Erfgoeddrager: Isotta

‘Opgepakt terwijl ik op zoek was naar eten’

Dick Voorwerk werkte tijdens de tweede wereldoorlog bij de boekbinderij Proost en Brandt op het Rusland in de Nieuwmarktbuurt.

Had u Joodse vrienden?
“Ik had een collega op het werk. De Jodenbuurt was vroeger afgezet. Wij mochten er niet komen.
Mijn vriend Wim had een fietsenstalling naast zijn huis, die had zijn vader gekocht. Op mijn werk maakten we bijbels en psalmboeken van heel dun papier. Daar werd een rand van afgesneden en daar kon je sigarettenvloeitjes van maken. Ik nam dat papier stiekem mee naar huis. Ik vertelde aan Wim dat ik die vloeitjes had. Hij zei: “Ik geef jou 50 cent voor een pakje en dan vraag ik er een gulden voor.” Voor de oorlog kostte dat 1 cent, maar alles was schaars. Ze noemden dat de zwarte handel.
Na de oorlog zei ik tegen Wim: “Jij hebt lekker verdiend aan die vloeitjes.”
Hij zei: “Nee, weet je waarom mijn vader die stalling heeft gekocht? We hebben een dubbele muur gebouwd. Wij hadden Joodse vrienden in huis achter die muur verstopt.” Met het geld van de sigarettenvloeitjes konden ze de onderduikers onderhouden.”

Gingen uw ouders nog naar het werk?
“Mijn vader was chef van de timmerwinkel op de scheepbouw. In de oorlog werden er Duitse boten gerepareerd. Een Duitse matroos pikte een stuk gereedschap. Mijn vader gaf die vent een lel. “Kom niet aan mijn gereedschap!” De baas van het bedrijf stuurde mijn vader naar huis: “Dat had je nooit moeten doen! Je kan gevangen genomen worden!”
Thuis vertelde hij mijn moeder dat hij niet lekker was en naar bed ging.
’s Avonds werd er op de deur gebonkt: twee Duitse Polizei kwamen binnen. Mijn vader hoorde dat en hij trok de dekens over zijn hoofd. Een van de agenten zag het haar van mijn vader boven de dekens en zei tegen de ander: “Houd je kop, de kinderen slapen!”
Mijn vader dacht: “Ze komen me halen!” 
Maar de Duitser zei: “We komen voor de verduistering. Jullie gordijnen zitten niet goed dicht.”

Heeft u ook iets vervelends meegemaakt?
“Ik was net 18 jaar geworden en stond te liften om naar de boeren te gaan, toen een paar landwachters mijn papieren wilden zien. Ik vertel hem dat ik in de boekbinderij werkte en dat ik naar de boer ging, omdat ik honger had. Toen werd ik opgepakt en naar een plaatsje in Oostenrijk gestuurd. Daar heb ik aan de spoorbaan moeten werken.

Vanuit Oostenrijk wilden ik en twee vrienden naar de Amerikaanse linie gaan. We gingen liften, maar de auto rijdt weg met mijn kameraden én mijn spullen. Ook mijn persoonsbewijs! Vlakbij de grens van Tsjechië moest ik mijn papieren laten zien. Toen ben ik opgepakt en in een oude schuur gevangengenomen. Ik weet nog steeds niet hoe, maar ze zijn er gelukkig achter gekomen dat ik niet jokte over wie ik was. Ik kreeg papieren voor de trein. Ik kwam bij de Amerikaanse linie en werd naar het Internationale Rode Kruis in Praag gestuurd. Ik meldde me daar, ze keken in hun papieren en vroegen mij naar mijn vrienden. Het bleek dat zij daar ook waren! We waren zo blij om elkaar te zien! Vanuit Praag zijn we teruggegaan naar Nederland.
Het was voor mij een leerzame tijd. Zo denk ik er naderhand over. Toen niet.”

foto’s: Marieke Baljé

 

 

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

+31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892