Erfgoeddrager: Maryam

‘Ik heb een jaar heimwee gehad’

Vanuit school lopen de kinderen naar Recep Alkan, die aan het werk is in zijn kledingreparatiewinkel Asgul in de Javastraat. Het is vrij druk in zijn goedlopende zaak. Er staan wel tien naaimachines en allerlei mensen zijn aan het naaien. Meneer Alkan is nog even een klant aan het opmeten, maar heeft daarna tijd. Rond een grote tafel met stoffen interviewen de kinderen hem, midden in de winkel. Als ze klaar zijn, vragen ze of meneer Alkan kan raden wat hun achtergronden zijn. Hij heeft het bijna allemaal goed…Irakees, Indiaas, Pakistaans en Marokkaans!

Waarom verhuisde u vanuit Turkije naar Nederland?
‘Mijn moeder overleed toen ik vier jaar was en mijn vader hertrouwde met een Nederlandse vrouw. Daarom ging hij in Nederland wonen, samen met mijn broer. Ik bleef in Turkije en woonde bij mijn oma, tot ik 13 jaar was. Toen kwam mijn vader me halen. Met zijn Opel Record, zijn eerste auto, reden we in de zomer in drie dagen naar Amsterdam. Doodmoe was ik toen we aankwamen op het Javaplein. Mijn gedachten waren een beetje klaar.’

Vond u het spannend om naar Amsterdam te gaan?
‘Ja, ik kende de taal niet en kwam in een heel andere wereld terecht. In Turkije woonde ik op het platteland. Nu kwam ik in een stad. Het was spannend, schoon en netjes. Er was hier nog geen Turkse tv dus haalden we films in een Turkse videotheek. Het eten was wel hetzelfde als in Turkije want er waren toen al veel Turkse groenteboeren in de Indische buurt. Ik had nog nooit donkere mensen gezien en ineens zag ik Surinamers. “Bestaan deze mensen ook?”, dacht ik. Ik ging meteen naar school om de taal te leren en later naar het Montessori College Oost bij Oostpoort. Daarna ben ik in de winkel van mijn vader gaan werken, hier in de Javastraat.’

Wat miste u?
‘Ik miste mijn vrienden en de natuur op het platteland. We hadden koeien, ezels en honden… Een jaar lang heb ik heimwee gehad. Toen gingen we op vakantie naar Turkije. Bij het vertrek moest ik huilen, maar daarna was het over. Eigenlijk zie ik geen grote verschillen tussen Nederland en Turkije. Als je je familie bij je hebt en daar goed mee kunt opschieten, is het overal hetzelfde, waar je ook bent. Het enige echte verschil is dat hier iedereen bij zijn afspraken op tijd komt.’

 

Erfgoeddrager: Maryam

‘‘Anneliesje komt niet meer terug’’

Adri Frijlink vindt dat we maar weinig hebben geleerd van de Tweede Wereldoorlog als we de oorlogen van nu op de televisie zien. “Toch was de Tweede Wereldoorlog in Amsterdam-Noord voor de meeste mensen niet hetzelfde als de ellende die we nu in Syrië zien”, zegt hij. Maryam, Ivan, Reda, Sofyan en Marouane van de IJdoornschool kennen oorlogen gelukkig alleen van televisie. Ze zijn benieuwd naar de verhalen over de oorlog in Noord.

 

Heeft u iets ergs gezien in de oorlog?
“Ik heb iets heel naars meegemaakt in het Florabad, wat nu het Noorderparkbad is. Toen ik ongeveer 6 jaar was, moest ik daar leren zwemmen. Vroeg in morgen ging ik naar zwemles, het water was ijskoud. We hadden al zo weinig te eten en dan kreeg je om je magere lijf een zeiknatte riem…vreselijk vond ik dat! Het bad werd bewaakt door Duitsers. Ze hadden weinig te doen en zaten de hele dag een beetje uit hun neus te peuteren. Knappe meisjes uit de buurt hadden wel interesse in die jongens en hingen altijd een beetje rond hen. Het waren niet de netste meisjes, wij noemden ze de ‘meiden uit de buurt’. Op een dag was ik met een paar vriendjes aan het zwemmen, toen we een harde knal hoorde. Ik zag tot mijn schrik nog net een Duitse soldaat het water in kukelen. Wat was er gebeurd? Een van de meisjes wilde het wapen vasthouden, niet wetende dat het geladen was toen ze het liet afgaan. Ze kon er waarschijnlijk niks aan doen, maar knalde toch die Duitser het water in. Zo snel als we konden, renden we naar huis, maar ik moest van mijn moeder terug om mijn spullen op te halen. Ik denk wel dat de Duitser dood was. Zoiets vergeet je nooit meer hoor.”

Had u Joodse vrienden?
“Ik had in de 6de klas een Joods schoolkameraadje. Zijn vader had op het Mosveld een scheepsmotorenfabriek. De Duitsers, die kleine schepen op het water gebruikten, hadden het bedrijf hard nodig voor de reparatie van de motoren. Daarom lieten ze het gezin met rust. Er verdwenen wel andere gezinnen uit de buurt. Soms wist je niet eens dat ze Joods waren. Dan zei de juf of meester dat Anneliesje niet meer naar school zou komen omdat ze ergens naartoe moest. Dat klopte natuurlijk niet.”

Voelt u zich nog steeds wel eens verdrietig over de oorlog?
“Op sommige momenten in het jaar, zoals bij de herdenking op 4 mei, denk ik er veel aan. Als er dan iemand een toespraak houdt of er wordt gezongen, krijg ik bijna automatisch tranen in mijn ogen. Dan denk ik terug aan hoeveel mazzel ik eigenlijk hebt gehad dat ik nog leef. Zoveel mensen zijn omgekomen… Op zo’n moment kan ik dus echt verdrietig zijn. Daar is niks mis mee. Je mag best een traan laten rollen, ook al ben je 12 of 82. Dat is niet aan leeftijd gebonden.”

Amsterdam Noord. Fotograaf Caro Bonink

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

+31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892