Erfgoeddrager: Jairo

‘Ik heb zelf gelukkig niets ergs meegemaakt’

Nazul, Kyano en Jairo van de Meidoornschool lopen de Jan Evertsenstraat uit naar het huis van Mien Hak aan de Orteliuskade, waar zij nu in een benedenhuis woont. De kinderen zijn al gezien en Mien schuifelt naar de deur. “Kom maar vast binnen, ik dacht al dat jullie hier moesten zijn.” De jongens gaan zitten en Mien komt binnen met drie glaasjes limonade op haar rollator.

Wat deed u tijdens de oorlog?
Ik was drie jaar toen de oorlog begon en woonde in de straat hierachter. Ik kan me niet veel meer herinneren, maar toch een heleboel wel. Eerst zat ik op de kleuterschool in de Willem Schoutenstraat, maar die is in beslag genomen door de Duitsers. De school was toen wel anders. Je zat met z’n tweeën in een bankje en gebruikte een inktpotje om te schrijven. Onze hoofdonderwijzer is toen van school gehaald en we hebben nooit geweten wat er met hem gebeurd is. Kleding was heel duur, dus daar kon je zegeltjes voor sparen. En als je jurk tekort was, dan werd er gewoon een lapje stof tussen gezet. Mijn oom zat in het verzet en had een radio bij ons op zolder. Hij is een tijdje weg geweest, maar ik weet niet waarheen. Op straat was het helemaal donker, als er niet goed verduisterd was, dan schoten de soldaten in de lucht. Of ze gingen heel hard schreeuwen. Dat is gek maar daarom deed ik nooit mijn slaapkamerdeur dicht en dat heb ik nog steeds niet.

Heeft u erge dingen meegemaakt?
Er woonde een NSB’er bij ons in de straat, die stampte altijd met zijn laarzen. Wij waren zo bang voor die man. Als hij er aan kwam, dan gingen we snel naar binnen. Er woonde een joods gezin bij ons in de straat. Die vader is een keer meegenomen tussen twee Duisters in. Dat meisje speelde ook buiten en wij hebben alles gezien. We hebben er nooit meer wat van gehoord. Ik liep een keer op de Jan van Galenstraat, toen werd daar een man opgepakt en meteen doodgeschoten. Dat vergeet je nooit meer. Als ik het erover heb, zie ik het zo voor me. Na de oorlog heb ik nog wel eens gezien dat meisjes die met Duisters waren omgegaan, werden kaalgeschoren en verf op hun hoofd kregen. Maar ja, de ouders van dat meisje konden er vaak ook niets aan doen. Het was een hele nare toestand allemaal, maar er werd nooit meer over gesproken. Ik heb zelf geen erge dingen meegemaakt, er is gelukkig niemand overleden.

Fotografie: Saskia Gubbels


Er was haast geen eten, weinig brood, geen boter en heel soms beleg. Er waren gaarkeukens, daar kreeg je een pannetje soep of een bord pap op school. Ik kan me niet herinneren dat ik honger heb gehad. Ik ging met mijn moeder naar de tuin van Dirk van de Broek om groenten te kopen, of er werden bloembolletjes gekookt op een klein kacheltje. Mijn vader kreeg nog wel eens een zakje kolen mee. Als er geen kolen meer waren, namen we houten blokjes van de tramrails. Dat is eigenlijk stelen, maar ja. Toen de oorlog afgelopen was, gooiden vliegtuigen brood en koek. Het was zo fijn om weer lekker buiten te kunnen spelen. Je had echt een gevoel van vrijheid, want je hoefde niet meer bang te zijn en om je heen te kijken. Zoek dus geen ruzie met elkaar, want we zijn allemaal mensen.

 

 

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

+31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892