Erfgoeddrager: Fateme

‘We kwamen een man tegen die een stuk van zijn arm miste, helemaal in paniek.’

Tot voor kort dacht mevrouw Loes van de Werff – van Boxmeer dat al haar
familieleden het bombardement op het Bezuidenhout hadden overleefd. Maar als ze in het stadhuis op een lijst met namen van slachtoffers van het bombardement keek, op zoek naar de namen van haar buren, ziet ze de naam van haar tante op de lijst staan. Ze hebben al tijdens de oorlog geen contact meer met deze zus van haar moeder. Pas 70 jaar na de oorlog is er duidelijkheid over haar lot.

Wat weet u nog van het bombardement op het Bezuidenhout?
Wij woonden in de Agnesstraat, tegenover de huishoudschool. Ik was halverwege de trap. Ik kwam van mijn buren want die hadden tulpenbollen voor me gekookt. Toen viel een bom op die school. Alle ruiten waren eruit, de deur lag aan splinters. Even daarvoor hadden een oude man en een jongetje voor de deur van die school gestaan. Ik keek naar buiten en door de luchtdruk was die deur naar buiten geblazen. Dat jongetje had tegen de deur gestaan en was midden op straat terecht gekomen. Hij had alleen een brok puin op zijn been gekregen. Maar die oude man had een stap naar voren gezet om naar de vliegtuigen te kijken en lag onder het puin. Daar hebben we niks meer van gezien. We zijn ons huis uitgevlucht en we moesten over lijken heen stappen. Ook kwamen we een man tegen die een stuk van zijn arm miste, helemaal in paniek. Heel griezelig.

Haalde u wel eens kattenkwaad uit tijdens de oorlog?
We hadden de pest aan die Duitsers en met blaaspijpjes bliezen we soms
kersenpitten naar ze toe. Als ze dan kwaad werden en je pakten, dan kreeg je natuurlijk mot. Ook had ik een nicht die zeer pro‐Engels was. Samen liepen we een keer achter een Duitser die gearmd liep met een Hollands meisje. Dat vonden wij maar niks dat die meisjes met Duitsers gingen. Mijn nicht scheen met een knijpkat op die Duitser. Hij zei: ‘Licht aus!’ waarop mijn nicht tegen hem zei: ‘Niet voor jou, alleen voor een Engelsman.’ Toen wou die vent naar ons toe komen, maar dat meisje hield hem tegen. Dus er werden ook wel opmerkingen gemaakt die je je eigenlijk niet kon permitteren.

Vierde u in de oorlog ook de verjaardag van de koningin?
Er waren mensen die ondeugend waren en een broche van een dubbeltje of kwartje met de afbeelding van de koningin hadden gemaakt. Die droegen ze dan terwijl dat niet mocht. Net als dat je geen rood‐wit‐blauw mocht dragen. Ik had een klein boerinnetje met rood‐wit‐blauwe klompjes opgespeld. Met mijn vader ging ik de stad in en daar liepen jongens van de Jeugdstorm. Die kwamen op ons af, grepen mij vast en wilden het
poppetje van mijn revers af trekken. Mijn vader stond dat niet toe en pakte een jongen bij zijn hand. Direct was er een opstootje. ‘Sla hem voor z’n gezicht meneer, sla hem voor z’n gezicht!’ werd geroepen. Toen kwam er een politieagent en die nam ons mee. Zogenaamd naar het bureau, maar hij deed het om ons te redden. Hij zei: ‘Je moet die schoften geen aanleiding geven om je beet te pakken, dus ga maar gauw naar huis!’

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

+31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892