Erfgoeddrager: Jesper

‘’Je kon de bommen zien hangen, zo laag kwamen de vliegtuigen soms over’’

Arie Stokvis weet nog goed dat haar moeder aan het begin van de oorlog riep dat de Duitsers vanaf nu de baas zouden zijn. En ook al was ze nog jong, ze herinnert zich ook nog hoe in die begindagen Duitse militairen door de straat kwamen marcheren. Aan Jesper, Lindsey, Silver en Milan van basisschool Het Wespennest in Noord vertelt ze uitgebreid over haar herinneringen aan de oorlog in Nieuwendam…

 

Wat zag u van de oorlog in Nieuwendam?
“Ik woonde in de Avenhornstraat, bij de Watergangseweg, dichtbij het afweergeschut. Bij de Beemsterstraat waren loopgraven en bunkers van beton waar Duitse soldaten zich konden verschuilen. Daar was ook het luchtafweergeschut. De Duitsers schoten eerst een lichtkogel en in dat spoor schoten ze op de vliegtuigen die overkwamen. In die vliegtuigen zaten Engelsen. Je kon de bommen zien hangen, zo laag kwamen ze soms over. Als de sirenes afgingen, wisten we dat we gauw naar binnen moesten gaan. De volgende dag gingen we altijd op straat kijken of we granaatscherven konden vinden. Ik heb ook wel gezien dat er een vliegtuig brandend naar beneden kwam.”

Had u veel last van de hongerwinter
“Ik heb heel erg veel honger gehad. Mijn vader ging op een oude fiets naar de Beemster en dan nam hij lakens en slopen mee om te ruilen voor aardappelen en wortelen. Waren we blij dat we weer wat te eten hadden. Op het eind was er alleen nog maar veevoer (suikerbieten) en bloembollen. Bloembollen werd je ziek van, dat aten we niet, maar van de suikerbieten maakte mijn moeder wat pap, zodat we in ieder geval wat eten naar binnen kregen. We kregen overal bonnen voor. Bij het Mosveld woonde de enige bakker. Dan stond je uren in de rij voor een brood. Regelmatig viel er iemand flauw. Ook voor de gaarkeuken moesten we een heel eind lopen over een kale vlakte. Op een gegeven moment hadden we geen brandstof meer. Weet je wat de mensen toen deden? Ze sloopten de deuren uit hun huis, ze sloopten de trap uit huis, overal waar hout aan zat. Het hele Vliegenbos stond vol met bomen. Allemaal afgehakt! Wij gingen takjes zoeken en mijn vader had een klein kacheltje en dan maakten we een vuurtje zodat we toch nog iets konden koken. En koud dat we het hadden… We hadden altijd onze jassen aan. Er was ook geen elektriciteit. Dus we hadden fietsen in onze kamer staan, en dan gingen we om de beurt trappen zodat we met de dynamo wat licht konden maken.”

Kende u iemand die is opgepakt?
“In onze buurt zijn veel jonge mannen meegenomen. Als ze dachten dat je een verzetsstrijder was, werd je ook opgepakt en dan ging je naar de Weteringschans. Een oom van me en nog een andere oom ook moesten mee, maar kwamen wel weer terug. Die ene oom was altijd een leuke, vlotte vent maar toen hij terugkwam was hij ineens een oude kerel. Hij is er nooit bovenop gekomen en heeft nooit verteld wat er gebeurd is. Bij de Nieuwedammer Breek, bij de Wognemerstraat, zaten soldaten en dat waren rotzakken. Bij een razzia sloegen en schopten ze je en trapten de deur open. De soldaten in de Purmerschool waren aardiger. Die zeiden bij een razzia tegen mijn vader: ‘Komt u mee?’ Waarop mijn vader antwoordde dat hij zich aan het scheren was en dat eerst moet afmaken. ‘Je komt maar als je klaar bent’, riepen ze. Maar mijn vader ging nooit natuurlijk. Want dan moest je naar het Purmerplein en werd je naar Duitsland afgevoerd.”

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

+31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892