mensen eten op moesten halen, verzetskranten en een granaatscherf. De kinderen vonden dat bijzonder.

Hoe komt u aan deze granaatscherf?
‘Hier in Noord is een aantal bombardementen geweest. De geallieerden wilden de Fokker-fabriek bij de Papaverweg verwoesten. De Duitsers zaten natuurlijk niet geduldig te wachten tot de Amerikaanse of Engelse vliegtuigen klaar waren met bommen werpen, nee die schoten meteen terug met granaten. Zo zijn er een paar scherven bij ons in de tuin terechtgekomen. We mochten dan ook niet buiten zijn, want het regende granaatscherven. Als kleine jongetjes zochten wij daarna altijd naar de grootste scherven. Ik had een hele grote, die is helaas kwijtgeraakt, gelukkig heb ik deze kleinere nog.’

Hoe wist u dat de oorlog was begonnen?
‘Een paar jaar voor de oorlog werd mijn vader opgeroepen voor het Nederlands leger. Eén keer in de maand mocht hij een paar uur naar huis. Dat was natuurlijk heel vervelend voor ons. Aan het begin van de oorlog is mijn vader overgeplaatst naar een vliegveld hier in Amsterdam-Noord. Dat vliegveld bestaat nu niet meer, nu staan daar huizen. Het was een klein vliegveldje, bedoeld voor zweefvliegtuigjes. Ik kan mij nog goed herinneren dat er midden in de nacht bij ons heel hard op de deur werd gebonsd. Mijn moeder zei nog: “Daar zijn de Duitsers, ik doe niet open.” Wij hadden een voordeur met glas aan de bovenkant en als ik op de trap stond, zag ik de grote donkere helmen van de mannen aan onze deur. Wat bleek, stond mijn vader daar met twee soldaten. Hij was net overgeplaatst naar het vliegveldje en kwam een paar uurtjes thuis slapen. Beneden hij had zijn spullen neergelegd, waaronder zijn pistool. Net toen hij beneden kwam, was ik een dingetje met een touwtje eraan goed aan het bestuderen. Toen kreeg ik een klap voor mijn kop. Bleek het een handgranaat te zijn. Ja wist ik veel, ik was 4 jaar.’


Hoe komt u aan de verzetskranten?

‘Tijdens de oorlog zat mijn vader in het verzet. Hij schreef voor de geheime krant Paraat. Ook smokkelde hij wel eens wapens. Zo stond hij een keer in de tram met een tas vol wapens toen de Duitsers de tram stopten en de mensen kwamen controleren. Hij dacht: “Nou ben ik er geweest met mijn tas vol wapens.” Gelukkig sprak hij een aardig woordje Duits. Hij zei tegen de soldaten dat het schandalig was dat de tram werd gestopt. Hij vertelde dat hij onderweg was naar het hoofdkantoor van de Duitse legerleiding en zo zou hij nooit op tijd komen. “Je houdt mij hier op in de tram!”, zei hij. De Duitsers trapten erin en lieten hem zonder te controleren gaan. Daar was mijn vader mooi op het nippertje ontsnapt.’

           

Erfgoeddrager: Tycho

‘Dat contrast, die feestvierende jongen die na de oorlog nog werd doodgeschoten…’

Annie Stoop Yedema (90) begint meteen te vertellen als Tije, David en Tycho van de Bosschool in Bergen binnenkomen. De kinderen hebben hun interview goed voorbereid en een goede vraagopbouw bedacht. Maar Annie vertelt en vertelt. Tussendoor wisten de leerlingen, met veel ruimte voor haar verhalen, hun nog onbeantwoorde vragen te stellen. Zo hoorden ze over de Tommies die de kleine Annie telde en het feestelijk maal met Kerst.

Wat deed u als kind tijdens de oorlog?
Tijdens de oorlog vlogen er constant vliegtuigen over; wel honderden, de hele dag door. Als ik op de fiets naar school ging, telde ik de Tommies. Dat waren Engelse vliegtuigen die terugvlogen naar Engeland na bombardementen op Duitsland. Op school deden we wedstrijdjes wie de meeste Tommies had gezien. Als kind was ik vooral bang voor bombardementen. Bang dat er bommen op mij of op ons huis zouden vallen. Ik voelde me heel onveilig als ik met broden in mijn tas naar huis fietste, want het zou zo maar kunnen dat Duitse soldaten me zouden overvallen. Ik vond de oorlog vreselijk en hoop dat het bewustzijn binnenkomt bij kinderen dat ze te allen tijde een oorlog zullen proberen te voorkomen.’

Had u een huisdier in de oorlog?
‘De Duitsers in de school tegenover ons hielden konijnen. Op een dag zagen we de soldaten overal zoeken; er was een konijn ontsnapt! Ze konden hem niet vinden omdat mijn vader het konijn had gepakt en snel in een zelfgebouwde kooi had gestopt. Zo hadden wij in een tijd dat er bijna geen eten meer was een reuzefeestmaal met Kerst: konijn!’

Hoe was de bevrijding voor u?
‘Vanaf 1944 waren wij in Amsterdam, omdat iedereen weg moest uit Bergen. Daar maakten we de Bevrijdingsdagen mee. Omdat de veerponten geen brandstof meer hadden, en dus niet meer konden varen, was er een brug van alle pontjes over het IJ gemaakt. Met planken ertussen, zodat er ook nog schepen doorheen konden; dan haalden ze de planken tijdelijk weg en moesten we soms twee uur wachten totdat we verder konden. Dat kan ik me nog herinneren. En dat de Duitsers tijdens de bevrijdingsfestiviteiten op de Dam opeens vanuit een gebouw op de menigte begonnen te schieten. Snel rende ik weg. Toen ik de hoek omrende, zag ik een jongen van een jaar of twintig op de grond liggen met een kogel door zijn hoofd. Dat contrast, die oneerlijkheid – hij had de oorlog overleefd, was blij, vierde feest op de Dam en werd alsnog neergeschoten – heeft veel indruk op me gemaakt.’

 

   

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

+31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892