Erfgoeddrager: Bono

‘Kinderen in de klas zeiden dat ik ongeluk bracht’

Wij interviewden Rietje in cafe Hegeraat op de Noordermarkt. Na afloop hebben wij haar allemaal even een knuffel gegeven.

Hoe begon de oorlog?
‘Er waren ineens een heleboel soldaten met grote laarzen aan, op straat. Dat was heel angstig, omdat ik nog klein was. De familie kwam bij elkaar bij mijn oma op de hoek van de Goudsbloemstraat. Ze waren met zes zussen en twee broers. De man van mijn tante Bet, was zeeman op de grote vaart en kon dus niet meer terug naar Nederland, hij is de hele oorlog weggeweest. Als kind besefte ik eigenlijk niet hoe erg het was, maar zag dat iedereen om mij heen in paniek was. Mensen waren in tranen, ze waren in de war, omdat Nederland eigenlijk neutraal was.’

Ging u naar school in de oorlog?
‘Ja. Ik zat op school op de Lindengracht. Als er vliegtuigen overvlogen en er werd gebombardeerd, dan zat de meester onder de tafel en wij onder de banken. Dat hielp dus helemaal niets. Als er granaten insloegen, dan vloog het glas naar binnen.

Ik had een vriendinnetje en die kwam voor het eerst op school. Het was een heel schattig meisje en ze kwam naast mij zitten in de klas. We werden echt vriendinnen. Op een ochtend was ze er niet. Ze was ziek geworden en omdat er geen medicijnen in de oorlog waren is ze overleden. Dat was een hele klap voor mij. Ik mocht naar haar begrafenis. Daarna kwam er een ander meisje naast mij zitten. Met haar was ik ook vriendinnetjes. Mensen hadden niet echt een gasfornuis in de keuken en zij was buiten op een primus een pannenkoekje aan het bakken, toen is dat ding in de brand gevlogen en dat meisje ook. De meester heeft op school gebeden dat ze mocht overlijden, omdat ze anders een monster zou zijn. Ze is toen ook doodgegaan. Vanaf die dag wilde niemand meer naast mij zitten. Ze zeiden dat ik ongeluk bracht.’

Heeft u iets gemerkt van haat tegen Joden?
‘Mijn oom was half Joods, zijn vader was Joods, zijn moeder niet. Toch moest hij een ster dragen. In het begin was er niet zoveel aan de hand, maar later moesten hij en zijn vader ook onderduiken.’

Heeft u iets meegekregen van het verzet?
‘Mijn ooms waren communist en hadden illegale krantjes. Op een nacht hadden ze op alle peperbussen op de Lindengracht, aanplakbiljetten van het verzet geplakt. Toen zijn de Duitsers gekomen in overvalwagens en vroegen wie dat gedaan had. Niemand zei natuurlijk iets. Toen gingen ze alle huizen in, trappen op en brachten alle mannen naar buiten. Die moesten met hun nagels alle pamfletten van die peperbussen afkrabben. Hun nagels zaten helemaal onder het bloed. De Duitsers onderzochten meteen alle huizen of er nog onderduikers zaten.’

Hoe was het in de hongerwinter?
‘Aan het eind mocht een groep Amsterdammertjes naar Texel om aan te sterken.
Mijn moeder bracht mij naar dekschuiten achter het Centraal. Ik voelde mij heel alleen en moest huilen. Op Texel werden we ondergebracht bij mensen. Maar op Texel brak een zwaar gevecht uit, wat ze nu de Vergeten Oorlog noemen. Op het eiland zaten Russen (Georgiërs) die met de Duitsers hadden gevochten. Toen de Duitsers de oorlog aan het verliezen waren, moesten de Georgiërs met de Duitsers vechten tegen de Geallieerden, maar dat wilden ze niet meer en zijn in opstand gekomen. Er ontstond een bloedig gevecht. Ik moest mij verstoppen en mocht niet meer naar buiten. Er was helemaal geen communicatie tussen Amsterdam en Texel, dus mijn moeder wist helemaal niet dat er zo erg gevochten werd.  De Texelaars, die Georgiërs in huis verstopten, werden ook doodgeschoten. Deze strijd begon in april en eindigde pas nadat iedereen in Nederland al bevrijd was. Ik heb de bevrijding in Amsterdam dus niet meegemaakt. Ik was pas in juni thuis. Er zijn heel veel Georgiërs en Texelaren doodgegaan. Ook vier van de Amsterdammertjes die naar Texel waren gekomen om aan te sterken, werden gedood.’

foto’s: Marieke Baljé

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

+31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892