Erfgoeddrager: Melody

‘Het leven ging door, maar langzaamaan veranderde alles’

Rustig wachtten Nona, Melody en Habelyn van basisschool De Morgenster in de lerarenkamer op Antoon de Vries. Ze vinden het spannend. Gelukkig hadden de kinderen een goede verstopplek gevonden voor de bonbons die ze na het gesprek willen geven. Omdat meneer de Vries niet meer zo goed kan horen, gaan ze hun uiterste best doen luid te spreken. En dat was soms best moeilijk.

Wist u meteen dat de oorlog was begonnen?
‘Ja, via de radio. Televisie was er nog niet. Van de ene op de andere dag was de oorlog begonnen. Mijn ouders dachten wel dat het zou gebeuren en hadden ons voorbereid. Maar als zevenjarige jongen zegt je dat nog niet veel. Ik wist nog niet wat oorlog was. De eerste paar dagen merkte je het ook nog niet. Mijn eerste herinnering is van twee dagen later. Ik moest niet meer naar school. Ik zat bij de kruidenier op de stoep en ik keek naar een Nederlandse soldaat die met zijn geweer op een vliegtuig zat te schieten. Het klinkt misschien raar maar wij konden gerust met de Duitse soldaten praten. We mochten gewoon blijven buiten spelen. Het leven ging door, maar langzaamaan veranderde alles. Op gegeven moment mochten we niet meer na zeven uur s‘ avonds naar buiten.’

Hoe kwamen jullie aan eten?
‘Iedereen in de familie was altijd bezig met eten verzamelen. Mijn moeder, mijn twee zusters en mijn schoonzuster fietsten eens in de zes weken voor eten naar Nijverdal. Vroeger hadden de fietsen geen normale banden. Het waren meer autobanden. Dat fietste niet lekker. Naar Nijverdal waren ze zo’n drie uur onderweg, maar uiteindelijk kwamen ze terug met fietstassen vol eten. We kregen vaak gekookte suikerbieten en rogge. Mijn broers gingen elke ochtend melk verzamelen bij de boeren. In de Hongerwinter ging ik ook postzegels ruilen voor brood bij een fabriek met Poolse soldaten. We hadden thuis eigenlijk altijd genoeg eten. We hadden geen honger. Ik kan me ook herinneren dat er een schip vol met appels gelost werd voor de Duitsers bij ons in de omgeving. We gingen dan op de rand van een boot zitten en pakten dan appels, totdat onze broekzakken vol waren. Toen dacht je slim te zijn, maar de Duitsers hadden je natuurlijk gewoon gezien.’

Hoe was het bombardement in Driemond?
‘We waren aan het hockeyen op straat en toen vloog een vliegtuig over ons dorp. De brug over het Amsterdam-Rijnkanaal werd gebombardeerd. De ramen vlogen er allemaal uit en we moesten ergens schuilen. Toen was ik echt geschrokken. Na dat bombardement werd ik elke keer als ik over de brug moest angstig. Ik heb in die tijd geleerd om te overleven. Je moest samen zorgen voor warmte en eten. De familieband werd sterker. We moeten van het verleden leren, zodat we niet dezelfde fouten maken.’

   

Erfgoeddrager: Melody

‘Mijn moeder zei dat ik maar goed moest zwaaien naar Klaartje’

TheaVerboom was pas vier jaar oud toen de oorlog begon. Toch kan zij Derk, Enah en Melody van de Olympiaschool veel vertellen. Tijdens de oorlog ging zij ook naar de Olympiaschool. Ze toonde een foto van zichzelf, genomen om de hoek van school. Bijzonder om te zien hoe die plek er vroeger uitzag.

Hoe wist u dat er oorlog was?
Ik kan me nog herinneren dat mijn zussen met plakband op de ramen aan het plakken waren. Er kwam zo een patroon van plakband en dat vond ik heel mooi om te zien. Mijn zussen vertelden me dat ze dat deden om tijdens een bombardement te voorkomen dat het glas overal heen zou springen, want dat was gevaarlijk. Dat is het eerste wat ik me herinner van de oorlog.

Ik was vaak bang, maar de oorlog was soms ook spannend. Ik zag een keer gevechten in de lucht met vliegtuigen. Als kind vond ik dat wel interessant om te zien. Ik was nog klein en ik snapte nog niet hoe erg dat moet zijn geweest voor de piloten.

Had u ook Joodse vrienden?
Er was een keer een razzia in mijn buurt. Ik woonde op de eerste etage en vanuit het raam zag ik hoe Joodse mensen uit hun huis werden gehaald en achterin grote overvalwagens moesten stappen. Er was ook een vriendinnetje van mij bij, zij moest samen met haar familie ook de wagen in. Samen met mijn moeder heb ik naar haar staan kijken. Mijn moeder zei dat ik maar goed moest zwaaien naar Klaartje. In mijn klas zat ook een Joods jongetje. Hij kwam opeens niet meer op school en de meester vertelde dat hij een lange reis moest maken. De meester wilde ons niet vertellen dat ook Robbie naar een concentratiekamp was gestuurd.

Hoe was de Hongerwinter voor u?
Omdat er veel te weinig eten was, stuurden mijn ouders me naar het platteland in Noord-Holland. Hier was meer eten dan in de stad. Als 9-jarig meisje werd ik op een boot gezet met allemaal vreemden, mijn moeder zwaaide me uit. Toen ik was aangekomen moest ik naar een kindertehuis, hier kreeg ik wat te eten. Ik weet nog dat ik graag meer wilde omdat het maar zo weinig was, maar toen ik het had opgegeten zat ik toch helemaal bomvol. Dat was omdat ik het niet meer gewend was om goed te eten.

Er kwamen soms mensen langs bij het tehuis om te kijken of zij een leuk kind zagen om thuis voor te zorgen. Op een dag werd ik uitgekozen en toen ging ik met deze mensen mee naar huis. Ik moest daar samen met een oude oma in een heel klein bed slapen. Dat vond ik heel naar en daarom ben ik weggelopen. Ik werd al snel weer gevonden. Tot op vandaag wil ik niet slapen met iemand naast me, ik moet dan weer denken aan hoe eng ik het vond in de oorlog.

Fotografie: Caro Bonink

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

Christine: +31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892