Erfgoeddrager: Linda

‘”Mijn moeder werd weggehaald en ik bleef alleen achter met mijn baby-broertje.”’

Theo Tielenburg woonde tijdens de oorlog in de buurt van het Waterlooplein. Zijn moeder was Joods, zijn vader niet. Daardoor hebben zij de oorlog overleefd.

Bent u ondergedoken?
“Nee, ik ben niet ondergedoken geweest. Mijn moeder is wel weggehaald, die heeft ruim drie maanden in Westerbork gezeten. In die tijd ben ik altijd bij mijn vader gebleven. Ik had een broertje, hij was in ’42 geboren, een baby nog. Hij is toen bij mensen ondergebracht. Omdat mijn moeder gemengd gehuwd was, kwam ze  na drie maanden weer vrij. Mijn broertje is toen ook weer thuisgekomen.”

Ben u iemand in de oorlog verloren?
“De hele familie. Kort geleden is er een boek uitgekomen over het Waterlooplein. Er is een passage over de familie Korper, dat was mijn moeders meisjesnaam. De familie bestond uit 52 personen en daarvan heeft er één de oorlog overleefd. En die ene overgeblevene was mijn moeder. De rest is vermoord in concentratiekampen.”

Wat vond u van de Duitsers en de NSB?
“De militairen die door de straten marcheren, de overvalwagens die door de buurt rijden, als jongen zijnde heeft het iets spannends. Totdat je eigen familieleden weggehaald worden. Dan wordt je er mee geconfronteerd. En hoe ouder je wordt, des te meer je gaat beseffen: “Hé, dat is toch niet allemaal goed wat er gebeurt”. Want je hebt ineens geen opoe en opa en geen ooms en tantes meer.
Met Jacq Springer gingen we op een gegeven moment  als neven van elkaar om. Al je vriendjes en vriendinnetjes op school hadden neefjes en nichtjes. Wij niet, dus deden wij alsof we neven van elkaar waren.”

Had u een radio?
“Mijn vader werkte eerst bij een tante van mijn moeder in een groentewinkel op het Waterlooplein, Hij liep met een groentekar door de wijk, maar die tante werd op een gegeven moment weggehaald. Toen ging mijn vader werken bij een firma in lompen en metalen op het Entrepotdok. Daar kwamen de mensen die hun radio’s moesten inleveren. En mijn vader was bijdehand, hij was in ieder geval niet bang, hij heeft een klein radiootje meegenomen en wij konden in de badkamer naar Radio Oranje luisteren.”

Heeft u een razzia meegemaakt?
“Ja, ik heb in die buurt gewoond, waar de joodse razzia’s hebben plaatsgevonden. Het was heel beangstigend. Vooral toen mijn moeder weggehaald werd. Mijn broertje was een baby en ik was toen 8, 9 jaar. Er werd op een gegeven moment gezegd: “Alles wat Jood is gaat mee”. Dus dat betekende dat mijn broertje en ik ook mee moesten. Maar één van die Duitse militairen zei toen: “Die kinderen kunnen thuisblijven”. Ik bleef alleen met mijn broertje achter, want mijn vader zat ondergedoken in het Sint Jacob op de Plantage Middenlaan. Ik ben toen, ’s avonds om 10 uur tijdens Spertijd, van portiek naar portiek naar dat Sint Jacob toegegaan om mijn vader te waarschuwen dat mijn moeder weg was.”

Wat was het ergste dat u tijdens de oorlog heeft meegemaakt?
“Er waren heel veel dingen die heel erg waren. Ik heb mijn opa en oma meegemaakt tot mijn achtste jaar. Mijn oma was gebrekkig, ze had een been dat 12 centimeter korter was dan het andere been, dus ze droeg zo’n klompschoen. Ik zat op het Waterlooplein op school en ik ging na schooltijd altijd even langs mijn opoe om te vragen of er nog boodschappen gehaald moesten worden. Op een dag kwam ik aan de deur en toen werd er niet open gedaan. Een eindje verderop had je een zinkwerkerij en die man kwam naar buiten en zei: “Ga maar naar huis want je opa en oma zijn er niet meer”. Dat zijn dingen die mij het meeste zijn bijgebleven.”

foto’s: Marieke Baljé

 

 

BewarenBewaren

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

+31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892