Erfgoeddrager: Chinyere

‘’Doe dat niet!’’

Wij zijn Melih, Mohamed Chakir, Angelina en Chinyere. Wij hebben via Skype het indrukwekkende verhaal gehoord van Jacob Joshua, een Joodse man die tijdens de oorlog moest vluchten voor de Duitsers en nu in Israël woont. Hij is vaak verhuisd in de oorlog en zag zijn vader sterven in kamp Bergen Belsen.

Waarom kwam het gezin Joshua naar Nederland?
“We zijn weggegaan uit Duitsland, waar ik ben geboren. Weg van de Duitsers. Maar toen kwamen zij ook naar Nederland. Ze deden er alles aan om de Joden te vermoorden. Gelukkig ben ik gered. We woonden eerst in Scheveningen, toen we daar weg moesten, verhuisden we met het hele gezin naar Utrecht waar we tot 1943 woonden. Op een gegeven moment werden alle Joden in de buurt opgepakt en naar kamp Westerbork gebracht. Het was vreselijk om te zien. Ik herinner me dat we ’s morgens wakker werden en dat alle buren weg waren. Wij waren voorlopig veilig, want wij hadden Paraguayaanse paspoorten. Daarin stond dat wij als familie Joshua naar Paraguay mochten reizen, dat gaf privileges en heeft ons gered. In april 1943 kwam er een NSB’er bij ons aan de deur, hij wilde in ons huis wonen. Wij moesten eruit. Dat was vreselijk, waar moesten we heen? We zijn naar Amsterdam gegaan. Eerst naar Asterdorp en later naar Amsterdam-Oost.”

Uiteindelijk hebben de Duitsers jullie opgepakt?
“Mijn vader ging naar Utrecht en had zijn Jodenster afgedaan. Hij werd opgepakt toen iemand hem herkende. Een paar uur later stond de politie bij ons op de stoep, om ons mee te nemen. We hadden vijf minuten om onze spullen te pakken. We moesten naar kamp Westerbork. In februari 1944 werden we met de trein naar kamp Bergen-Belsen gebracht. Het geluk was dat wij die Paraguayaanse paspoorten hadden, waardoor wij in leven zijn gebleven. Er was niet genoeg eten, iedereen was hongerig en sommigen zijn daardoor gestorven. We waren ziek, dat was vreselijk. De Duitsers hebben ons in januari 1945 naar kamp Biberach gebracht.”

Hoe is uw vader overleden?
“Mijn vader is door honger gestorven in Bergen-Belsen. Hij kreeg niet genoeg te eten. Mijn vader was een grote man die veel eten nodig had, maar meer dan een stuk brood kreeg hij niet. Ik was bij hem toen hij overleed. Hij lag ziek in bed en hij zei: ‘Jacob, ik ga sterven.’ Ik zei: ‘Doe dat niet!’ Maar hij stierf. Ik heb mijn moeder gehaald. Ze hebben mijn vader toen op Bergen- Belsen gecremeerd. Een paar maanden daarna zijn wij in kamp Biberach bevrijd.”

Foto’s: Caro Bonink

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

+31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892