Erfgoeddrager: Madhu

‘Wie is er bij jullie teruggekomen, vroeg iedereen elkaar na de oorlog’

Het is maar een klein stukje fietsen vanaf Spring High naar Slotervaart en de winterzon schijnt vrolijk. Met koekjes in de hand voor hun verteller komen Sybren, Ramiro, Hugo, Luna en Madhu binnen bij Saskia van Kreveld (1952) die op haar beurt weer naast een stapel documenten en oude familiefoto’s twee mandjes met lekkernijen en colablikjes klaar heeft staan op tafel. “Oma’s mogen verwennen!”

U bent na de oorlog geboren. Waarom doet u mee met dit project?
‘Gelukkig heb ik de oorlog inderdaad niet zelf meegemaakt. Mijn vader Max was 32 toen de oorlog begon en mijn moeder Mimi 16. Zij hebben het geluk gehad dat ze op tijd gewaarschuwd werden en konden onderduiken. Mijn moeder heeft na de oorlog bijna niets willen of kunnen vertellen. Ze wilde niks meer met Duitsland te maken hebben of erover horen of praten. Mijn vader heeft mij geleerd dat niet alle Duitsers slecht waren en dat je nooit mensen over één kam moet scheren. Hij heeft jarenlang op scholen kinderen van jullie leeftijd zijn verhaal verteld. Toen hij er niet meer was – hij is 90 jaar geworden – heb ik het doorvertellen van hem overgenomen. De oorlog heeft mijn hele leven beïnvloed. Daarom doe ik mee.’

Wat is er met uw familie gebeurd in de oorlog?
‘Wij zijn Joods en bijna onze hele familie is vermoord. Mijn vader en zijn jongste broertje zijn de enigen van hun gezin die terugkwamen. Na de oorlog was het de vraag die iedereen elkaar stelde: ‘Wie is er bij jullie teruggekomen?’. Jaren later kregen wij brieven van het Rode Kruis met alle namen van onze omgekomen familieleden. Het was allemaal heel keurig bijgehouden in de kampen. Toch hebben we er nog steeds niets van geleerd; overal op aarde zijn er oorlogen gaande. Kennen jullie een oorlogskind? Ja? Dat bedoel ik! Mensen die zoiets hebben meegemaakt moeten we omarmen. Dat deed Nederland niet goed na de oorlog. Toen mijn vader ‘thuiskwam’, woonden er andere mensen in zijn huis terwijl zijn oude tapijt nog op de vloer lag. Het enige dat we nog hebben van de familie zijn een paar oude foto’s, kristal en wat zilver dat vrienden na de oorlog hebben teruggegeven. Mijn omaatje werd bijvoorbeeld nog met haar schort aan vanachter het fornuis geplukt en werd achterop de fiets afgevoerd omdat ze door de reuma niet meer lopen kon. Mensen moesten alles achterlaten en anderen pikten dat in. Mijn vader zei altijd dat de oorlog voor hem nog dagelijks speelde. Ik denk dat mijn taak in het leven is dat ik deze boodschap door moet geven, dat mensen zelf moeten nadenken, niet achter iemand aanlopen en niemand buitensluiten.’

Wat weet u over het onderduiken van uw familie?
‘Mijn halfbroer Emile, van het eerste huwelijk van mijn vader, heeft als klein kind op achttien verschillende onderduikadressen gezeten, zonder zijn ouders. Ook van mijn vader weet ik dat hij op verschillende plekken ondergedoken heeft gezeten. Telkens als hij verraden was, wist hij gelukkig op het nippertje te ontkomen. Via de ‘ondergrondse’ – een organisatie van allerlei mensen die vanuit hun overtuiging de Joden wilden helpen – kwamen mijn ouders op veilige plekken terecht. Er waren ook wel mensen die woekerprijzen, heel veel geld, vroegen voor onderduikadressen. Gelukkig niet de mensen van de ondergrondse; dat waren échte helden. Het laatste adres waar mijn vader ondergedoken heeft gezeten was in Terwolde. Daar heeft hij zich het langst verstopt en werd hij heel goed behandeld. Hij heette daar ‘Oom Henk’. In de gang zat een hele kleine schuilplek achter de schrootjes van de kapstok. Een keer werd er aangeklopt en stond er plots een ‘bruinhemd’ – een Duitse soldaat – binnen. Die man stond dus met dat dunne muurtje waar mijn vader achter zat, eigenlijk vlak voor mijn vaders neus! Zijn hart bonkte zó hard dat hij dacht dat iedereen het kon horen. Hij was nog nooit zo bang geweest. Die angst heeft hij altijd gehouden. Ook het verdriet van wat een mens een ander aan kan doen is nooit weggegaan. Toch hebben mijn ouders het gedurfd om na de oorlog weer een nieuw leven op te bouwen. In 1949 zijn zij getrouwd.’

Wie was dokter Mengele?
‘In Auschwitz was er een dokter die als ‘vriendje’ van Hitler de ruimte kreeg om onderzoek te doen op Joodse mensen. Mijn tantetje Ro zat in Auschwitz. Bij het uitladen van de treinwagons werden de mensen opgesplitst in verschillende groepen; sommige mensen werden meteen vermoord, sommigen werden te werk gesteld en anderen werden uitgekozen door dokter Mengele voor zijn gruwelijke experimenten. Bij mijn tante Rootje heeft hij allerlei dingen uitgespookt; zelf wist ze niet precies wat hij allemaal heeft gedaan. Ze heeft de details ook nooit willen vertellen. Maar na de oorlog bleek haar hele buik binnenin vernield. Ze kon geen kinderen meer krijgen en had altijd last van haar darmen. Mengele vond tweelingen ook heel interessant om hele enge dingen mee te doen. Ook onderzocht hij het Joodse volk. Maar eigenlijk bestaat dat niet; hét Joodse volk. Er zijn allerlei volkeren onder de Joden en geen vaste kenmerken. Aan iemands uiterlijk kun je dat toch niet aflezen? Dat is heel gevaarlijk. Nog steeds zijn er mensen die anderen buitensluiten op grond van hun uiterlijk, zoals meneer Baudet onlangs weer heeft gedaan. Die hebben er niks van begrepen of geleerd van de geschiedenis. Daarom nogmaals mijn boodschap aan jullie; denk na en wees lief voor een ander. Bedenk iedere avond als je in je bed ligt of je die dag goed bent geweest tegen je naasten en neem je voor open te staan voor een ander. Goh, ik lijk wel een predikant!’

            

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

+31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892