Erfgoeddrager: Lee-Jay

‘Toen ik naar boven keek, zag ik een hele grote schietwolk’

We (Nina, Lee-Jay, Naomi en Sophie) kwamen bij Jan Fleumer (1932) in Westzaan aan en we waren in de auto al best wel zenuwachtig. Maar toen we binnen waren, ging het eigenlijk allemaal vanzelf.  Een hele aardige man die er zin in had. En Jan Fleumer had ook veel voorbereid.

Wat is het ergste wat u heeft meegemaakt ?
Ik was acht jaar toen de oorlog begon. Op een dag ging ik samen met mijn broertje naar huis van school en zagen we ineens een bommenwerper die heel laag overvloog. De motoren van het vliegtuig waren kapot, en hij zweefde nog even. Ik zag hem aankomen. Er werden op dat moment bommen geworpen op het vliegtuig dat zo laag vloog. Toen ik naar boven keek zag ik een hele grote schietwolk. Dus ik wist dat het dichtbij was. Ik heb toen tegen mijn broertje gezegd dat hij plat in de heg moest gaan liggen en ik ben toen ook plat in de heg gaan liggen. Ik was ontzettend bang , ik riep alleen maar: “moeder, moeder, moeder!”.  Het regende granaten op dat moment. Toen het vliegtuig voorbij was gevlogen zijn we weer veder terug naar huis gegaan.’

Was er nog genoeg brandstof in die tijd?
Nee, op een gegeven moment was er niet genoeg brandstof/ benzine voor de auto en bussen.  Iemand had uitgevonden dat je ook op gas kon rijden met auto’s. Je had dan een auto met een grote houten kist erop en een heel flexibel zeil. Dan ging je naar de gasfabriek dan kon je daar dat ding op laten blazen. Het zeil stond dan helemaal strak, en zodra de auto ging rijden werd dat ding steeds slapper. Er stond zo’n hoge druk op dat de auto kon rijden. Op de bus hadden ze gasgenerators. Daar zaten kolen in en op een gegeven moment werd er ook turf in gestopt.’

Kwam u alleen aan eten via voedselbonnen of ook op andere manieren?
‘Je kon wel bij de boeren proberen iets van voedsel te krijgen of te ruilen. We hebben in die tijd ook echt wel honger gehad. De Duitsers hadden het idee van de gaarkeuken bedacht. Er was er een meneer met een paard en wagen en die ging vanuit Westzaan iedere dag weg om grote gamellen op te halen van de gaarkeuken. Het eten van de gaarkeuken was op een geven moment niet meer te eten. Er werden soepjes gemaakt van de meest bizarre dingen. We konden ook aan ons eten komen met bonnen. Hiermee konden we ook ander dingen kopen. Er werd veel met de bonnen geknoeid. Er werden bonnen nagemaakt of gestolen om onderduikers van te eten te voorzien. Ook heb ik een keer schoongemaakt voor een Duitser. Toen kreeg ik een broodje jam van hem.

Hoe zou u willen dat we de honderd jaar bevrijding vieren?
‘Daar heb ik eigenlijk nog nooit over nagedacht. Ik vind het goed dat het herdacht wordt, maar 99 jaar is eigenlijk net zo belangrijk als 100 jaar, vind ik. Ik vind het ook heel belangrijk dat de oorlog herdacht wordt, omdat de mensen die de oorlog hebben meegemaakt al erg oud zijn. Het duurt niet lang meer dat er niemand meer over is van de overlevenden. Als die mensen er niet meer zijn, is er niemand meer die uit eigen ervaring over de oorlog kan vertellen. Het is wel erg goed dat we er toch elk jaar weer bij stilstaan.

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

+31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892