Erfgoeddrager: Khalil

‘Onderduikers op zolder’

Wij zijn Khalil, Ouassim en Samira en wij interviewden Antje Warmerdam, wiens ouders tijdens de oorlog een tuinderij hadden aan de Osdorperweg. We vonden het heel spannend dat er bijna altijd onderduikers op hun zolder sliepen. “Overdag gingen zij met een schoffel op het land staan,” vertelt ze. “Als de Duitsers dan kwamen, dachten ze dat de onderduikers gewoon arbeiders waren.”

Kwamen er mensen uit de stad naar jullie toe voor eten?
“Soms stonden er wel twintig mensen uit Amsterdam tegelijk op ons erf. We konden maar een kilo groente per persoon verkopen, want veel van onze producten hadden de Duitsers opgeëist. Sommigen wilden dan de jonge andijvieplantjes kopen, maar dat lieten we niet toe. Als je een week langer wachtte, werden het grote planten en konden er veel meer mensen van eten.

Er werd door Amsterdammers ook veel gestolen. Al die mensen kon mijn vader niet in de gaten houden. Ik had zelf een mooi konijn dat negen jongen kreeg, maar toen ik op een middag naar haar hok liep, stond het deurtje open… Verdwenen. Ik heb haar jongen zelf grootgebracht met geitenmelk in een flesje.”

Hadden jullie onderduikers?
“In de oorlog zijn veel mensen bij ons ondergedoken, vooral mannen die weigerden in Duitsland te gaan werken. ’s Nachts sliepen ze op zolder, en overdag deden ze net of ze werkten, zodat ze bij de Duitsers niet opvielen. Maar in werkelijkheid konden ze voor geen meter schoffelen! 

Op een dag kwam mijn zus op straat een man tegen. Hij was uit een kamp gevlucht en liep nu helemaal van Duitsland naar Rotterdam. Hij zocht een plek om die nacht te kunnen slapen. Onze zolder was helemaal vol, maar hij was zo uitgeput dat ik hem mijn bed aanbood. Zelf sliep ik op de grond. Toen ik de volgende avond weer in mijn bed lag, kreeg ik overal jeuk… Het bed zat vol met luizen.”

Hebben de Duitsers nooit iets doorgehad?
“Op een dag kwamen Duitse soldaten onverwacht ons huis controleren. Het was heel vroeg in de ochtend, maar gelukkig stonden alle onderduikers al op het land. Mijn moeder lag nog te slapen. Naast haar bed stond een radio waarop we naar Radio Oranje luisterden. Dat was door de Duitsers verboden, dus ik gooide snel een trui over de stoel heen. Toen de Duitsers binnenkwamen, schrok mijn moeder zich suf. Maar ze hebben de radio niet gezien!

Mijn verkering in de oorlog wilde ook niet in Duitsland werken, en dook toen onder bij onze buurman. Toen de Duitsers kwamen controleren verstopte hij zich snel in het hooi. Maar een Duitser stak met een hooivork een paar keer in het hooi! Gelukkig miste hij. Na de oorlog ben ik met deze verkering getrouwd.”

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

+31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892