Erfgoeddrager: Lita

‘Onder het matras’

Greet Koster woonde tijdens de oorlog bij haar ouders in Floradorp en bracht er verzetskrantjes rond. Ook haar man, met wie ze in de oorlog trouwde, werkte voor het verzet. Maar toen het te gevaarlijk voor hem werd, moest hij onderduiken. Pas drie maanden na de bevrijding zagen ze elkaar weer.

Hoe was het om in de oorlog te trouwen?
“Dat was heel armoedig. Met de bus gingen we naar het stadhuis. Mijn vader en moeder gingen mee, net als een paar broers en zussen van mij. Omdat we geen geld hadden, droegen we onze gewone, dagelijkse kleren. Gelukkig kregen we een paar extra voedselbonnen, zodat we koekjes en snoepjes konden kopen voor de gasten. Want intussen was alles op de bon. In januari 1944 werd ons zoontje geboren. We hadden geen kleertjes of luiers en scheurden daarom lakens in stukken om er luiers van te maken. Mijn vader ging vaak op pad om te zorgen dat er voldoende eten was voor mij en mijn zoontje. Met alles moest je je behelpen, want er was niks.”

Heeft u ook Joodse mensen in huis gehad?
“Op een dag stond er een Joodse vrouw met haar zoon voor de deur bij mijn ouders in de Kamillestraat. Ze waren ten einde raad en vroegen of ze bij ons mochten onderduiken. Via mijn man die voor het verzet werkte, hadden ze ons adres gekregen. Van mijn ouders mochten ze op de zolder wonen. Die vrouw verfde telkens haar haar in een andere kleur zodat niemand haar zou herkennen, maar desondanks kon je nog wel zien dat ze Joods was. Uiteindelijk vonden mijn ouders het te gevaarlijk om onderduikers in huis te hebben, en moesten ze naar een ander adres. Ik heb nooit geweten wat hun namen waren. Dat mocht ik niet weten. Alles werd via het verzet geregeld. Wij moesten alleen goed voor ze zorgen.”

Wat weet u nog van de razzia’s?
“In de buurt hoorden we eens dat er een razzia was. Ik was inmiddels 20 jaar, al getrouwd, maar woonde nog steeds bij mijn ouders. Mijn man die vanwege zijn verzetswerk ondergedoken zat bij een andere familie, was die dag toevallig net even bij ons op bezoek. Hij moest zich snel verstoppen zodat de Duitsers hem niet zouden vinden. Boven in ons huis stond een bed met een veren matras, daar is hij onder gekropen. Mijn zus en ik gingen op het bed zitten, en dus ook boven op mijn man. Intussen werd beneden geschreeuwd dat we de deur moesten openmaken. De Duitsers hebben nog overal in huis gezocht, maar ze vonden mijn man niet. Later vertelde hij dat hij het vreselijk benauwd had onder dat matras, met ons er bovenop.”

 

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

+31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892