Erfgoeddrager: Bodecha

‘’Eigenlijk was ik veel te jong voor zulke grote geheimen.’ ’

Wij interviewden mevrouw Klouwen. Haar vader zat in het verzet en zij hielp hem met klusjes.

Wat deden uw ouders in het verzet?
‘Mijn vader zat in het verzet. Ook mijn oom en zijn buurman zaten bij het verzet. Ze regelden bonkaarten. Dat waren bonnen waar je onder andere eten mee kon kopen. Ook regelden ze valse paspoorten voor mensen die zaten ondergedoken en hielpen ze Joodse mensen onderduiken.
Tegenover ons in de straat woonde een Joods gezin. Toen de oorlog begon werd de man opgepakt, waardoor de vrouw met haar kind achterbleef. Toen zij werden opgehaald om naar de Hollandsche Schouwburg te gaan, heeft zij kans gezien om te ontsnappen en heeft bij ons aangeklopt voor hulp. Als Joodse mensen waren weggehaald, werd hun huis leeggehaald door Puls. Bij onze overburen was dat waarschijnlijk vergeten. Mijn moeder kwam met het idee dat het niet heel gek zou zijn als de overbuurvrouw in haar eigen huis zou onderduiken met de rest van haar familie. Mijn vader zorgde voor eten en had een schuilplaats voor ze gebouwd voor het geval er iets zou gebeuren.’

Wat vond u ervan dat uw ouders in het verzet zaten?
‘Ik vond het heel logisch dat mijn ouders in het verzet zaten. Ik wist niet beter. Zelf heb ik ook meegeholpen. Ik moest codeberichten doorgeven aan andere verzetsleden. Dan moest ik bijvoorbeeld zeggen: ‘De buurman is ziek’. Wat het betekende, wist ik niet en dat was misschien ook maar beter. Ook bracht ik de verzetskrant ‘Het Parool’ rond. Nu is dat een dikke krant, toen was het slechts één A4’tje. Daar stonden boodschappen en geheime codes op. De blaadjes had ik onder mijn jas, want het moest allemaal stiekem. Ik vond het interessant om te doen, maar ook heel eng. Ik moest dus over alles mijn mond houden. Dat vond ik soms lastig. Ik wilde het zo graag aan mijn vriendinnetjes vertellen. Ik had het gevoel dat ik geen goede vriendin was, omdat ik geheimen voor ze had. Ik had ook geen broertjes of zusjes, dus het maakte mij een beetje eenzaam. Eigenlijk was ik veel te jong voor zulke grote geheimen.’

Bent u ook familie of vrienden kwijtgeraakt in de oorlog?
‘Tijdens de oorlog ben ik heel veel vriendjes en vriendinnetjes verloren. Bij mij in de buurt woonden heel veel Joodse gezinnen. Langzaamaan verdwenen ze en kwamen nooit meer terug. Dat was heel erg verdrietig.
In 1944 werd de Duitse officier Herbert Oehlschläger gedood. Als wraak werden op de Apollolaan 29 mensen gefusilleerd. De buurman van mijn oom was een van deze 29 mensen. Hij en mijn oom zaten in de gevangenis aan de Weteringschans. Ze waren opgepakt tijdens een razzia die eerder had plaatsgevonden. Met de dood op de Duitse officier hadden ze niets te maken, maar dat kon de Duitsers niets schelen. Ze waren uit op wraak en haalden 29 willekeurige mensen uit hun cel. Mijn moeder was zo kwaad en riep: ‘Ik vergeef het die moffen nooit!’ En dat heeft ze ook nooit gedaan, want als wij bijvoorbeeld met de auto op vakantie gingen naar Italië, reden we niet door Duitsland, maar helemaal om via België, Frankrijk en Zwitserland.’

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

+31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892