Erfgoeddrager: Fancy

‘Je voelde wel een soort angst, maar je speelde ook gewoon nog buiten’

Hannie Schepers- Oosterhof is tien als de oorlog begint. Michelle, Fancy, Anika en Sabrina van groep 8 van de Boomgaardschool doken flink de geschiedenis in aan de hand van de vele spulletjes die Hannie Schepers uit die tijd heeft bewaard. Ze voelden echt geld van vroeger en bewonderden de penning met Hannie Schepers’ meisjesnaam erop, die zij in oorlogstijd droeg voor het geval er iets heel erg mis zou gaan…

Hoe merkte u dat het oorlog was?
Eerst doordat we bommen hoorden neerkomen. Daarna, een paar dagen nadat de oorlog was uitgebroken, hoorden we dat Rotterdam helemaal plat was gebombardeerd. Het was dus oorlog. Bij waar later de Postbank werd gebouwd, aan de Haarlemmerweg, reden de treinen van de Duitsers, volgeladen met explosieven. Uit Engeland kwamen de vliegtuigen die dát weer wilden bombarderen. Je hoorde soms wel een plof. Dan moest je schuilen. Ik begreep het goed, al was ik nog een kind. Je voelde wel een soort angst, maar je speelde ook gewoon nog buiten, hoor. Alleen moest je op een bepaald tijdstip binnen zijn van de Duitsers. Er was één heel spannend moment, toen ik aan het eind van de oorlog met een vriendin bij de Velserweg, bij Sloterdijk, op het land tarwe ging pikken. We werden gepakt, een soldaat greep de bagagedrager van m’n fiets, ik kwam los en we zijn heel snel weggefietst. Hij had kunnen schieten, maar dat deed hij niet.

U heeft veel spulletjes bewaard, zien we!
Heel veel. Onder andere geld uit die tijd, illegale blaadjes die mijn vader stencilde, lege pakjes kauwgum en sigaretten, granaatscherven, een poster van een soldaat en mijn penning. Daar staat mijn meisjesnaam op – Henriette Oosterhof – en mijn adres, toen nog met ‘sch’ geschreven: Bosch en Lommerweg 43. Die penning droeg ik om m’n nek. Stel dat er wat gebeurde, dan wisten ze wie ik was. Ja, je ging gewoon naar buiten als kind. Soms moest ik eten halen, met voedselbonnen. Dan probeerde je wel stiekem zo’n bon achter te houden door de bakker af te leiden. Buiten gingen we als kind granaatscherven zoeken.  Dan zei je: ‘Oh wat heb jij een mooie, mag ik die?’ Die ruilde je dan. Je had geen tv, amper radio, dus daarmee vermaakten wij onszelf. In Nunspeet, waar we wel eens naartoe gingen om familie te bezoeken, heb ik een keer in een neergestort vliegtuig gespeeld. Die lag schuin, daar kropen we zo in.

Kende u NSB’ers?
Op school hadden we twee  kinderen van NSB-ouders; die kinderen zaten dan bij de Jeugdstorm. Maar weet je, sommige NSB’ers waren al lid voor het oorlog was. Die dachten: dat is het! Die wilden daar graag bij. Toen het zo extreem werd, gingen sommige er wel uit. Of we die kinderen in de klas pestten? Nee, want dan kon je worden aangegeven. Ons noemden ze de ‘Rooien’, omdat mijn vader links was, zoals je nu van de PvdA bent. Heel de Bos en Lommerweg was ‘rood’. Mijn moeder was ook heel democratisch ingesteld; die vond in die tijd al dat je als vrouw ook mee mocht praten. Het was een heel andere tijd. Een telefoon had je niet; je kon bellen bij de melkboer. We hadden alleen een houten radio met draaiknoppen, maar dat was verboden door de Duitsers. Mijn vader wilde niet dat ze ‘m afpakten en heeft ‘m toen in de tuin begraven. Na de bevrijding hebben we ‘m opgegraven, maar er was niks meer van over.

fotografie: Shirley Brandeis

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

+31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892