Erfgoeddrager: Berk

‘Ze vroegen altijd waar ik Nederlands had geleerd’

Lien de Scheemaker is geboren in 1933 in Batavia. Haar vader was Nederlands en haar moeder was Balinees. Na de oorlog werd het te gevaarlijk voor Liens familie en vertrokken ze naar Nederland. Of Lien hier makkelijk kon wennen, vertelt ze aan Eunice, Anne, Berk en Mohamed van het Metis Montessori Lyceum in Amsterdam.

Hoe was uw leven voordat de Japanners kwamen en de oorlog uitbrak?
‘Grandioos! Ik was de jongste van zes kinderen. Mijn vader was controleur voor de landelijke inkomsten en had op het eiland Lombok mijn moeder ontmoet en was meteen verkocht. Ze mochten eerst niet trouwen van de overheid, omdat mijn vader Nederlands was en mijn moeder Balinees, ook al was zij van hoge afkomst. Ze kon niet lezen of schrijven, maar was wel koppiekoppie en rekende alles uit haar hoofd. Ik ging naar een door Nederland erkende school en thuis spraken we Nederlands. Behalve als mijn vader er niet was: dan spraken we Pasar Maleis met moeder. Mijn vaders oudste zus, die op kosten van ons gezin in de buurt woonde, commandeerde iedereen. Wat mij heel erg trof was dat zij met haar voeten mijn moeder aanwees wat ze moest doen. Ik was pas een jaar of zes, maar vond dat toen al schandalig.’

Wat veranderde er voor u toen de Japanse bezetting begon?
‘Omdat mijn moeder Balinese was, hoefden we niet naar een kamp. Maar we mochten niet naar school en ook geen Nederlands praten. Mijn twee oudste broers moesten in dienst voor het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger en zijn toen in Thailand krijgsgevangen genomen. De jongste van de twee is overleden aan hersenmalaria.
De Japanse bezetting zelf was niet zo erg voor ons als wel de strijd van de Indonesiërs tegen Nederland daarna. Zij hadden een hekel aan Indische mensen. Ze vonden dat wij voorgetrokken werden door de ‘echte’ Hollandse Nederlanders en dat zij achtergesteld werden. Ergens was dat ook wel zo.’

Vond u het erg om naar Nederland te gaan?
‘We hadden net een oorlog achter de rug. Ik vond het een heerlijkheid om op reis te gaan. Toen we in de haven van Jakarta aan boord gingen en alle controles door waren, wist ik niet hoe snel ik naar de boeg moest rennen. Ik ben daar blijven staan, vanaf de haven tot helemaal voorbij Singapore. Aan de andere kant vond ik het erg, want je wist eigenlijk wel dat je nooit meer terugkwam. En voor zo’n bootreis, die een maand duurde, mocht je maar één klein koffertje meenemen. Mijn oudste zus, haar echtgenoot en hun kinderen hadden geen Nederlands paspoort kunnen krijgen en dat heeft mijn vader zijn leven kop gekost. Hij wist dat ze in Indonesië op een dodenlijst zouden komen en kreeg twee maagzweren van het piekeren, waaraan hij is overleden. Uiteindelijk zijn ze hierheen gekomen, maar dat heeft hij niet meer geweten.’

Miste u uw oude leven of kon u snel wennen?
‘Alles was nieuw voor me. Omdat ik de taal sprak, werd ik gemakkelijker geaccepteerd. Ze vroegen altijd waar ik Nederlands had geleerd. En dan zeiden sommige flauwerds: “Aan boord van de boot!” Flauwekul, dat kan natuurlijk nooit, dat je zo snel vloeiend Nederlands spreekt. Maar ik was gewoon in het Nederlands opgegroeid, met Nederlandse manieren en wennen ging daardoor dus snel. Na aankomst kenden we wel armoede. We kregen zogenaamd kleding van Nederland, maar later moest je dat gewoon terugbetalen! Terwijl we die kleding niet pasten; we liepen op schoenen volgestopt met kranten. Toen ik later werkte bij de KLM werkte keken de studenten uit Indonesië daar een beetje raar naar mij op, tot ze in de gaten kregen dat ik Indonesisch sprak. Toen ze wisten dat mijn moeder Balinese was, gingen ze vaak bij haar eten, want ze hadden weinig geld. Mijn moeder kookte rijst, dat je toen nog bijna nergens kon krijgen, en kookte halal voor ze. Als ze, eenmaal hun opleiding afgerond, een vlucht naar Nederland hadden, namen ze altijd lekker fruit dat hier nog niet te koop was voor haar mee.’

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

+31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892